Waarom ze zo schrokken

TANZANIA Savanne Serengeti ID-2055Mijn zus had als kind een boekje van Annie M.G. Schmidt – De spin Sebastiaan, een aanrader voor elk kind (en volwassene) – en daarin stond een verhaaltje met de titel ‘Waarom de honden zo schrokken’. Ik vroeg mij logischerwijze af waar die honden dan zo van geschrokken konden zijn (zo zie je, een goede kop prikkelt en zet aan tot lezen).

Het bleek al gauw dat ze nergens van schrokken, maar de vertelling verklaarde waarom honden zo snel hun eten naar binnen schransen en katten zo rustig en netjes. De oorzaak lag in het verre verleden en was genetisch bepaald. Roedels honden moesten vechten om hun voer en het was dus zaak om zo snel mogelijk veel binnen te krijgen. Katten konden het als solitaire jagers wat rustiger aan doen.

Ik heb dit uitgangspunt eens als inleiding gebruikt voor een presentatie, een oefening bij de cursus leren presenteren en kwam van daaruit op de wolf om vervolgens roodkapje te belichten. Het hele verhaal zal ik de lezer besparen, wellicht in een ander artikel.
Het blijkt echter, dat de mens aan hetzelfde principe onderhevig is. Ook wij vertonen soms gedrag dat, volgens de evolutionaire psychologie, is ontstaan in het lange, pre-agrarische tijdperk dat millennia voorafgaat aan het agrarische tijdperk dat zo’n twaalfduizend jaar geleden aanving. En dat vandaag-de-dag volkomen nutteloos is.
Ik las het in Sapiens, Een kleine geschiedenis van de mensheid van de israëlische professor Yuval Noah Harari.

Volgens evolutionair psychologen zijn ons brein en onze manier van denken nog steeds aangepast aan het leven van jagers en verzamelaars. Onze eetgewoonten, onze conflicten en onze seksualiteit vloeien allemaal voort uit de manier waarop onze jager-verzamelaarshersenen omgaan met onze huidige postindustriële omgeving met zijn megasteden, vliegtuigen, telefoons en computers. Deze omgeving biedt ons meer materiële middelen en een langer leven dan eerdere generaties hadden, maar geeft ons vaak een vervreemd, depressief en gestrest gevoel.

Albert Schweitzer tipte dit ook al aan in zijn cultuurfilosofie: de mens is ‘supermens’ geworden en beheerst, dankzij de overwinningen van de wetenschap en de techniek, latente krachten der natuur en kan deze aan zich dienstbaar maken. Maar hij is geestelijk niet meegegroeid met deze ontwikkeling. Hij is niet gestegen tot het niveau van bovenmenselijke rede, die in overeenstemming zou moeten zijn met het bezit van een bovenmenselijke kracht. Hij zou die nodig hebben om die enorme macht uitsluitend voor redelijke en nuttige en niet voor destructieve en moorddadige doeleinden toe te passen.
De ‘supermens’ wordt een steeds armzaliger wezen naarmate zijn kracht toeneemt.

Terug naar Harari. Waarom proppen mensen zich bijvoorbeeld vol met calorierijk voedsel dat hun lichaam weinig goeds te bieden heeft? De rijke landen kampen momenteel met een obesitasplaag die zich rap uitbreidt naar minder ontwikkelde gebieden. Het is een raadsel waarom we ons volvreten met de zoetste, vetste etenswaren die we maar kunnen vinden, totdat we kijken naar de eetgewoonten van onze verzamelende voorzaten.

Even een zijsprongetje, het doet me denken aan een uitspraak van een andere cultuurfilosoof (ben zijn naam kwijt), die stelde dat wanneer wij geld doneren aan arme mensen in (bijvoorbeeld) Afrika (dat beeld is overigens ook aan inflatie onderhevig, in Afrika zijn inmiddels ook supersteden, handelshuizen, 4g-netwerken, electronisch bankieren, verzekeringen en verkeersinfarcten; ons beeld van de hongerige, lepralijdende neger voor zijn armzalige hutje is heus verouderd), zij daarvoor heus niet als eerste fruit, medicijnen en een waterpomp kopen. Welnee, als ieder ander gezond mens gaan ze eerst een vette bek halen, een borrel en een sigaret.
Ik heb ook nog nooit een loterijwinnaar horen zeggen dat van het geld eerst een medische controle wordt gedaan, extra biologisch voedsel wordt gekocht en vitaminepreparaten. Welnee, nieuwe auto, uit eten, vakantie, verbouwing, gewoon nutteloze dingen die je kunt missen.

Terug naar de bos- en savannebewonende voorouders. In die streken waren calorierijke zoetigheden extreem zeldzaam en was voedsel over het algemeen schaars. Een typische verzamelaar had dertigduizend jaar geleden toegang tot slechts één type zoet, namelijk rijp fruit (en honing). Als een steentijdvrouw een barstensvolle vijgenboom tegenkwam, kon ze het beste ter plekke zoveel mogelijk vijgen opeten, voor de plaatselijke bavianentroep de boom kaalvrat.

Het instinct om hoogcalorisch voedsel snel naar binnen te schrokken, zit stevig ingebakken in onze genen. Tegenwoordig wonen we misschien in torenflats met overvolle koelkasten, maar ons DNA denkt nog steeds dat we op de savanne zitten. Dat is de reden dat we een hele zak chips opeten als we er eentje aantreffen in de kast en dat we die vervolgens wegspoelen met een halve fles cola.

Annie M.G. toonde haar jonge lezertjes hoe de wereld in elkaar zit. Het was een onbewuste voorbereiding op hoe we zelf ook functioneren. Wie wat gevorderd is, komt uit bij Schweitzer die ons leert hoe we, ondanks onze achterlopende evolutionaire psyche, steeds menselijker kunnen worden:
“Wij zijn opgeroepen tot zelfstandig denken, tot verantwoordelijkheid voor elkaar en tot ethisch handelen. Wij hebben overal gelegenheid onze menselijkheid te tonen, als wij dat wérkelijk willen. De voornaamste plicht van de mens is: steeds menselijker te worden.”
Moet je wel eerst nadenken voor je je overgeeft aan de chips en cola.

schrokop-2

Advertenties