Wolf

homo homini lupus“Wanneer ik sterf, wil ik niet herboren worden. Het is verschrikkelijk belast te zijn met mensheid. Het heeft een nobele uitstraling, maar die bedekt alleen een vreselijke binnenkant. Ik heb ontdekt dat de mensheid pervers is, tiranneus, mensen zijn zelfzuchtige egoïsten. Ze handelen vriendelijk, maar het is allemaal hypocriet. Ze zijn ongecultiveerd, bedriegers.”

Zo, pak aan. En het geldt voor ieder mens, niemand uitgezonderd. Rot, rot, rot.

Carolina Maria de Jesus (1914-1977) schreef deze woorden in haar dagboek en niet zonder reden. Ze vocht dagelijks tegen de domheid, vijandschap en afgunst van haar buurtgenoten in de sloppenwijk van Sao Paulo. Als vorm van zelfontwikkelde therapie begon ze met het schrijven van gedichten, verhalen en…. een dagboek, op notitieblokken die waren samengesteld uit resten papier die ze vond bij het vuilnis.
Op een dag in april 1958 werd ze ‘ontdekt’ door een journalist die haar tegen een straatbende hoorde schreeuwen “Verdwijn! of ik zet je in mijn boek!” Op de vraag wat ze bedoelde kreeg hij te zien wat ze schreef. Eenmaal in de krant was de publiciteit niet te stoppen en al gauw verscheen het ‘boek’ in dertien vertalingen.

Het is opmerkelijk dat de mexicaanse kunstenares Frida Kahlo (1907-1954) bijna hetzelfde zegt over het leven op deze aarde: “Ik hoop dat het vertrek aangenaam is en ik hoop nooit terug te komen.”
Hoewel beide vrouwen een leven van moeite en pijn hebben gekend en het vanuit die optiek een verklaarbare wens is, is het vooral de teleurstelling in de medemens die hen tot deze uitspraak dringt.
De romeinse schrijver Plautus diagnosteerde onomwonden de rotte inborst van de mens en formuleerde het bijzonder scherp: Homo homini lupus.

‘De mens is een wolf voor zijn medemens’, of ‘de mens is voor de mens een wolf’. Het is inherent aan de mens om zelfzuchtig te zijn.
‘De mens is de wolf van de mens’ kan betekenen dat de een de ander tot prooi maakt. ‘Homo homini lupus’ kenmerkt de gruwelen waartoe een mens in staat is.

De engelse filosoof Thomas Hobbes, een van de grondleggers van de moderne politieke filosofie, gebruikte het gezegde in zijn filosofische werk ‘De cive’ (‘Over de burger’, 1642): “Om onpartijdig te spreken, beide gezegden zijn zeer juist: dat de mens voor de mens een soort God is; en dat de mens voor de mens een doortrapte wolf is. Het eerste is waar, als we burgers onder elkaar vergelijken; en het tweede, als we steden vergelijken.”

De romeinse filosoof Seneca schreef een tegengestelde uitdrukking: ‘Homo res sacra homini’, ofwel ‘de mens is iets heiligs voor de mens’.
Albert Schweitzer gaat daarin nog verder door te stellen dat alle leven heilig is en dezelfde drang tot leven kent. ‘Dat wij in staat zijn te begrijpen dat leven léven wil, plus het feit dat wij in staat zijn te helpen om leven te laten groeien waar dat mogelijk is, maakt ons mensen menselijk.’
Tsja, maar dat geldt alleen wanneer diezelfde mens bereid is te helpen in plaats van zelfzuchtig te zijn.

Het is een keus. Sommigen noemen het roeping, plicht of opdracht. De mens heeft als enig wezen de mogelijkheid tot kiezen. Te kiezen voor opoffering of zelfhandhaving. Hij heeft de mogelijkheid zichzelf te overstijgen, zich in te leven in ander leven en te helpen ander leven te bevorderen, pijn te verlichten, angst weg te nemen.

Als ik als ‘homo’ niet de mogelijkheid had gehad om ‘homine’ (menselijk) te zijn om het verschil te kunnen maken, dan zou ik liever geen ‘homo’ zijn. Want mens te zijn in de duisternis is vreselijk. Zeker voor anderen.

 

Wereld

        De wereld is vervuld met droefenis en klagen,
        Vol snode lastering en vol onwaardigheid,
        Vol vuile ogen-lust, en vol lichtvaardigheid,
        Vol onverdiende haat en dodelijke lagen,

        De wereld is vergift met wroegen ende knagen,
        Vol stage wrevelmoed en vol hovaardigheid,
        Vol ongebonden zucht en vol kwaadaardigheid,
        Vol zonden opgehoopt, vol opgehoopte plagen.

        O herten! die nog zijt van hare strikken vrij
        Vliet verre van dees trouw- en liefdeloze prij*.
        Al isse nog zo schoon versiered en bepereld.

        Vraagt niet, hoe kan het zijn, dat zij zo goddeloos,
        Zo eervergeten zij en overgeven boos?
        Eilaas! het is omdat de wereld is de wereld.

         Jacobus Revius (1586-1658)

 

 * prij = “verachtelijk menschelijk wezen […] in ’t bijzonder
als schimpnaam voor een vrouw.

Advertenties