Haasje-overspel

haasjeover door Leontine SiesIn de winter hadden we voorleesavonden. Wintervoorleesavonden. Onverwachte, persoonlijke literaire voorkeuren van bekende mensen, voorgelezen in een intieme sfeer rondom een brandende kachel. Ouderwets aandoende avonden waarop naast koffie ook warme chocolade en later op de avond drankjes als oude genever, boerenjongens en citroenbrandewijn werden geserveerd.
In een met kaarslicht en petroleumlamp verlichte kamer zaten de bezoekers aandachtig te luisteren naar de afwisselende verhalen en soms gedichten, en na het verhaal werd vaak van gedachten gewisseld. Heel af en toe was er ook muziek bij.

Die avond was A. uitgenodigd om te lezen. Tijdens de koffie voorafgaand sprak ik met hem. Hoe leuk het was en hoe lang hij al niet meer werkte. Zijn lange witte baard kon het jeugdige in zijn gelaat niet verbloemen. In gedragen bewoordingen vertelde hij diverse belevenissen. Opeens  – ik wist niet dat het buiten strips uit de Donald Duck echt mogelijk was – vloog er uit zijn kraag een motje. Het fladderde onzeker weg van zijn hoofd en mijn verbazing belette het mij het diertje te volgen, zo intens keek ik A. aan. Hij had daar geen erg in, babbelde rustig voort, lachte wat en nam een slok koffie.
Een motje, dacht ik. Er vloog echt een motje uit zijn baard! Of z’n kraag.

Tijdens het lezen vertelde hij over de oude kinderspelletjes die ze vroeger op straat speelden. Hoepelen. Hinkelen. Tollen. Of het leuke haasje-overspel.
Verstond ik het goed? Ik keek rond. Niemand gaf een blijk verrast te zijn, zo bepaald bij het verhaal waren ze. Of bij de ouderwetse spelletjes. Het leuke haasje-overspel. Haasje overspel.
Ik herhaalde het in mijn gedachten. Hij zei het echt, maar hij bedoelde het niet zo. Vast niet. Haha, er vloog echt een motje uit hem.

Later sprak ik Carla. Met een glas wijn in mijn hand (het kan ook een borreltje geweest zijn) vertelde ik haar over het leuke haasje-overspel. Even keek ze me aan, voordat ze in lachen uitbarstte.
“Nou, dat kenden we vroeger wel ja.” En samenzweerderig voegde ze er aan toe: “Dat zal hij nooit gespeeld hebben.”

Maanden gingen voorbij, tot ik tegen het eind van het jaar een kado kreeg. Het ging vergezeld van een envelop met daarin een kort gedichtje, het werd gniffelend overhandigd. Nog voor ik het had uitgelezen werd er luidkeels gelachen.
Mooie tijden waren dat.

 

Het leuke haasje-overspel

dat kennen jullie zeker wel?

De ene wipt over de ander

we doen het allen met elkander.

Er blijft een grote vraag – dat wel:

“Wie wordt het haasje overspel”?

Wellicht…. Marcel !haasje-overspel

Advertenties