De Flierefluiter

flierefluiter2Toen Johannes Heijberg ‘de Flierefluiter’ schilderde, was dat waarschijnlijk een studie naar licht en donker. Mijn oom zou het kunnen hebben vertellen, want hij kocht het manshoge doek van de rotterdamse schilder zelf, ergens eind jaren veertig.
Jarenlang hing het bij hem thuis, het schilderij van de naakte musicerende man. Je zag overigens geen enkel aanstootgevend detail, want de edele delen van de Flierefluiter waren omzichtig ingepakt in een suspensoir.
Mijn oom kon het niet nalaten vaak gnuivend dit woord aan te halen, wetend dat veel mensen het kleine kledingstukje niet kennen. Het is net zoiets als ‘smegma’; voor wie het weet is het een bron van vermaak.

Het is goed mogelijk dat de naam van het schilderij door de schilder zelf is vergeven. De geconterfeite figuur is geïnspireerd op de god Pan, spelend op een dubbele fluit, maar deze fluitspeler heeft het normale lichaam van een man, niet de hoorns en bokkepoten waarmee Pan doorgaans wordt afgebeeld.
Een serene figuur met gesloten ogen, opgaand in zijn spel en wiens naaktheid storend noch erotisch overkomt.

flierefluiter1Het licht-en-donkerspel van het schilderstuk doet denken aan Rembrandt. Uit een donkere achtergrond glanst het lichaam helder op, de spieren zijn realistisch weergegeven en de houding natuurlijk. Het hoofd en de fluiten verdwijnen bijna in de achtergrond. Een prachtig geheel dat de kwetsbare maar gave mannenfiguur absoluut recht doet; een genot om naar te kijken.

Mijn oom, net als de schilder geboren in Rotterdam, was ook schilder, maar dan een die deuren en kozijnen in de lak zette. Hoe hij Heijberg kende, weet ik niet. Wie weet haalde de man verf of kwasten in de winkel van mijn grootvader, van wie oom Dick het vak leerde. Hij kende hem in elk geval goed genoeg om bij hem thuis of in zijn atelier te komen en een werk van hem te kopen. Hij woonde aan de Jericholaan in Rotterdam-Kralingen
Heijberg(Aardige theorie: aan de in 1886 opgerichte School-met-den-Bijbel in Hillegersberg – de school die thans bekend staat als de Heijbergschool – werkte van 1907 tot 1910 ene mejuffrouw Van Baarle. Mijn grootvader en dus ook mijn oom Dick heetten ook Van Baarle. Onwaarschijnlijk echter, omdat de school in 1961 naar de Heijbergstraat verhuisde en pas daar de gelijkluidende naam kreeg.)

Johannes Gerardus Heijberg werd geboren in 1869 (op 9 december, hij overleed op 18 januari 1952, eveneens in Rotterdam) en kreeg zijn opleiding aan de Academie van Beeldende Kunsten. Later gaf hij daar zelf les. Rond 1900 bracht Heijberg de dagelijkse beslommeringen van het doorsnee kazerneleven in beeld. Als dienstplichtige (lichting 1889) – hij was ingedeeld bij het regiment Grenadiers en Jagers – ondervond hij de krijgsmacht aan den lijve en putte daaruit zijn inspiratie. Die ervaring straalde hij later als docent aan de Rotterdamse Academie van Beeldende Kunsten ten volle uit. Volgens een leerling liep ‘Heijberg de geduchte’ altijd op ‘raseerlijke soldatenkistjes’.

Zijn oeuvre omvat landschappen, figuren en genrevoorstellingen, waarvan vele met het militaire leven als onderwerp. Vanaf omstreeks 1917 leidde hij als leraar handtekenen aan de Academie veel jonge schilders op, onder wie Willem de Koning en Jan van Heel. Hij gaf ook les aan de bekende Kees van Dongen (andere bronnen melden dat hij juist zelf les kreeg van Van Dongen, hoewel deze schilder was geboren in 1877).
Zijn echtgenote Sara Ledeboer was zelf ook schilderes/tekenares; ze werd twee jaar eerder geboren en stierf ruim vier weken na Heijberg, op 21 februari. Wat door de buurt als zeer bijzonder werd ervaren, was dat ze in hetzelfde huis woonden, maar toch ieder hun eigen huishouden hadden. Daarvoor deden ze bijvoorbeeld ook afzonderlijk hun boodschappen. Zeker in die tijd kwam dat nauwelijks voor.

54599_1_700_70054599_2_700_700J.G. Heijberg was lid van Arti et Amicitiae in Amsterdam. In 1895 – hij was toen 25 jaar oud – won hij daar een prachtige gouden prijspenning voor het werk ‘Na de rust’.
Zijn werk maakt deel uit van de collectie van het Legermuseum in Delft en van het Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam.

Jaren geleden heeft oom Dick het bijna twee meter hoge schilderij in zijn auto geschoven en is er mee naar het rotterdamse museum gereden. Ja, ze konden bevestigen dat het een echte Heijberg is. Natuurlijk wist mijn oom dat allang, maar hij was vast benieuwd naar de waarde. Ik kan me niet herinneren of ze die toen hebben vastgesteld, in elk geval bood hij het mij op een gegeven moment aan voor een vriendelijke prijs.

Ik wachtte te lang. Oom Dick overleed. Het doek bleef hangen in een bovenkamertje bij mijn tante, die niet zoveel voor het werk voelde. Nu was die tante niet de eerste vrouw van oom Dick; ze had haar eigen kinderen. Toen op een bepaald moment doorschemerde dat haar zoon De Flierefluiter te gelde wilde maken, heb ik haar gebeld met de mededeling dat oom Dick mij het werk ooit had aangeboden voor die en die prijs en dat ik het wel wilde overnemen.

Wel, dat was makkelijk geld en ze ging er op in. Het was een fractie van de werkelijke waarde, maar het was het bedrag dat oom Dick er voor wilde hebben. Op een avond heb ik het gehaald met een gehuurd busje. De Flierefluiter bleef zo in de familie. Nu al bijna zeventig jaar een begrip bij ons.
Mijn tante kocht van het geld ondermeer een rollator, zo kon ze flierefluitend nog ‘ns een ommetje maken. Toch een goede ruil.

flierefluiter3

suspensoir

Advertenties