Historische herkenning

raadhuisbordesverzetOnlangs zat ik bij iemand oude foto’s te kijken. Een bepaalde foto toonde een aantal mensen op het bordes van het gemeentehuis aan het Raadhuisplein. Hé, dat is bekend, was het eerste wat door me heen ging. Herkenning.
Maar niet alleen dat. Ook een verbondenheid met de mensen die daar stonden. Ook ik heb daar gestaan. Die plek is er nog. Ik zag beelden voor me uit het verleden. Een leeg bordes. Minister Kan. Burgemeester Äckerlin die een defilé afneemt. Maar ook burgemeester Jansen Manenschijn met mensen van het verzet. Het politiekorps. Het gemeentepersoneel. Sint Nicolaas. Bruidsparen. Heel veel bruidsparen.
Hoeveel mensen zullen dezelfde gevoelens hebben bij het zien van die beelden?
Herkenning. Verbondenheid. Een gevoel met het verleden. Een gevoel van thuiszijn. Dit gebeurde hier vroeger en het is er nog. Er ‘gebeurt’ daar nog steeds.
Ik ging na hoeveel van die plekken met historische verbondenheid er nog zijn in Z..
Weinig. Heel weinig.
Waarom, vraag je je dan af. Zijn we nog wel trots op onze woonplaats, wanneer we blijven doorgaan met het uitwissen van het verleden?

Af en toe, wanneer je een laatje opentrekt waarin je heel lang niet hoefde te zijn, vind je wel eens iets uit het verleden. Een briefje, een foto, een voorwerp. Opeens voel je weer de sfeer, de emotie van toen. Ergens in je brein gaan ook laatjes open, met oude herinneringen. Een historische sensatie….
Professor Huizinga formuleerde het als volgt: ‘Een historische sensatie is een hevige indruk, opgeroepen door een historisch voorwerp, een kunstobject of plaats, die letterlijk in één klap het verleden levend maakt’.

Niet altijd prettig, maar vaak biedt zo’n voorwerp je de kans even terug te gaan in een voorbije tijd. Herinneringen zijn het voorrecht van het menselijk geheugen en het is alleen daardoor dat we even terug kunnen gaan naar vroeger, dat we – even – oude bekenden en geliefden weer kunnen ‘voelen’.
De vraag of het waardevol is om het verleden te koesteren, is een vraag die ieder voor zich moet beantwoorden. In het achterhoofd dien je wel te realiseren dat weggooien, afbreken, uitwissen slechts eenmaal kan. Daarna is het voorgoed weg.
Gelukkig hebben we de foto’s nog? Ja?Paleis van de Volksvlijt Amsterdam

Bijna iedere Amsterdammer betreurt het verlies van het Paleis van de Volksvlijt (1929), we kennen de foto’s en de legendarische schoonheid, maar niemand van na die tijd kan het gebouw nog ervaren. Zijn foto’s en herinneringen toereikend? Twee jaar terug vertelde Nelleke Noordervliet in ‘Zomergasten’ over het Rotterdam zoals haar het moeder kende. Een verdwenen Rotterdam. Onbereikbaar voor mensen van na 1945. Zijn de foto’s toereikend? De vraag is het antwoord.

Ooit stond Rembrandt op even grote afstand van de Nachtwacht als ik. Die sensatie kan ik alleen beleven wanneer ik voor het schilderij sta. Bij een foto ervan lukt het niet.
Buddhas_of_Bamiyan_in_19_centuryWaarom maakten we ons eigenlijk zo druk toen de taliban de eeuwenoude Boeddhabeelden in Afghanistan opbliezen? Toch niet omdat we onvoldoende foto’s ervan hadden? Zal ik Palmyra noemen?
Wat te denken van de Dode Zeerollen, veel teksten daarvan kenden we (we hadden ‘kopieën’) maar de waarde ligt uiteindelijk in de originelen!

De culturele schoonheid in deze wereld wordt gevormd door de ‘erfenis der eeuwen’. Vernietiging is verlies, ondergang. Niet voor niets vernietigen overwinnaars de culturele uitingen van de overwonnenen. Om die reden is het onze plicht zuinig te zijn op wat we hebben.
De overheid heeft wat dat betreft ook geen schone handen, getuige de ‘noodzakelijke’ bezuinigingen op museaal en muzikaal gebied (en dan doel ik in dit geval op erfgoed, geen experimentele kunst).Rosette

Behoud heeft ook een oorzaak in belangstelling. Neem de ‘wegsleepregeling’ zoals bijvoorbeeld Napoleon deze in Egypte toepaste (wellicht tot zijn eigen glorie, maar hij wist welk doel hij nastreefde; in zijn kielzog volgden talloze geleerden en onderzoekers tot meerdere glorie van de wetenschap).
Hij verscheepte talloze objecten naar Europa en mede hierdoor bleven heel veel voorwerpen behouden voor toekomstige generaties. Zonder zijn expedities was waarschijnlijk de steen van Rosette niet gevonden en daarmee ook de kans deze ooit te kunnen ‘lezen’. Hierdoor kon oude taal worden ontcijferd en kregen we inzicht in oude teksten, gebeurtenissen en gebruiken. Juist in de 19e eeuw groeide de kennis op veel wetenschappelijke terreinen of vulden deze elkaar aan. (De tijd was rijp voor ontdekkingen, zoals dat heet.)

Nietzsche stelde dat het verleden in dienst staat van het heden.
We zijn veel verschuldigd aan wetenschappers, architecten, filosofen en kunstenaars die iets blijvends toevoegden aan onze samenleving. Al zijn zij er niet meer, wij ‘bloeien op hun graf’, zoals Rhijnvis Feith ooit dichtte.

Maar me moeten er wel zuinig op zijn. Ook voor de mensen na ons.

Advertenties