De klank van cadmiumgeel

skrjabinOp een avond in 1907 ontmoetten drie mannen elkaar in Café de la Paix in Parijs. Het waren Alexander Scriabin, Nikolaj Rimsky Korsakov en Serge Rachmaninov. Café de la Paix lag vlak bij de Grand Opera, waar ze zojuist een repetitie hadden gehad. Hun gesprek ging over de connectie tussen kleuren en klanken, een idee dat onbekend was bij Rachmaninov. Rimsky Korsakov stelde dat de overheersende D-majeur (“de kleur van goud”) in de kelder-scène van Rachmaninov’s ‘De Gierige Ridder’ aantoonde dat laatstgenoemde gevoelig was voor kleur in geluid. Of Rachmaninov iets met deze wetenschap heeft gedaan, is niet bekend; Rimsky Korsakov daarentegen gebruikte zijn gave al sinds 1867.

Scriabin interesseerde zich voor de psychologische effecten van het gelijktijdig gewaarworden van klanken en kleuren. Volgens hem werkte de juiste corresponderende kleur bij een muziekstuk als ‘een krachtige psychologische klankbodem voor de luisteraar’.
In het gedicht Prométhée (1911) voor koor, orkest, piano en orgel gebruikte hij een kleurenklavier, dat bij bepaalde akkoorden kleurencombinaties op een scherm projecteerde.

Volgende week maandag, 27 april is het honderd jaar geleden dat Alexander Nikolajevitsj Scriabin op 43-jarige leeftijd overleed aan het onvoorstelbare gegeven van bloedvergiftiging door een puistje of abces aan zijn bovenlip. Te jong voor dit genie dat balanceerde op de grens tussen artistieke zin en waanzin. Hij had het mystiek akkoord ontdekt en bracht de noten in zijn muziek tot geestelijk leven, uitstijgend en de luisteraar meevoerend boven het stoffelijke uit.

Mijn buurman is idolaat van de jonggestorven componist. Zielsverwanten zijn het en wanneer hij ’s avonds de voor het oor chaotische klanken aan zijn bovenmaatse vleugel ontlokt, is de atmosfeer vervuld van een ontegenzeglijk milde en bovenaardse sfeer die de wereld buitensluit en de geest meevoert in een warme, vreemde en zinderende beleving van ongrijpbare melodieën met onverwachte wendingen die onaards en bijwijlen onaangenaam aandoen en toch een hoog meditatief gehalte kennen, de luisteraar nochtans geen rust gunnen, terwijl de ontspanning hem evenwel doortrekt.

Gisterenavond liet hij het verschil horen met muzikale taal die de luisteraar direct aanspreekt, noten waarbij je van nature aanvoelt welke er op zal volgen en welks melodie – vaak ééndimensionaal – zich nestelt in je lichaam en aanzet tot bewegen. Dit in tegenstelling tot de klanken van een Scriabin, die een duidelijk geestelijk karakter dragen, klanken die het lichaam in het stof laten, maar de geest weten mee te voeren. Het lééft.
Toch…. de muziek geeft nergens antwoorden, blijft zelfs vragen stellen. Steeds weer opnieuw. Soms tot ergernis van de luisteraar.

Maar hoe nu nu kwam Scriabin tot zijn conclusies die zo’n invloed hadden op zijn werk? Het zien van kleuren bij het horen van klanken is een aangeboren gave die synesthesie heet.
Synesthesie is het verschijnsel dat wanneer een zintuig geprikkeld wordt, bijvoorbeeld men hoort de klank van een woord, men ook gewaarwordingen van een ander zintuig ervaart, men ziet bijvoorbeeld tegelijkertijd de kleur blauw. In dit geval ‘hoort men kleuren’ en dit noemt men kleurwoordsynesthesie. Ook andere combinaties van zintuiglijke overdracht komen voor. Sommigen ervaren vormen bij het proeven van gerechten, weer anderen horen klanken bij geuren. Of ervaren een kleurenspectrum tijdens een orgasme. Het gaat in elk geval om een mate van extase.
Synesthesie komt bij ongeveer 1 op de 20 personen voor. De combinatie kleur-woord lijkt daarbij het meest voor te komen.

Van zijn synesthetische gewaarwordingen werd Scriabin zich voor het eerst bewust toen hij in een concertzaal naast zijn collega Rimsky Korsakov zat en opmerkte dat het stuk in D-groot waar zij naar luisterden hem geel voorkwam, waarop Rimsky Korsakov antwoordde dat het stuk hem goudkleurig voorkwam. Scriabin begon sindsdien te letten op de kleureffecten van verschillende toonaarden. Hij had spontane kleurervaringen bij stukken in C-, D- en F-klein. Een stuk in C correspondeerde met rood, D met geel en F-klein met blauw. De andere kleuren leidde hij af door het kleurenspectrum naast de reeks toonaarden.

Soms, vertelde Scriabin, nam hij eerder de verandering in kleur waar dan de verandering in toonaard. Daarom zou volgens hem de toevoeging van kleur aan muziek de auditieve en visuele effecten simultaan versterken.
Niet alle muziek gaf hem kleurgewaarwordingen. De ‘oude’ muziek zoals de symfonieën van Beethoven met veelvuldige veranderingen van toonaard, riepen bij hem weinig kleur op: “Ze zijn te intellectueel. Het heeft niet de psychologische basis van moderne muziek.”

Scriabin_keyboardVia de theosofische filosofie raakte hij vanaf zijn dertigste steeds meer betrokken bij het mystieke denken, en kwam hij tot de conclusie dat geluid en extase aan elkaar gekoppeld dienden te worden. Zo zou muziek een rituele functie krijgen. Dat komt duidelijk naar voren in zijn Derde Symfonie uit 1904 die als ondertitel Het Goddelijke Gedicht heeft.

Scriabin gebruikte voor zijn kleur-toonaard-correspondenties niet zijn persoonlijke ‘synthetische schema’, maar zocht een universeel schema dat voor alle mensen geldig is. Inspiratie en voorbeelden daarvoor vond hij in de theosofische geschriften van madame Blavatsky.
De toetsen van het klavier zijn hier gekleurd in die kleuren welke Scriabin bij de verschillende toonsoorten ‘zag’, zoals gecomponeerd door hem, in de Prometheus Symfonie (het Gedicht van het Vuur).

Van Gogh
VanGogh_SterrennachtOok Vincent van Gogh ervoer kleuren bij klanken. Hij nam pianolessen in Eindhoven bij Hein van de Zande om met de nuances van klankkleur kennis te maken. Van Gogh probeerde de klanken en kleuren te verbinden en te benoemen, zoals hij dacht ook op zijn palet te doen met behulp van de theorie van kleuren door Goethe en in de complementaire kleurencirkel van Delacroix.
Van de Zande, die zag dat Vincent de tonen van de piano vergeleek met Pruisisch blauw, donkergroen en oker tot en met cadmiumgeel, dacht dat hij met een gek te maken had en stuurde hem weg.Vincent_Van_Gogh_0020

Het maakt de kunst van Van Gogh begrijpelijker en geeft een blik in zijn getergde geest, die eveneens balanceerde op de grens van artistieke zin en waanzin. Wat zou het fascinerend zijn als we zijn schilderijen zouden verklanken aan de hand van de gebruikte kleuren. Op die manier zouden we een indruk hebben van het gevoel dat Vincent had tijdens het schilderen.

De muziek in de opera Lohengrin van Wagner bracht de kunstenaar Kandinsky tot de volgende uitspraak: “In gedachten zag ik al mijn kleuren, ze bevonden zich recht voor me. Wilde, bijna krankzinnige lijnen verschenen voor mijn ogen.” In wezen riep de muziek in deze opera voor de jonge Wassily de avondkleuren op van zijn geliefde Moskou, kleuren die hij zo graag had willen weergeven op het doek. Kandinsky koppelde klank aan kleur en was van mening dat schilderkunst dezelfde krachten kan ontwikkelen als muziek.synesthesist in actie

Het ligt voor de hand om te veronderstellen dat het mogelijk is dat een schilderij een muzikale ervaring oproept. Het krijgen van kleuren(beelden) bij het horen van klanken is een interessant gegeven, maar andersom: het ervaren van muziek bij het kijken naar een schilderij moet ronduit fenomenaal zijn. Wat ‘hoort’ een synesthesist wanneer hij de Nachtwacht ziet, of de Zonnebloemen?
Volgens mijn buurman is het meer een ervaring die je ondergaat.

Mystiek akkoord
Tot ongeveer 1905 was Scriabin voor zijn werken goeddeels beïnvloed dor de componisten van de Duitse Romantiek, maar daarna ontwikkelde hij een eigen toonsysteem en liet hij de tonaliteit voor wat zij was. Hij ging meer experimenteren, onder meer met harmonieën, die niet langer een terts als basis hadden, maar een kwart. Dat leidde in uiterste consequentie tot atonaliteit.

Het uiteindelijke basisakkoord waarvoor Scriabin koos, was C-Fis-Bes-E-A-D, door hem mystiek akkoord genoemd, hetgeen dient als klankcentrum dat in elke gewenste richting kan worden getransponeerd.
Hij kwam hiertoe door zes van de boventonen die elke klank in zich draagt (32 in totaal), af te zonderen en als één akkoord aan te slaan volgens de ordening die naar zijn overtuiging een perfecte eenheid vormde.

Scriabin meende dat de kunst in zijn algemeenheid, maar de muziek in het bijzonder, diende te worden aangepast aan de nieuwe filosofische, esthetische en religieuze inzichten. Volgens hem was zijn Derde Symfonie een keerpunt in zijn ontwikkeling als componist. Hij verklaarde dat hij in dat werk voor het eerst ‘het licht had gezien’ bij de muziek, waardoor hij het adembenemende van het geluk had leren kennen.

In 1907 voltooide hij zijn Vierde Symfonie, met de ondertitel Extatisch Gedicht. In deze context bedoelde Scriabin met extase niet een trance-achtige toestand, maar een vorm van dadendrang, waarin de goddelijke kracht van de vrije wil tot zelfverwezenlijking leidt, die in Scriabins partituur aan het slot wordt gerealiseerd in het langst aangehouden C-groot akkoord uit de muziekgeschiedenis. In dit Extatisch Gedicht komt een vioolsolo voor die al vooruitloopt op de thematiek van Prometheus (Vijfde Symfonie, Gedicht van het Vuur).

Ondertussen werkte hij aan een compositie waarin de diverse kunstuitingen zouden worden samengevoegd: licht, geuren, dans en decors, orkest en zangers, beelden, kleuren en visioenen.
Al componeerde hij er geen noot voor; steeds meer verloor hij de realiteit uit het oog. Zijn Mysterium moest worden uitgevoerd in een halfronde tempel in de Himalaya.
“Ik zal niet sterven. Ik zal stikken in extase na het Mysterium,” zei de componist, en hij bereidde zich voor op een verblijf in India door een zonnehelm en een Sanskriet-grammatica aan te schaffen.
Hij was ervan overtuigd dat na de uitvoering het universum zou imploderen en de mensheid zou in een extase van geluk overgaan in een nieuwe dimensie.

In dit geval had hij min of meer gelijk, in 1914 brak de Eerste Wereldoorlog uit, maar tot een uitvoering van het Mysterium kwam het niet, door een lullig abces aan zijn lip dat zijn bloed vergiftigde.
De begrafenis van de meest bizarre componist uit de muziekgeschiedenis had plaats in een stromende regen. Onder de treurenden bevond zich uiteraard Sergej Rachmaninov, naast vele andere collega’s. Bij die gelegenheid liep Sergej Tanejev, hun beider docent voor contrapunt, een longontsteking op, waaraan hij overleed.

Scriabin had de wereld verrijkt met een geheel nieuwe muzikale taal, waarbij geluid, kleur en zelfs geur een rol kon spelen. Een taal, die in staat was de hoorder in een extase te brengen die tot dan toe onbekend was.

epiloog: universele harmonie
De antieke wijsgeren vroegen zich reeds af of klankkleur (timbre) een fysieke eigenschap was van muziek zoals toonhoogte dat is. Nadat Pythagoras de mathematische orde van muzikale harmonie had ontdekt door de afstanden van snaren te relateren aan opeenvolgende octaven, vatte de idee post dat kleuren en klanken in het universum volgens mathematische wetten gekoppeld waren.

Deze wetenschap opent een deur naar kennis over de samenhang in en van het universum, niet alleen muzikaal, ook wiskundig, natuurkundig en wellicht ook theologisch. In het scheppingsverhaal komt materie voort uit klank (het woord) ofwel trilling ofwel energie.

Bertus Aafjes beschrijft het in zijn epos In den Beginne, het scheppingsverhaal in pure poëtische vorm, als een ruimte vol klanken:
Zo werd de dag één luide vocalise
Vol zin en zegbaarheid, en die tevoren
Aarde der aarde was, stof van de stof,
Bevrijdde zingende zich van zijn zwaarte,
Want met de woorden die zijn mond ontvielen,
Ontvielen hem de aardgebonden kluisters
Der dingen die hij noemde bij de namen.

Hij zong zich weg van hen en zong hen weer,
Zong zijn verwijdering in heromhelzing,
Hergreep, wat scheen geweken, in begrijpen,
– Meer en meer menswordend: macht van de taal –
Zichzelve meester wordend door het woord.

Maar ook J.R.R. Tolkien vertolkt de schepping in klanken aan het begin van zijn ‘Silmarillion’, in ‘De Muziek van de Ainur’.
…. en de muziek en de echo van de muziek vervlood naar de Leegte, en deze was niet langer ledig…… Ilúvatar zat er luisterde en lange tijd scheen het hem goed toe, want de muziek had geen gebreken. Maar naarmate de muziek voortschreed, kwam het in Melkor’s hart op om er zaken van zijn eigen verbeelding, die niet in overeenstemming waren met het thema van Ilúvatar, in te weven. ……
en meteen ontstond disharmonie rondom hem….. en de melodieën die tevoren waren gehoord, gingen onder in een zee van geluid…… Tenslotte leek het alsof er twee muziekstukken tegelijk klonken en zij waren volkomen verschillend. Het ene was laag en ruimtelijk en mooi, maar langzaam en vermengd met een onmetelijk verdriet, waaraan het zijn schoonheid voornamelijk ontleende. Het andere had nu een eigen eenheid bereikt; maar het was luid en ijdel, met eindeloze herhalingen; het bezat weinig harmonie, maar eerder een luidruchtige samenklank als van vele trompetten die enkele noten schalden. …..
Toen sprak Ilúvatar en hij zei: “Ik zal de dingen die gij hebt gezongen, zichtbaar maken opdat ge ziet wat ge gedaan hebt.” En hij liet hun een visioen zien, hun gezicht schenkend waar tevoren slechts gehoor was geweest; en zij zagen een nieuwe Wereld die zichtbaar voor hen werd gemaakt, en deze werd tot een bol gevormd te midden van de Leegte en werd daarin geschraagd, maar maakte er geen deel van uit. En terwijl zij keken en zich verbaasden, begon deze Wereld zijn geschiedenis te ontvouwen, en het scheen hun toe dat zij leefde en groeide. En toen de Ainur een tijd lang hadden toegekeken en stil waren, zei Ilúvatar opnieuw: “Aanschouw uw Muziek!”

Het idee van Alexander Scriabin dat de wereld in een extase van klank, licht en reuk naar een hogere dimensie zou groeien, was zo gek niet. De energie en de samenstelling van het universum gaat ver boven ons voorstellingsvermogen uit. Scriabin heeft een stukje ervan kunnen ervaren en is in staat geweest het te ‘verwoorden’. Dankzij de russische componist Alexander Nemtin, die zich in 1972 ontfermde over de losse fragmenten van Scriabin’s Mysterium en, gebruikmakend van de laatste pianostukken en zijn Sonates 8, 9 en 10, reconstrueerde hij het stuk en enkele jaren later reconstrueerde hij de twee veelomvattendender ‘Mensheid’ en ‘Transfiguratie’ die Mysterium completeerden.
Het universum implodeerde niet…… tot nu toe.

Ik blijf me alleen afvragen of Scriabin wellicht de rol van Tolkiens Melkor vervult en zijn ideeën als onbeantwoorde vragen weeft door de perfecte melodie van het universum, iets aanrakend wat wel aanwezig is maar niet als zodanig afgezonderd mag zijn, omdat het in zichzelf niet harmonisch maar dissonant is.
Zoals eerder gesteld, op de grens van artistieke zin en waanzin…… een universum op zich.

Advertenties