Bovenmenselijke kracht

F8-oud-sDe oorlog zoals werd uitgevochten in de jaren 1914 – 1918 en tussen 1939 – 1945 was geen conflict tussen twee op zichzelf staande volkeren. Het was een strijd tussen groepen van volkeren. Een groot deel van de mensheid werd er het slachtoffer van en daardoor werd het kwaad er des te erger door.

Vijftig jaar geleden overleed Albert Schweitzer. In 1913 was het honderd jaar geleden dat hij een glanzende carrière opgaf en naar Afrika reisde om daar een hospitaal op te zetten. Toen had hij reeds een standaardwerk over cultuurfilosofie op zijn naam staan. Wat vormt een cultuur, waaraan gaat ze ten onder, wat draagt ethiek bij aan de wederopbouw? Een eeuw na dato is het boek nog steeds actueel. Deze en komende week een kleine impressie.

“Wij weten, welk een verschrikkelijk kwaad de oorlog is,” stelde Albert Schweitzer in zijn rede in Oslo toen hij de Nobelprijs voor de Vrede in ontvangst nam. “Daarom moeten (!) wij geen enkele poging nalaten om de terugkeer ervan te verhinderen.
Een reden van ethische orde komt daar nog bij. In de loop van de beide wereldoorlogen hebben wij als mens ons schuldig gemaakt aan huiveringwekkende onmenselijke daden en in een toekomstige oorlog zouden wij nog verder gaan. Dat mag niet gebeuren!”

Schweitzer legt uit dat de mens een ‘Übermensch’ is geworden. Hij is ‘Übermensch’, omdat hij niet alleen over de aangeboren fysieke middelen beschikt, maar omdat hij, dankzij de overwinningen van de wetenschap en de techniek, latente krachten der natuur beheerst en aan zich dienstbaar kan maken.

In het verleden beschikte de op zichzelf aangewezen mens, om op afstand te doden, slechts over zijn fysieke kracht, die hem in staat stelde de boog te spannen. Hij bracht haar op de pijl over door de plotselinge ontspanning van de boog.dak-eraf-amsab
De ‘Übermensch’ is er dankzij een daarvoor uitgevonden werktuig toe gekomen de energie te gebruiken, die vrijkomt bij de verbranding van een bepaald mengsel van chemische stoffen. Dit maakt het hem mogelijk een veel doeltreffender projectiel te gebruiken en ’t van veel groter afstand af te schieten.

geestelijk niet in overeenstemming
Maar de ‘Übermensch’ lijdt aan een desastreus geestelijk gebrek. Hij is niet gestegen tot het niveau van bovenmenselijke rede, die in overeenstemming zou moeten zijn met het bezit van een bovenmenselijke kracht. Hij zou die nodig hebben om die enorme macht uitsluitend voor redelijke en nuttige en niet voor destructieve en moorddadige doeleinden toe te passen. Om deze reden werden de veroveringen van wetenschap en techniek eerder rampzalig dan nuttig voor hem.

Is het niet een veelbetekenend feit, dat de eerste grote ontdekking, namelijk die van toepassing van de kracht die bij verbranding van kruit vrijkomt, zich aanvankelijk uitsluitend voordeed als middel om op afstand te doden?bombardement-maart1945
De verovering van het luchtruim, dankzij de verbrandingsmotoren, betekende een beslissende vooruitgang voor de mensheid. De mensen hebben onmiddellijk geprofiteerd van de gelegenheid die zij bood om van boven uit de lucht te doden en te vernietigen.

Deze uitvinding heeft een gevolgtrekking, die men tevoren weigerde te aanvaarden, onmiskenbaar aangetoond: de ‘Übermensch’ wordt een steeds armzaliger wezen naarmate zijn kracht toeneemt. e0891-76ccb3ff7fOm zich niet volledig bloot te stellen aan de vernietiging, die van bovenaf losbarst, is hij gedwongen zich in de grond in te graven, zoals de ‘dieren des velds’.
Tezelfder tijd moet hij zich lijdzaam neerleggen bij een vernietiging van culturele waarden als nooit tevoren….

Een nieuwe mijlpaal werd gevormd door de ontdekking en toepassing van de enorme krachten, die vrijkomen bij het uiteenvallen van het atoom. Na enige tijd moest men vaststellen, dat de vernietigingscapaciteit van een met dergelijke kracht geladen bom onberekenbaar werd en dat zelfs experimenten op grote schaal reeds catastrofes konden verwekken, die een bedreiging voor het bestaan van de mensheid opleverden.
“Eerst nu openbaart zich aan ons alle verschrikking van ons bestaan. Wij kunnen de vraag omtrent de toekomst van de mensheid niet meer uit de weg gaan.”

Het essentiële feit, dat wij in ons geweten moeten voelen (hadden wij het niet al lang moeten voelen?)  is, dat wij onmenselijk zijn geworden naarmate wij ‘Übermensch’ werden.
Wij hebben gedoogd, dat tijdens de oorlogen mensen massaal werden gedood – ongeveer zeventigmiljoen tijdens de Tweede Wereldoorlog….; dat hele steden met inwoners en al tot niets werden teruggebracht door de atoombom…..; dat mensen in levende fakkels werden veranderd door brandbommen…..

2012-01-19-Kim-Phuc-Image_web-media-1024x771Wij namen van al die feiten kennis door de radio, de kranten, de televisie en tegenwoordig internet en wij beoordeelden ze al naar zij een succes betekenden voor de groep volkeren waartoe wij behoorden, of voor onze tegenstanders.
Als wij onszelf bekennen, dat die feiten de resultaten vormden van een onmenselijke handeling, dan gaat die bekentenis vergezeld van de overweging dat bijvoorbeeld de omstandigheden ons dwongen tot aanvaarding van die andere feiten. Maar door ons zonder tegenstand bij ons lot neer te leggen, maken wij ons mede-schuldig aan onmenselijkheid.

Waar het op aan komt is, te erkennen dat wij aan onmenselijkheid schuldig zijn. De verschrikking van die gewaarwording moet ons uit onze verdoving doen ontwaken, opdat wij onze wil en onze kracht richten op de komst van een tijdperk, waarin oorlog niet meer zal bestaan.
Die wil en die hoop kunnen slechts één doel hebben: door een nieuwe geest die hogere rede te bereiken, die ons ervan zal weerhouden een verderfelijk gebruik te maken van de ons ter beschikking staande macht.

(slot volgende week)

Advertenties