De ogen van Jans van Delden

Jans van Delden_Broodje met kaas_ogen2‘U bent voorbij gegaan aan de blik in Jans’ ogen! Een blik, die mij regelmatig naar haar doet kijken en mij ontroert. U had aandacht mogen…. nee moeten besteden aan haar gevoelens.’

In maart vorig jaar schreef ik over Broodje met Kaas, een rotterdamse prostituee die rond de eeuwwisseling leefde in de Zandstraat. Het artikel verscheen in november in de Oud Rotterdammer. Blijkbaar voldeed het stuk aan een behoefte (het artikel bedoel ik dan, maar ongetwijfeld voldeed ook de vrouw in kwestie aan behoeften), want ik ontving er diverse reacties op.
Enkele mensen waren ontroerd door de foto van Jans van Delden. Een mevrouw die opbelde, zei dat de krant voor haar lag en ze steeds moest kijken naar het portret.

Enkele weken later ontving ik een e-mail. ‘Een interessant stukje historie in een zeer prettige stijl geschreven’ stond daarin. ‘Een stijl, welke, gelet op de kleine side steps die de schrijver op een enigermate speelse wijze in het verhaal maakt, verraadt dat hij iemand moet zijn met het vermogen om fijn onderscheid te kunnen aanbrengen.‘ Een mooi compliment waarvan ik zo onbescheiden ben het gewoon op te nemen in dit stukje.

Maar de man gaat verder: ‘In dit verband verbaast het me dan ook enigszins, dat u op wat luchtige wijze over de foto van Barrendina of zo u wilt Jans heen stapt. U stelt haar voor als een ogenschijnlijk keurige vrouw, die net zo goed mijn grootmoeder had kunnen zijn. Ja…. ennuh, u hebt gelijk, in theorie had dat gekund.
Maar, heel voorzicht opgemerkt, u bent voorbij gegaan aan de blik in Jans’ ogen! Een blik, die mij regelmatig naar haar doet kijken en mij ontroert. Ik zie in die blik een teleurgestelde dame, niet zomaar een vrouw, maar een krachtige dame, die zich staande wist te houden in een periode waarin, zoals u het noemt, de normen en waarden een andere klank bezaten dan thans het geval is. Een dame, die ongelukkig was, maar die in wezen ver verheven was boven het rapaille dat zij met haar lichaam bediende.
Achter die ogen ligt een wereld van ellende, en dus ook van gevoelens. Ook daaraan had u wat mij betreft aandacht mogen….. nee, moeten besteden! Vooral ook, omdat ik van overtuigd ben, dat u Barrendina’s gevoelens prachtig zou kunnen verwoorden.‘

Hij had gelijk, wat die gevoelens betreft. Ik heb dat weliswaar ook gezien, maar wilde er niet te diep op ingaan omdat je dan al snel op veronderstellingen uitkomt. Ik poogde feiten te vermelden die ik voorhanden had.
Uiteraard kon ik vermelden dat ze niet al te vrolijk keek omdat ze op het politiebureau zat waar een agent een foto van haar maakte, maar het is waar…… er is meer in haar blik.
Een diep verdriet, een mismoedigheid, verslagenheid?…… Ik zie in elk geval geen blik van verbittering of boosheid omdat ze op het bureau zit.Barrendina Jans van Delden alias Broodje met Kaas

“Ogen zijn een spiegel der ziel,” schijnt Leonardo da Vinci in de 15e eeuw te hebben gezegd en toen al citeerde hij. Het idee is dus al veel ouder. Of werkelijk werd bedoeld dat de ogen de ziel weerspiegelen, is de vraag, mogelijk doelde Da Vinci op het feit dat de wereld via de ogen tot de ziel komt: “Het oog is het voornaamste middel, waardoor zintuiglijke waarneming het oneindige werk van de natuur op zijn overvloedigst en mooist kan beschouwen.” Maar dat terzijde.
De ogen van Jans zullen veel gezien hebben dat niet zo fraai was. Een vrouw ‘in het leven’ ziet meer vuiligheid dan haar lief is. Laten we dus maar kijken naar hetgeen haar ogen ons vertellen over de mens die ze was.

Wanneer de foto van Jans wordt vergroot, kijkt een nog jonge vrouw ons aan, open, gelaten en met een zweem van onbevangenheid. Ze kan er ook niets aan doen dat ze in dit leven zit.
Tsja, en dan verder….. worden het veronderstellingen. Die foto zal echter niet voor niets zijn gemaakt op het bureau van politie. Een registratie van publieke vrouwen was niet aan de orde, het maken van een foto in die tijd zowiezo iets buitengewoons. Ze zal wel een (klein) vergrijp hebben gepleegd. Het adres waar ze werkte (woonde?) stond bekend als het ‘dievenhol’.
Dankzij haar vergrijp echter is ze geportretteerd. Zonder die merkwaardige reddingsboei was ze verdwenen in de zee van de tijd.

Het stadsarchief van de gemeente Rotterdam wees me desgevraagd op de site stadsarchief.rotterdam.nl/collectie/digitale-stamboom en als je weet wat je zoekt, vind je de feiten die de bouwstenen zijn voor de reconstructie van haar leven. Zo doende kan ik iets meer vertellen over de vrouw die blijkbaar een groot aantal lezers raakte.

De wieg van Barendina (niet: Barrendina) Johanna van Delden, geboren op 3 november 1871, stond in Rotterdam. Ze was het vierde kind en derde dochter van Matthijs van Delden en Barendina Johanna Dompeling. Later kreeg ze nog twee broertjes. Omstreeks 1870 was het gezin van Den Haag naar Rotterdam verhuisd. Pa werd daar koopman is groenten. Groenteman! Die kende dus veel mensen. Dan ben je niet blij wanneer je dochter het publieke leven ingaat.

Of de plek van haar wieg bepalend was voor haar toekomst is onbekend. Het schijnt een normaal gezin te zijn geweest. Een meisje, onbevangen en onbeschreven zoals alle kinderen, hooguit belast met hetgeen haar voorouders aan genen en gewoonten overbrachten in het kleine mensje. Een oudste broer, twee zussen, en later twee kleine broertjes. Hoe zij in ‘het leven’ terechtkwam….?
Enkele data springen in het oog. Jans huwt (pas) op haar 31e, op 17 december 1902. Is ze dan al ‘publiek’? Mogelijk. Haar echtgenoot is de ruim een jaar jongere Duitser Joseph Pelz, geboren in Tijrol bij Remscheid (Pruisen). Jansje heeft dan al een drama achter de rug. Emotioneel of zakelijk, in elk geval beviel ze, 23 jaar oud, op 10 oktober 1895 van een meisje dat ongenaamd wordt begraven. Vader onbekend. Waarschijnlijk een ongelukje.

Hoe lang zou ze Joseph gekend hebben voordat ze eind 1902 met hem trouwde? Joseph Pelz wordt door de agent die rond 1920 notities maakte in het boekje over de Zandstraat omschreven als een internationale koppelaar die een nachtzaak had aan de Zandstraat 64. Of hij dat in 1902 al was, is onbekend. In de registers wordt als beroep opgegeven varensgezel en later bierhuis-houder. Hij had al een huwelijk achter de rug met de vier jaar oudere Maria Elisabeth Meeus, van wie hij begin 1898 scheidde.
Saillant detail: die twee huwden op 7 oktober 1891, op welke dag zij ook hun zoontje Karel, die op 5 juni van dat jaar was geboren, erkenden. Karel overleed op 5 februari1892, 7 maanden oud.

Als er nog nazaten van Joseph Pelz leven, zijn ze vast niet blij met deze informatie. Op genealogische sites vond ik alleen zijn laatste huwelijk met Catharina Elisabeth Nieuwendaal. Op hún trouwdag in februari 1924 was Joseph 51, de bruid 23. Maar naast Maria Meeus en Jans van Delden was er nòg een gelukkige: de elf jaar jongere Johanna Maria Susanna Abramsen uit Den Haag, met wie hij op 8 december 1909 trouwde en van wie hij pas in mei 1920 scheidde.
Joseph Pelz woonde daarna aan de Schiedamschendijk en overleed in 1936, 63 jaar oud, vier keer gehuwd, bekend bij de politie.Schavensteeg 22 1910

Hij en Jans scheidden op 20 juli 1908. Haar eerste huwelijk was een teleurstelling geworden. Ze bleef in de buurt wonen van haar oude woning, Schavensteeg 22, een zijstraat van de Zandstraat. Jans – bijgenaamd Broodje met Kaas – woonde daar drie, vier jaar met Jan van der Laan, een nachtkoetsier en later met Marinus Bressen, bijgenaamd ‘lange Rinus’. In 1912 was echter de hele wijk gesloopt om plaats te maken voor het nieuwe stadhuis aan de Coolsingel.
Waarheen zou ze gegaan zijn? De pittige wijk, die de Zandstraatbuurt was, spatte uiteen en de inwoners, cafébazen, logementhouders, publieke vrouwen en zeelui verspreidden zich over de stad.

Jans duikt nog eenmaal op: wanneer ze op 10 maart 1915 (honderd jaar geleden!) trouwt met Johannes Nicolaas le Roij (ketelbikker, laswerkman, onbekende vader, moeder: Antoinetta le Roij). Jans is dan 43, Jan 26.
Laten we er van uitgaan dat ze zeven jaren rust heeft en redelijk gelukkig is, om een goede afloop te veronderstellen.

Op 26 mei 1922 overlijdt Barendina Johanna van Delden, vijftig jaar oud. Het boek sluit zich. Haar naam leefde voort in drie nichtjes, die – net als zij – waren vernoemd naar haar moeder.
(Zowel haar zus Anna Maria als haar broers Jacob en Christiaan noemden hun dochter naar grootmoeder Barendina Johanna en daarmee is gelijkertijd (en onoverkomelijk) ook hun tante genoemd. Haar oudste broer Matthijs noemde zijn oudste zoon Matthijs, daarmee is de jongen minstens de vierde Matthijs van Delden op rij.)
Johannes le Roij huwde na haar overlijden met Anna Maria Magtilda Romein, geb. 19-4-1886 in Hillegersberg en kregen een zoon op 10-9-1926: Johannes Nicolaas (niet gedoopt).

Terug naar het e-mailbericht waarmee het begon. U hebt volkomen gelijk wanneer u stelt dat haar blik veelzeggend is. Ze heeft geleefd, verwachtingen gekoesterd, teleurstellingen gekend. Ze heeft onder ons gewoond en haar rol gespeeld.
Jans van Delden had eigenlijk allang vergeten moeten zijn. Niemand die zich haar herinnerde, niemand die ooit nog naar haar vroeg. Het was een ingeplakt portretje met een aantekening van een onbekende agent, driekwart eeuw verborgen in een boek, daaropvolgend het artikel van een nieuwsgierige schrijver, dat haar aan de vergetelheid ontrukte.
Mooi eigenlijk dat die vrouw ons na honderd jaar nog kan ‘bekoren’. Haar leven was geen feest, maar haar huwelijk een eeuw geleden verdient een herdenking. Bij deze!

Advertenties