Jeneverkruik

jeneverkruik 10Kan_bovenDiverse voorwerpen kwamen uit de mufruikende kast onder de trap. Een stofzuiger, natuurlijk. Een stofdoekenmandje. Een kruk. Sierpotten voor de planten. Een koperen lampje met een paard. Een grote grijze stenen kruik.
De kast moest leeg. Het hele huis moest leeg. Mijn grootmoeder zou nooit meer thuiskomen en in het verzorgingshuis waar ze heen ging, kon ze al de spullen niet bergen. Ze had ze ook niet nodig.

Die kruik, een groot exemplaar van grès-aardewerk, moet jaren in de kast bij mijn grootouders hebben gestaan. Het ‘aarden vat’ kon wel tien liter bevatten, jenever. Tenminste, er stond ‘10Kan’ op.
De kruik ging mee naar huis, samen met het lampje en belandde op zolder.

Gres of steengoed is een keramisch materiaal dat gemaakt is van een kleisoort die tegen hoge temperaturen bestand is. Het is ideaal voor vloeistoffen. Bij sommige huizen tref je nog gres rioolbuisjes aan. Het enige nadeel is dat het breekt bij grondverzakkingen.
De eigenschappen van gres zitten tussen die van aardewerk en porselein in. Het wordt gebakken bij 1150 tot 1350 °C, waarbij het versintert. Daardoor is het niet poreus en wordt het ondoordringbaar voor de meeste vloeistoffen. Ook is het goed bestand tegen zuren.
Al in de 13e eeuw werd in het gebied rondom Keulen steengoed geproduceerd. Vanaf de 14e eeuw werd dit ‘keuls aardewerk’, vooral bekend door de keulse pot. Grijs, blauw, het zijn de kenmerkende kleuren voor dit duitse product.

Zo’n kruik was dus vroeger een perfecte verpakking voor jenever. De in het aardewerk aangebrachte aanduiding 10Kan is inderdaad een inhoudsmaat. Vóór de invoering van het metrieke stelsel rond 1820 werd die aanduiding gebruikt om een bepaalde hoeveelheid in natte waar aan te geven. (Voor droge waar werd bijvoorbeeld ‘KOP’ gebruikt.)jeneverkruik 10Kan_front
Die hoeveelheid verschilde vaak per stad of streek en ook nog per jaar. Ook belastingheffingen speelden daarbij een rol. De Kan kwam zo’n beetje overeen met een huidige 0.8 liter, al gold in Zaltbommel en Nijmegen de Kan voor 1,3 l. , in Breda voor 1,6 l. en in Woudrichem voor 0,9 l.
Mijn grootmoeders greskruik van bijna een halve meter heeft als aanduiding ‘10 Kan’ en kan 11.3 liter vloeistof bevatten.
Na de invoering van het metrieke stelsel werden de benamingen Kan en Kop ook nog gebruikt om een liter natte waar of een liter (inhoud) droge waar aan te duiden.

Even terzijde: in die oude tijd ging je met een kleine kruik, fles of tinmaat naar de winkel of handelaar en werd de vloeistof vanuit de grootverpakking overgeschonken in een maatbeker (zoals het hoorde). De inhoud daarvan moest overeenkomen met de aanduiding op die maatbeker. Dat er fraude gepleegd werd, lag voor de hand en daarom moesten maatbekers (en gewichten) geijkt worden aan de stadsmaten en -gewichten. Wie betrapt werd met maten of gewichten die niet overeenkwamen met de stadsvoorschriften, werd gestraft (ook de strafmaat verschilde weer per stad / streek).

2 tinnen maatbekers en borrelHier twee tinnen maatbekers, van 2 cl en 2 dl, die bij de handelaren gebruikt werden om de vloeistof af te meten voor de klant. Of zo’n maatbeker ook gebruikt werd om een ‘Borrel’ (in het café?) af te meten?
Deze maten moesten ieder jaar geijkt worden. Gebruikte men de maten zonder de goede jaarletter dan was men strafbaar.
(bron: http://www.oudekerstversiering.nl/history/maten/maatje.htm)

Het was meer geluk dan wijsheid dat de kan inmiddels 35 jaar mijn eigendom bleef en niet bijvoorbeeld naar de lokale oudheidkamer verhuisde. En wellicht een beetje sentimentaliteit, het was toch een familiestuk.
Maar mijn grootmoeder had die kruik, die in 1980 al bijna tweemaal zo oud was als zijzelf, niet zomaar bewaard, al stond hij uit het zicht in een muffe kast. De kruik kwam uit een oude herberg in Kruiningen.

In de tweede helft van de 19e eeuw stond in Kruiningen (Zeeland) de herberg van Dingenis (Dignus) van de Vrede, geboren 1814, die in 1836 was getrouwd met Jacomina Oele. Dignus had een onbekende vader, zijn moeder was Maria van de Vrede. Hij droeg dus de naam van zijn moeder.
Het gezin van de Vrede-Oele was, met hun zeven kinderen, tussen 1851 en 1853 verhuisd van Schore naar Kruiningen. Daar kregen ze hun laatste drie kinderen. Tijdens de verhuizing was hun derde kind, Pieternella, ongeveer twaalf of dertien jaar oud.

Omstreeks maart 1863 raakt deze Pieternella, dan 23 of 24 jaar oud, zwanger. Onbekend van wie.
Hoe was het zover gekomen? Was ze zwanger geraakt van de jongen met wie ze toch zou gaan trouwen en was deze jongen overleden voor hun verbintenis bevestigd en gezegend werd? Had de jongen vrees gekregen voor de verantwoordelijkheid en haar laten zitten? Was het geen serieuze relatie, maar een ondoordachte nacht geweest, vol lust en passie maar met een onverwachte afloop? Of was het gebeurd in haar naïviteit? Met iemand uit het dorp of met een gast in de herberg?
Niemand, behalve Pietje, die het wist. Geen man die zijn plichten had erkend was er geweest en Pietje, 24 jaar oud, had een dochter gebaard en was ongehuwd gebleven.

Op 25 november 1863 werd het meisje geboren. Ze kreeg de naam Pieternella. Pieternella van de Vrede, gelijk aan haar moeder. Moeder en dochter bleven thuis wonen, waar Pietje haar ouders in de herberg hielp. Nooit zou haar schoot een ander kind voortbrengen.
Wat zal er door haar hoofd hebben gespookt? Pijn, teleurstelling, schande? Had ze gewanhoopt, daar ze nooit de naam van een echtgenoot zou dragen? Had ze stilletjes gedacht dat het kind zou sterven, zoals zoveel jonge kinderen stierven? Zoals haar zusje Dingena die maar vier werd?
Maar toen ze haar kindje voor het eerst aan haar borst had gedrukt, wist ze dat er niets mooiers was dan dit. En het meiske was opgegroeid, zonder vader, maar met toegewijde grootouders.

Toen kwam Jan Hogesteger. Op 14 juli 1870 overleed haar vader en op 25 augustus trouwde ze met Jan, die tien maanden eerder weduwnaar was geworden en met een jongetje was achtergebleven. Het jonge gezin vertrok van Kruiningen naar Kloetinge.
Toen Pietje met Jan trouwde, bleef haar moeder als weduwe met vijf kinderen in de herberg achter, de oudste 23 en de jongste 12. Wanneer zij is gestopt met de herberg is onbekend; Jacomina van de Vrede-Oele overleed in 1899, haar dochter Pieternella was toen al vijf jaar dood, haar kleindochter Pieternella al elf jaar getrouwd.

Het meisje, dat sinds het huwelijk van haar moeder met Jan Hogesteger in 1870, in Kloetinge woonde, maakte de huwelijken mee van andere broers en zussen van haar moeder. Op 16 september 1869 (grootvader leefde toen nog) eerst nog van tante Janna met Cornelis Franse– wat een feest voor een bijna zevenjarige – die vanuit de herberg trouwde.IMG_4603a
Op 18 april 1888 trouwde ze zelf, met Anthonie van den Boomgaard, 24 jaar oud. In 1899, drie maanden na het overlijden van grootmoeder Jacomina, kreeg ze haar vijfde kindje. Dat werd mijn grootmoeder.

Eén van de Pieternella van de Vrede’s nam uit de herberg van haar (groot)moeder een grote stenen jeneverkruik mee. Ruim elf liter jenever kon er in. Toen de laatste Pieternella van de Vrede stierf in december 1945 (of toen haar tweede echtgenoot overleed in 1953) kwam deze oude kruik in het bezit van mijn grootmoeder, een reliek uit een oude tijd, zonder vloeistof maar vol herinneringen.

Advertenties