Sunshine

Anton en Jo in park bij boom_1948Het stond voorin een klein notitieboekje. Een boekje met adressen en enkele bladzijden met kasboeknotities over de maanden maart, april en mei 1948. Het behoorde aan mijn moeder en ze was 23 jaar. Op 20 september 1947 verloofde ze zich met mijn vader die ze toen drie jaar kende en het is goed mogelijk dat het adresboekje is samengesteld met het oog op die verloving, een heus feestje, met veel bloemen, geschenken en wat foto’s. Een paar voorwerpen die te zien zijn op de geschenkentafel hebben de tijd tot nu toe overleefd.

Achter diverse adressen verschijnen beelden van de mensen die daar woonden. Herinneringen aan mensen die allen, zonder uitzondering, niet meer leven. Betty Jane van der Ven die naar Michigan emigreerde, Wim van Middelkoop uit de Margrietstraat die met Michaline van Wijngaarden uit de Robijnstraat was verloofd en die in Lunteren zouden gaan wonen, Annie Lubbers uit Nijmegen, Frits Müller uit Haarlem die oorspronkelijk uit Hongarije kwam, Herman Mens uit Boskoop die aan de Rozenlaan ondergedoken had gezeten, ooms en tantes.

De kasboekpagina’s tonen dat ze wekelijks 6 gulden loon beurde, dat ze vijftien gulden en zestig cent betaalde voor een paar schoenen en 3,98 voor een kraagje, drie kwartjes spaarde per week en bij Lommerrijk iets ‘gebruikte’ voor 55 cent. Dan volgt een notitie over het breien van een slipover (boord: 114 steken 8 cm. lang, 12-11-11-12 (9 st.) = 123 st. Patroon: 6-3-6- enz. Armsgat 5,3,2,1,1, 12 st. x2=24).

Op de eerste pagina van het boekje een klein gedichtje. Bekende regels van een populaire song. Ontroerende woorden. Ik vermoed zo dat ze aan mijn vader heeft gedacht toen ze het opschreef.
Wanneer je de hele tekst van het lied opzoekt, geven de coupletten naar mijn idee een wat minder romantisch beeld dan het refrein en wanneer je de achtergrond kent van het lied wordt het nog eigenaardiger, net zo eigenaardig als de overgang ergens op tweederde van het begin. Dan gaat het opeens over de schoonheid van de staat Louisiana. Het zoeken naar de achtergrond maakt het verhaal niet mooier en doet afbreuk aan de emotionele lading.
Een jonge vrouw, net verloofd of op het punt te verloven, en ze schrijft een gedichtje op dat wellicht haar hele gevoel weergeeft.

You are my sunshine,
My only sunshine.
You make me happy
When skies are grey.
You never know, dear,
How much I love you.
So please do not take
my sunshine away.

Een toelichting is er niet en niemand kan het nog verder verklaren. Het staat er en dat is het. De eerste regels weerspiegelen het geluk, de liefde. De laatste zin bevat het besef van de kwetsbaarheid, het broze ervan.
Het gaat ons niet aan meer te willen weten. Onze nieuwsgierige vingers zouden het slechts bezoedelen wanneer we het hoe en wat willen weten van die eenvoudige woorden van een jonge vrouw aan het begin van haar volwassen leven. Woorden die een andere klank krijgen wanneer we weten dat die vrouw ruim twintig jaar later zal overlijden.Anton en Jo in park op bank_1948
Wat zou mijn vader hebben gedacht toen hij nadien dit boekje vond en het gedichtje las? Het is zoet en bitter, smart in pure vorm.

Het staat voorin een klein notitieboekje en het is ontroerend. Iemand maakte haar zo gelukkig en die iemand was mijn vader. Daarvoor schieten woorden te kort.

Advertenties