De vergeten evangelist

sarcofaag LukasPadua in Italië is bekend vanwege de heilige Antonius die daar is 1231 in overleden. Zijn graf in de basiliek die zijn naam draagt wordt druk bezocht. In juni waren Ellen en ik daar, niet op pelgrimage maar omdat we in de buurt waren. We reden van Venetië naar Busseto – waar Giuseppe Verdi heeft gewoond – en we stopten in Padua.

Ik beveel het niemand aan want er is lastig te parkeren en het met een slagboom afgesloten parkeerterrein is groot, leeg en duur. De enorme Sint Antoniusbasiliek was vol mensen, er werd zelfs een mis gecelebreerd in het middenschip, voor de kapel met relikwieën stond een rij en de marmeren schrijn waar het lichaam van de franciscaner patroonheilige in rust, werd door talloze handen betast door prevelende en biddende mensen die hoopten op…. Tsja op wat? Antonius is aan te roepen voor verloren voorwerpen, vrouwen en kinderen, armen, bakkers, mijnwerkers, het huwelijk, reizigers en verliefden en tegen schipbreuk, de pest en koorts. Hij is echter vooral bekend vanwege het terugbezorgen van verloren voorwerpen (“Heilige Antonius, beste vrind, maak dat ik m’n … vind” of “Heilige Antonius, lieve sint, zorg dat ik m’n … vind” of “Sint Antonius, heilige man maak dat ik mijn … vinden kan”. Als het voorwerp is teruggevonden moet men de Heilige Antonius bedanken.)

In dat verband citeer ik graag een prachtige zin uit het nummer ‘Heilige Antonius’ van de Limburgse band Rowwen Hèze, waarin Antonius zegt: “Soms is ’t baeter iets moëis te verliezen; baeter verleeze dan daat ge ’t noëit het gehad”, waarbij overigens voorbij wordt gegaan aan de blijdschap van het terugvinden/krijgen. Maar dat allemaal terzijde.

Nabij de Antoniusbasiliek ligt de benedictijnerbasiliek van Padua, Santa Giustina, de heilige Justinabasiliek. Hier was het een stuk rustiger. In de weinig overdadig versierde kerk – even immens als de andere – liepen maar enkele mensen rond waaronder een kerkdienaar welke diverse boeken raadpleegde. Hier heerste de sacrale sfeer die je in een kerk verwacht en waarin je zelf tot contemplatie komt.

We hadden de kerk tegen de klok in rondgewandeld en stuitten op een mooi gebeeldhouwde stenen sarcofaag. Bij vertrek liepen we langs een informatiebord. Las ik het goed? ‘S. Luca evangelista’. Hier lagen de beenderen van de evangelist Lukas….
Ken je dat gevoel wanneer je iets onverwachts, iets nietvanzelfsprekends en onwaarschijnlijks tegenkomt? Verbazing, verwondering, verrassing….
Dan de vraag hoe het mogelijk is dat, ondanks de historische waarde ervan, hier zo weinig mensen zijn. Dat zo’n sarcofaag een beetje achteraf staat opgesteld in een kerk die zelfs niet Lukas’ naam draagt.
Hier lag iemand, belangrijker dan Antonius, en geen mens te bekennen. Eén van de bekendste en meestgelezen schrijvers van de afgelopen twintig eeuwen, naar wie talloze kerken, gebouwen, gilden en verenigingen zijn genoemd, maar wiens vergeten lichaam hier werkelijk in alle rust de tijd afwachtte.
Maar wat deed hij hier in Padua en hoe kwam hij hier?

Een bisschop die klaarheid wou
Reeds zo’n duizend jaar worden de overblijfselen van zijn lichaam bewaard in de linkerbeuk van de basiliek, in een marmeren sarcofaag die is vervaardigd in 1313. Om eerlijk te zijn: de aanwezigheid van het lichaam van Lukas was vergeten in de loop van de eeuwen.

Tot bisschop Hieronymos, de orthodoxe metropoliet van Thebe (Griekenland) in 1998 een brief stuurde naar de bisschop van Padua, Antonio Mattiazzo, met het verzoek om een relikwie van Lukas voor de eerste – maar lege – graftombe van Lukas in Thebe. Mgr. Mattiazzo was bereid hierop in te gaan, maar besloot tegelijkertijd de relieken aan een wetenschappelijk onderzoek te onderwerpen.

Op 17 september 1998 werd de sarcofaag, het zware marmeren omhulsel waarin de oude loden kist geplaatst was, geopend en het 400 jaar oude zegel van de loden kist verbroken.
sanluca01Bisschop Mattiazzo had een commissie van veertien experts aangesteld, onder voorzitterschap van de befaamde anatoom-patholoog van Padua, Vito Terribile Wiel Marin, om zowel de relieken als de voorwerpen en documenten die ermee te maken hadden aan een volledig onderzoek te onderwerpen. De vraag waarop zij moesten antwoorden, luidde: Zijn de stoffelijke resten in deze basiliek te Padua inderdaad van de evangelist Lucas of niet? Ondertussen werd op 18 oktober 1998, op die dag valt het feest van Sint Lukas, het geraamte in een glazen sarcofaag tentoongesteld in de Sinte Justinabasiliek.

Genetisch onderzoek
Genetisch onderzoek door de Universiteit van Ferrera wees uit dat de stoffelijke resten in de antieke loden doodskist waarschijnlijk van Lukas de Evangelist zijn. Dr. Guido Barbujani, een etnologisch geneticus, nam DNA-monsters van een tand die men in de doodskist vond. Andere wetenschappers pasten de koolstofmethode toe om de tand te dateren. Resultaat: de tand behoort toe aan iemand die overleed tussen 72 en 416 na Christus. Het onderzoeksrapport van Barbujani en zijn team verscheen in het blad van de National Academy of Sciences in de Verenigde Staten.sanluca07

Dr. Barbujani gaf als conclusie dat de tand dezelfde genetische kenmerken vertoont als het genetisch materiaal van de bevolking in de regio van de oude stad Antiochië in het huidige Syrië. Volgens de overlevering zou Lukas daar geboren zijn; dit genetisch onderzoek bevestigde dat dus.

Een skelet zonder schedel
In de loden kist van Padua lag een skelet, maar opvallend genoeg geen schedel. Die was in 1354 verwijderd op last van keizer Karel IV en overgebracht van Padua naar de St-Vitus Kathedraal in Praag. (Officieel waren er zelfs twee hoofden van Sint-Lucas, één in Praag en het andere in Rome.) Op verzoek van Mgr. Mattiazzo werd de Praagse schedel naar Padua gebracht. Deze bleek perfect te passen op de rest van het geraamte. De tand, gevonden in de doodskist, paste precies in het kaakbeen van het ‘Praagse’ hoofd.sanluca06

Lucas en zijn geschriften
Lukas was een arts die werd geboren in Antiochië rond het begin van de jaartelling en op 84-jarige leeftijd stierf in de Griekse stad Thebe (hoofdstad van de Griekse regio Boëtie).
Naast het derde evangelie, dat in de tweede eeuw door kopiisten van de griekse handschriften ‘Evangelie volgens Lukas’ werd genoemd, schreef Lukas – waarschijnlijk als vervolg op dat eerste boek – de ‘Handelingen der Apostelen’.  Door de kopiisten is dit vervolg op zijn evangelie als een afzonderlijk boek behandeld. Omdat Lukas in de ‘Handelingen der Apostelen’ zo uitvoerig spreekt over de gemeenschap van Antiochië, is de veronderstelling gewettigd dat hij wellicht zelf lid was van die lokale christelijke gemeenschap en gedurende het jaar dat Paulus en Barnabas daar predikten, deze beide mannen goed leerde kennen. Dat moet dan rond het jaar 40 geweest zijn (hij was toen tussen de 26 à 30 jaar). Antiochië werd trouwens zowat de uitvalsbasis voor Paulus’ evangelisatietochten.

Hoewel hij twee werken schreef, spreekt Lukas niet over zichzelf. In de tweede brief aan Timoteüs heeft Paulus het over hem: “Alleen Lukas is bij mij”. (2 Tim. 4,11). Ook in de brieven aan de Kolossenzen en aan Filemon wordt Lukas vermeld. In Kol. 4,14 wordt hij ‘de dierbare arts’ genoemd. Hij was inderdaad arts en in zijn evangelie worden dan ook veel genezingen vermeld (soort beroepsdeformatie). Lukas heeft het in de Handelingen vaak over “wij” en laat daarmee aanvoelen dat hij ooggetuige was bij de missietochten van Paulus.

In een zeer oud geschrift, de ’Canon Muratorius’ (een lijst van de boeken met wat commentaar van het Nieuw Testament, waarschijnlijk in de jaren 160-180 te Rome samengesteld) wordt als kort commentaar gezegd dat Lukas de Heer Jezus niet ‘in het vlees’ gezien heeft. Toch geeft juist hij de meest pakkende beschrijvingen van wat er rond Jezus gebeurt en dit in het meest klassieke Grieks van het hele Nieuw Testament. Als ontwikkeld mens heeft hij ook de bronnen gecontroleerd waarop zijn schrijven berust. Is het dan toevallig dat een derde van de wonderen en driekwart van de parabels alleen maar in zijn evangelie terug te vinden zijn?

Maar hoe kwam zijn skelet in Padua?
De kerkleraar Hiëronymus (ong. 347-420) bevestigt dat de kist met de relieken van de Lukas van Thebe naar Constantinopel werd overgebracht onder keizer Constantijn in de loop van de 4de eeuw (Augustinus, De viris illustribus VI, I).

sarcofaag Lukas in Thebe in Beozia

sarcofaag Lukas in Thebe in Beozia

De loden kist heeft inderdaad de juiste afmetingen om te passen in het (lege) praalgraf in Thebe.
Professor Terribile Wiel Marin liet de Thebaanse sarcofaag nameten en bevestigde dat deze perfect aangepast is aan de maten van de loden kist die in Padua werd geopend. Maar de historici kunnen niet juist aangeven wanneer de stoffelijke resten in Padua aankwamen.

Volgens sommigen zou dit gebeurd zijn na de val van Constantinopel in 1204; anderen dateren de overbrenging in 1177.  In dat jaar lijkt ze reeds in Padua te zijn, waar ze in een marmeren sarcofaag in de Basiliek van St.-Justina werd geplaatst.
Professor Barbujani speculeerde samen met zijn collega’s dat de kist veel eerder (volgens een oude bron overigens samen met de relieken van de ‘toegevoegde’ apostel Matthias) in veiligheid moest worden gebracht voor de heidense keizer Julianus, ‘de Afvallige’ (361-363 n.Ch.).
Een andere theorie is dat het gebeurde omwille van de beeldenstorm in de achtste eeuw, de periode van de iconoclasten, toen heel wat religieuze objecten, vooral iconen, werden vernietigd (soort voorlopers van IS). Hier sluit een bepaalde traditie bij aan dat de kist in de 8ste eeuw reeds werd overgebracht door een priester, Urio, die ze wilde redden van de beeldenstormers.

Toch beschikken we wel over heel wat vaststaande historische feiten. In 1354 dus het bevel van keizer Karel IV. In 1463: om te weten of het om de authentieke Sint Lucas van Padua ging of om een naamgenoot die in Venetië was opgedoken. In 1562 werd ze dan weer getoond voor de verering door de gelovigen. Tevoren zijn er nog heel wat meer verificaties geweest, aangezien er in de kist talrijke geldstukken werden gevonden met verschillende datering; de oudste dateert uit het jaar 299, onder het bewind van keizer Maximianus.009263q00
De sarcofaag werd voor het laatst geopend in 1562 en raakte sindsdien in vergetelheid … tot oktober 1998.

Voorlopig echter trekt het graf van Antonius nog steeds meer publiek dan Lukas. Die zou dat vast niet erg gevonden hebben. Per slot van rekening spreekt Lukas meer tot ons via zijn boeken.

Advertenties