Geestkracht

groeiOp dit ogenblik leven wij in een tijd, die gekenmerkt wordt door afwezigheid van vrede. De vrede zoals deze al eeuwen wordt nagestreefd. De vrede welke beschaafde volkeren voor ogen hebben, is die van een samenleven tussen volken zonder oorlogen en conflicten zoals doorgaans veroorzaakt door verlangen naar machts- of gebiedsuitbreiding.

Bij vele volken, die een bepaald beschavingspeil bereikt hebben, is het denkbeeld dat het rijk van de vrede eens moet komen, tot uitdrukking gekomen. In Palestina openbaarde het zich voor het eerst bij de profeet Amos in de achtste eeuw voor Christus en het leeft voort in de Joodse en Christelijke godsdienst als de hoop op het Koninkrijk Gods. Het maakt deel uit van de leer van de grote chinese denkers: Confucius en Lao Tse in de zesde eeuw voor Christus, Mi Tse in de vijfde en later nog Meng Tse in de vierde eeuw. Men vindt het terug bij Tolstoi en bij andere europese denkers van onze tijd. Men heeft het graag als utopie beschouwd. Maar op dit moment is de situatie zo, dat het op een of andere manier werkelijkheid moet worden, wil de mensheid niet ten onder gaan. (“Als je de geschriften van 3000 jaar geleden niet kent, leef je van de hand in de tand.”)

tot scheppen in staat
De tegenwoordige oorlogen zijn oorlogen van totale vernietiging. Beslissende maatregelen voor de zaak van de vrede zullen moeten ondernomen en beslissende resultaten bereikt worden, en wel op korte termijn. Daartoe is slechts de geest in staat.

Kan de geest tot stand brengen wat wij in onze nood van hem verwachten? Onderschat zijn kracht niet. Hij openbaarde zich door de geschiedenis der mensheid heen. Hij heeft die menslievendheid geschapen, die ten grondslagmedia_xl_1752723 ligt aan alle vooruitgang naar een hogere bestaansvorm. Bezield door menslievendheid, zijn wij onszelf getrouw en tot scheppen in staat. Bezield van de tegenovergestelde geest, zijn wij onszelf ontrouw en aan alle fouten ten prooi.

Tot welke kracht de geest kan stijgen, werd duidelijk in de zeventiende en achttiende eeuw. Hij liet de volkeren van Europa uitkomen boven de Middeleeuwen door een einde te maken aan het bijgeloof, de heksenprocessen, foltering en menig ander wreed of dwaas gebruik. Al wat wij ooit aan ware en persoonlijke beschaving hebben bezeten en wat wij er nog van bezitten, gaat terug tot deze openbaring van de geest.

Maar de geest verloor daarna zijn kracht, vooral omdat hij er niet in slaagde een grondslag voor zijn ethische karakter te vinden in de uit wetenschappelijk onderzoek voortgevloeide kennis der wereld. Hij werd vervangen door een geest, die niet duidelijk de weg zag, waarlangs de mensheid vooruit moest komen en die er een minder hoog ideaal op nahield.
Vandaag de dag moeten wij ons weer overgeven aan de geest van menslievendheid en ontwikkeling, willen wij onze ondergang niet tegemoet gaan. Hij moet een nieuw wonder verrichten, zoals in de tijd, waarin hij de volkeren van Europa boven de Middeleeuwen uitbracht; maar het nieuwe wonder zal groter moeten zijn.

Vandaag de dag echter hebben we te maken met een monster, dat niet vatbaar is voor rede in het verlangen naar een vreedzaam samenleven tussen volkeren. Dit monster is gevoed door het denkbeeld, het waanbeeld van religieuze ideeën dat het bestaan van andersdenkenden eenvoudigweg niet tolereert en uit hoofde van die denkbeelden het acceptabel acht allen daarbuiten zondermeer om te brengen.
De vrede wordt bedreigd, ondermijnd door redeloos fanatisme dat niet ontvankelijk is voor menselijkheid of mededogen en respect voor leven.

De tijd waarin we leven wordt gaandeweg verduisterd door dit fanatisme dat uit is op vernietiging, puur omdat het geen andere vorm van bestaan accepteert. Noodgedwongen zullen we moeten opstaan tegen deze vorm van blind geweld omdat, zoals Macchiavelli terecht stelde, het geen zin heeft idealistisch en deemoedig op te treden als de ander daar niet toe bereid is.

Wij zullen onszelf moeten beschermen tegen dit kwaad en bereid zijn onze grenzen daarvoor te sluiten en de gezwellen die we binnen onze samenleving signaleren met straffe hand te verwijderen. Daarbij mogen we niet verleid worden door economische, financiële of zogenaamd humanitaire motieven, want toegeven betekent een verzwakking en uiteindelijk ondergang van de redelijke, ethisch hoogstaande beschaving.

Daarbij moeten we onderscheid durven maken tussen wat goed is en wat slecht, en bovenal: het durven benoemen.
Goed is leven in stand houden, bevorderen; leven, dat voor ontwikkeling vatbaar is tot zijn hoogste peil opvoeren. Slecht is leven vernietigen, het nadeel toebrengen, leven dat voor ontwikkeling vatbaar is te remmen. Dat is een richtsnoer waar ieder mee uit de voeten kan.

Voorwaarde is dat we de geest van groei in menselijkheid en beschaving omarmen en zijn werk laten doen. Wij zullen daarbij een keuze moeten maken tussen scheppingskracht en vernietigingswil, opoffering en zelfhandhaving.
Dat wij in staat zijn te begrijpen dat leven léven wil, plus het feit dat wij in staat zijn te helpen om leven te laten groeien waar dat mogelijk is, maakt ons mensen menselijk.
Het is onze roeping steeds menselijker te worden. Anders is ons leven vergeefs.

Advertenties