parterre-acrobaten

ZeelandiabroedersHet is een oude foto en wellicht de enige herinnering aan de drie broers die zich de Zeelandia broeders noemden. In de bruingrijze tinten van de verschaalde prentbriefkaart kijken hun rimpelloze jongemannengezichten uitdagend, afwachtend en trots in de lens van de ongetwijfeld imposante camera, die hun bestaan zou bevestigen en vasthouden wanneer zij zelf al lang zouden zijn verdwenen.

Ze hadden vast een mooi programma, deze Hollandsche Parterre Acrobaten, die hun kunne mogelijk tentoonspreidden in rokerige zaaltjes en lokale café’s. Hoever hun faam strekte, is niet meer te achterhalen, al ging ze waarschijnlijk verder dan de zeeuwse grenzen. De foto werd gemaakt in Dordrecht, bij atelier Brugman aan de Voorstraat 102. Je ziet ze daar naar binnen gaan, vol verwachting. “Jongens,”, had er een gezegd, “we moeten prenten hebben van onszelf, om uit te delen. We worden beroemd!” Stel ik me zo voor.

Is het een decor waar ze voor poseren, of staan ze werkelijk in de hoek van een zaaltje of kamer, waar zich in de ene wand een deur naar een belendend vertrek bevindt en in de wand er haaks op een trap naar boven.? In de vloeiende beweging van hun stunt, hun benen zwierig in een synchrone beweging naar voren gebracht, heeft de fotograaf ‘geknipt’. Was het zo’n oude, grote camera waar de meester zelf onder een doek verdween om zijn kunststuk te produceren?
Waarschijnlijk niet. Atelier Brugman, begonnen in 1909, stond op een gegeven moment bekend als de ‘eerste elektrische fotografische kunstinrichting’. Uiteraard betekende dat niet dat momenten elektrisch voor de tijdloosheid werden vastgelegd. Het betekende wel elektrische verlichting voor portretopnamen. Afgelopen met de explosieve magnesiumflits, waarbij het moment van belichting onzeker was omdat het poeder pas ontbrandde nadat het met kleine vonkjes was bestookt. Om die reden werd de sluiter van de camera (op statief) opengezet (nadat de kamer was verduisterd) om pas na de lichtflits gesloten te worden. Het flitslicht werd rond 1900 geïntroduceerd in de fotografie, ‘elektrische fotografie’ was dus vrij modern.
 
Nee, de mannen waren gedirigeerd naar een hoek van de studio waar Brugman de meeste van zijn klanten neerzette. Daar zouden ze poseren.
“Wat zijn jullie? Parterre-acrobaten…. Doe maar een onderdeel van jullie voorstelling.”Marc De Clercq Collection
Ze staan op een kleed met een patroon van cirkels voor een lambrisering van hout. Een andere foto uit het atelier toont dezelfde ruimte, hetzelfde kleed, dezelfde muurafwerking. Ze waren één van de velen bij Brugman, klanten zoals allen die kwamen voor een portret. Fotograferen, gegevens noteren, aantal afdrukken, een of twee weken wachten, afrekenen. Zouden ze hebben moeten afrekenen bij voorbaat? Hoeveel foto’s bestelden ze, afgedrukt als prentbriefkaart?
 
Eén van die foto’s….. Het was het hoogtepunt van dat jaar geweest.  Met haar twee zussen was ze naar de Zeelandia Broeders geweest. ‘Hollandsche parterreacrobaten’ stond er op de foto die ze hadden gekocht als herinnering aan de avond in het kleine, rokerige zaaltje waar de drie mannen op een klein podium hun kunsten vertoonden. Met afwisselend applaus na elke stunt en onder begeleiding van een piano deden de lenige broers hun adembenemende trucs, telkens aangekondigd met een naam als de Snoek, het Stoeltje of Maria. Of series, vernoemd naar steden. Dan werd verkondigd dat het trio nu de Sittard zou vertonen, of de Groninger. Steeds weer zat het publiek in spanning vanwege de krachttoeren van de broers die op elkaars schouders klommen, of op hun handen stonden op het hoofd van de broer eronder.
Na afloop hadden de zussen een kaart gekocht die zij, als jongste, kreeg. Toen ze, later, oud geworden, de foto bekeek, die bij toeval uit een Gezangenboekje viel, hoorde ze weer het geroezemoes van het publiek, de stemmen, de piano, was ze weer even twaalf.
 
Mijn grootmoeder heeft nooit verteld over de Zeelandia Broeders. Ik weet niet of ze er echt heen ging met haar zussen. Wie weet namen haar ouders haar mee, of haar vader die was overleden toen ze acht was. Of waren ze er met het hele gezin heengeweest. De foto vond ik in het Gezangenboekje dat we meenamen toen het huis moest worden leeggeruimd. Maar er zat een dierbare herinnering aan vast, ongetwijfeld.
 
Nooit heeft ze er over verteld, mijn grootmoeder. Wie weet was ze al zeventien toen ze de voorstelling bijwoonde. Een jong meisje, vrouw bijna. Ze had lang, donker en krullend haar en droeg moderne kleding, geen zeeuwse dracht. Wie weet, hadden de broers – of eentje ervan – haar tussen het publiek gezien. Het verhaal ging dat mijn grootmoeder als klein meisje zo mooi was, dat rondtrekkende zigeuners haar hadden willen meenemen. Stel je ‘ns voor, dat het om deze broers ging en dat zij al een stuk ouder was. Ik stel me zo voor hoe ze wegdroomde bij de stoere gestalte, hoe ze samen spraken, plannen maakten voor een onzekere, maar lichtende toekomst omdat ze natuurlijk voor elkaar bestemd waren. Hoe zo’n relatie – uiteraard – werd afgekeurd thuis; tijden veranderen maar dit soort zaken niet. Het fotootje had ze altijd bewaard, altijd zich afgevraagd waarheen hij was gegaan, wat er van hem was geworden……
 
Leuk om zo te fantaseren. Niemand kent nog de Zeelandia broeders, ooit Hollandsche Parterre Acrobaten. Een beduimelde foto, bewijs van hun roem, een laatste restje. Hun sterke handen hebben het niet vast kunnen houden.
Advertenties