Archeologie van morgen

ho%20niet%20weggooienEen jaar of acht geleden was ik bij een bijeenkomst van het Erfgoedhuis in Zuid-Holland. Tijdens die dag deed Gerard Rooijakkers, hoogleraar Cultuurgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam, een aardig idee aan de hand.
Wanneer er opgeruimd moet worden, de zolder, of het huis van je ouders, of je eigen spullen, neem dan twee dozen met daarop de etiketten: TE BEWAREN en WEGGOOIEN. In de doos met te bewaren spullen komen meestal de waardevolle dingen. In de doos met weg te gooien dingen verdwijnen meestal de onbelangrijke papieren, rommeltjes, zooi….
Wanneer je klaar bent met sorteren, doe de dozen dicht en ruil vervolgens de etiketten om.

Waar het om gaat is dat de dingen waarvan we menen dat ze bewaard moeten worden, niet uniek zijn. Iedereen denkt dat juist dat bepaalde boek of voorwerp speciaal is. Maar juist die dingen worden bewaard. Wat we weggooien is vaak wat een echt beeld geeft van ons verleden en wat waarschijnlijk door iedereen wordt weggegooid. Juist die kleine zaken vormen de geschiedenis van onze cultuur.

De geschiedenis wordt geschreven aan de hand van wat de historie achterlaat. Grote gebeurtenissen springen in het oog, horen bij het collectief geheugen. De wijze waarop deze worden geinterpreteerd, leiden historici af uit dokumenten, gevolgen, boeken, maar ook kunst en mode, beide vaak een reactie op de heersende tijd. Verder ook dagboeken, brieven, tekeningen, kattebelletjes, rekeningen, herdenkingstegels en -penningen, foto’s. (Verwacht wordt dat dit digitale tijdperk, met heel veel informatie en e-mailberichten, straks het slechtst gedokumenteerde tijdperk wordt, omdat veel van dat materiaal verdwijnt.)

Suikerzakjes, sigarebandjes, sinaasappelpapiertjes, etiketten, noem de rotzooi maar op die onze (groot)ouders (en wijzelf) verzamelden en die we glimlachend de vuilnisbak inschuiven. De beerputten van vroeger staan gelijk aan onze vuilnisemmers en zijn de schatkamers van archeologen. Daaruit rijst het beeld van het dagelijks leven van onze voorouders.

De meeste mensen zijn historisch geïnteresseerd. Misschien in eerste instantie niet bewust, maar bij het zien van (oude(re)) foto’s, het horen van oud liedjes, zelfs het na jaren terugzien van kennissen, klasgenoten of andere bekenden, is het “oh ja, weet je nog…” niet van de lucht. Herinneringen, emoties… Vroeger…
Een mens haakt naar het toekomende, naar het volgende, naar wat komen zal, hoe het zal worden, wat wij zullen worden. Hoop vaak op iets anders, op iets beters…
Pas later, opeens, zien we om, zien we “hoe het was”.

(Haken naar het toekomende, verlangen naar het voorbije….. Omdat het voorbije is ontdaan van de onzekerheid van het toekomende. Het is overzichtelijk geworden. Het ‘nu’ schijnt niet interessant, terwijl dat toch het enige moment is waarop je invloed kunt uitoefenen. Maar dat wordt een artikel apart.)

Wanneer hetgeen dat was, is, dan zien we het vaak niet omdat het zo normaal schijnt. Het “nu” lijkt niet interessant. En toch is het Nu het enige moment wat werkelijk telt in het leven. Pas als het voorbij is, schijnen we het te waarderen. We slaan er geen acht op omdat we denken dat het er morgen nog is.

Waarom hangen we zo aan vroeger? Was het toen beter? Nee, zeker niet, maar we weten hoe het toen was, in tegenstelling tot het toekomende. Het lijkt veiliger, vertrouwder. Zeker wanneer het gaat om herinneringen aan zaken en personen die ons als kind omringden, zijn die indrukken sterker. Het is ons verleden wat nog tastbaar is zolang het bestaat. Zonder dat hebben we geen achtergrond, want foto’s zijn niet voldoende, die gaan maar één of twee generaties mee voor wat betreft herinneringen.
We verlangen allemaal terug naar dat stukje wereld waar we opgegroeid zijn. Als dat er niet meer is, zijn we “ontheemd”.

Er is een enorme historische belangstelling, maar deze beperkt zich tot persoonlijke geschiedenissen, familiestambomen, biografieën, boeken van Geert Mak…. Er is blijkbaar grote behoefte aan antwoord op de vraag: waar liggen mijn wortels. Maar er is weinig oog voor het grotere geheel: voor de loop, de continuïteit van de geschiedenis.
We hebben niets anders dan het verleden om van te leren. We trekken lering uit onze ervaringen. Het oude ontleent zijn waarde aan hoe je het in het heden herschept. Aan vroegere gebouwen hangen herinneringen, zien we personen die er bij hoorden. Generaties die voor ons leefden. Zouden we dat niet moeten koesteren? Of laten we niet alleen het Nu voorbijgaan, maar in het Nu ook het Toen vernietigen? Wat blijft er dan Straks over?

Onze afkomst doet er toe! Zonder dat weten we niet waar we heen gaan.
Wie zei ook al weer: “Wie niet leert van de geschiedenis, is gedoemd ze nogmaals te beleven”?

Advertenties