Albert Schweitzer

postzegel schweitzergabonOp 4 september is het vijftig jaar geleden dat in Lambaréné, Gabon, Albert Schweitzer stierf op negentigjarige leeftijd. De wereldberoemde Nobelprijswinnaar was 52 jaar daarvoor, in 1913, begonnen met zijn oerwoudhospitaal aan de Ogowe, omdat hij iets zinvols met zijn leven wou doen.

Althans…. iets zinvols…. Wat beweegt een gerespecteerd professor aan de universiteit, die tweemaal op verschillende onderwerpen gepromoveerd is en dus twee diepgaande proefschriften schreef, die in binnen- en buitenland bekend is en bevriend met vooraanstaande mensen, die tot de beste organisten van Europa wordt gerekend en die ook een bekwaam orgelrestaurateur is, die meerdere boeken over diverse onderwerpen publiceerde en die tenslotte ook nog eens predikantenbevoegdheid heeft, wat beweegt zo iemand om dat alles op te geven om ergens in Afrika zieke negers te gaan verzorgen?
En die daarvoor ook nog eens opnieuw de schoolbanken in moet om zeven jaar te studeren voor arts?

Als cultuurfilosoof zag hij zich als mens in een bepaalde wereld gesteld, hij was in staat die wereld kritisch te beoordelen, daarnaast echter was hij verplicht haar te beïnvloeden door – hoe bescheiden dat voorbeeld ook mocht zijn – te zijn wat hij dacht.
Schweitzer volgde aanvankelijk een studie tot predikant, maar werd vanwege zijn vrijzinnige gedachten door de zendingsgenootschappen ongeschikt geacht voor zendingswerk. Omdat hij in 1896 – hij was toen twintig en doordrongen van het goede leven dat hij mocht hebben – zich had voorgenomen om tot zijn dertigste levensjaar voor de kunst en de wetenschap te leven en zich daarna te wijden aan een rechtstreekse dienst van de medemens, begon hij, om toch naar Afrika te kunnen gaan, aan een zevenjarige opleiding tot arts.

“Ik liet het aan de omstandigheden over mij de weg te wijzen. Een ding slechts stond vast: dat het een volmaakt menselijk dienen zou moeten zijn, hoe onopvallend ook.”
Een paar maanden voor zijn dertigste verjaardag kreeg hij van een vriend een maandblaadje van het parijse zendingsgenootschap. De kop van een artikeltje trok zijn aandacht: Les besoins de la mission de Congo – wat de zending in Kongo nodig heeft. Wat dan wel? Mensen! Daaraan was vooral in de Gabon, die uitgestrekte provincie van de Franse Kongo, gebrek. Mensen, zei het artikel, mensen die op een wenk van de Meester eenvoudig antwoorden: Heer, ik kom, – die heeft de kerk nodig.
Voor Albert was het duidelijk, hij hoefde niet meer te zoeken. Het werd Afrika, en in Afrika de Kongo, in de Kongo Gabon en daar weer Lambarene. Maar het zou nog negen jaar duren eer hij daar, aan de zoom van het oerwoud, voet aan wal zou zetten.

“Als een onbekende en naamloze komt hij tot ons, evenals hij aan de oever van het meer op die mannen toetrad, die niet wisten wie hij was. Hij spreekt hetzelfde woord: Gij echter, volgt mij! En hij stelt ons voor de problemen die wij in onze tijd moeten oplossen. Hij gebiedt. En aan hen, die hem gehoorzamen, aan wijzen en eenvoudigen, zal hij zich openbaren door wat zij in zijn gemeenschap mogen ervaren aan vrede, arbeid, strijd en leed, en als een onuitsprekelijk geheim zullen zij ondervinden wie hij is.”

Toen Schweitzer in 1913 aankwam in Frans Equatoriaal Afrika constateerde hij dat hier alle mogelijke ziekten heersten. “Malaria, melaatsheid, slaapziekte, dysenterie, framboesia, elephantiasis schenen het te zamen op de volmaakte vernietiging en verzwakking van een door niemand geholpen bevolking begrepen te hebben.”
De negers zelf formuleerden het als volgt: “Dit landt verslindt zijn eigen kinderen.”
Schweitzer was er niet alleen arts, hij was ook architect, aannemer, uitvoerder en bouwopzichter bij de realisatie van zijn ziekenhuis.
Een ziekenhuis dat niet naar europese maatstaven was ingericht, maar waar de lokale bevolking zich thuis kon voelen.

Eind jaren vijftig werd wel eens schamper gezegd dat het hospitaal van Schweitzer verouderd was, niet voldoend aan de eisen van de tijd.
Toch rechtvaardigde een drietal redenen het hospitaal zoals het was. Aan de zoom van een oerwoud en aan de moerasoever van een tropenrivier onder de evenaar dient men zich aan de omgeving aan te passen; een omgeving als deze zou doodeenvoudig geen grotestadshospitaal dulden. (Niet de omgeving aanpassen aan onze ideeën, maar andersom dus.)
Voor Schweitzer kwam het er op aan om van een vrij primitieve en niet geheel ontwikkelde bevolking het vertrouwen te winnen. Dat kon slechts door hen in een omgeving te ontvangen als van hun eigen dorp of nederzetting.
Tenslotte beschouwde de oerwouddokter de ‘Kongo-neger’ niet als een europese ‘enkeling’, maar als het maatschappelijke wezen dat hij van nature is: lid van zijn stam, zijn clan, zijn dorpsgemeenschap, zijn brede gezin. Zo iemand laat zich niet individueel behandelen, hij voelt zich pas veilig en onbevreesd, wanneer hij zich op zijn gang naar het hospitaal en tijdens zijn verblijf in de ziekenbarak door zijn verwanten vergezeld weet. Die verwanten konden in het hospitaal slapen, ze mochten hun eigen potje koken en zo nabij hun zieke familie zijn.

Dat is één ding. Schweitzer hoefde daarnaast niets van zijn vaardigheden op te geven, al zijn gaven kwamen hem van pas. Juist door zijn voorbeeld van opoffering werd hij een wereldwijd symbool van humaniteit die hem uiteindelijk de Nobelprijs voor de Vrede opleverde. Een voorbeeld en inspirator. Een held voor velen.

Uit alle landen reisden verpleegsters, doktoren, technici, journalisten en hoogwaardigheidsbekleders naar Lambaréné om hun bijdrage te leveren aan het werk van Schweitzer. Hij inspireerde mensen en zijn inzet werkte als een olievlek.
Na de oorlog waarschuwde hij – met Albert Einstein – voor de wapenwedloop en het gebruik van kernbommen. Hij correspondeerde met diverse amerikaanse presidenten en werd het geweten van de westerse wereld, dat – ironisch genoeg – vanuit het ‘primitieve’ oerwoud zijn voorbeeld toonde.

Schweitzer reisde diverse malen terug naar Europa, voor lezingen, orgelconcerten, eredoctoraten, maar voelde zich het gelukkigst in ‘zijn’ hospitaal, waar hij ook overleed. Hij ligt er begraven naast zijn echtgenote Helene Schweitzer-Bresslau.

Speciale herdenkingen
Op zaterdag 22 augustus is er in Oudenbosch een Schweitzer-herdenking. Van 15.30 tot 16.30 uur speelt de organist Gerrit Christiaan de Gier in de Basiliek orgelwerken die Schweitzer vaak op zijn programma had staan wanneer hij in Europa concerten gaf t.b.v. zijn oerwoudhospitaal.
Voorafgaand kunnen belangstellenden vanaf 14.00 uur in het Natuurhistorisch en Volkenkundig Museum een expositie bekijken met voorwerpen en foto’s uit Lambaréné.
’s Avonds om 20.00 uur tenslotte wordt daar ook een originele documentaire uit 1957 vertoond met authentieke filmfragmenten. Het is Albert Schweitzer zelf die zijn levensverhaal vertelt vanaf zijn jeugd.
In de tijd tussen concert en film serveert Brasserie Tivoli een speciaal Albert Schweitzer-menu, gebaseerd op afrikaanse ingrediënten en gerechten uit de Elzas, de geboortestreek van Schweitzer.
Meer informatie via www.nvmoudenbosch.nl.

Op 4 september is in de Jacobikerk in Utrecht om 20.00 uur een concert met medewerking van het kamerkoor Cantiago. Dit concert staat geheel in het teken van Schweitzers sterfdag.

Op 26 september is er een Schweitzerdag in Dordrecht, eerst van 11. 00 tot 12.45 uur in het auditorium van het Albert Schweitzerziekenhuis (locatie Dordwijk) en ’s middags van 14.30 tot 16.00 uur in de Augustijnenkerk, Voorstraat 216. Daar is dan een orgelconcert.
Zie ook tweeledige-schweitzer-themadag-in-dordrecht

Advertenties