Gered….

zanzibar_1024

Van de week zag ik beelden van de mensen die aankwamen na de redding van de veerboot Norman Atlantic, de italiaanse veerboot die op de Adriatische Zee in brand geraakte. Bij aankomst stond familie te  wachten, de geredden werden emotioneel begroet, omhelst. Opeens zag ik in gedachten het beeld voor me van iemand die ook kwam aanlopen, als gelukkige overlevende van een aangrijpende en beangstigende scheepsramp, maar waarvoor niemand was gekomen om hem te begroeten. Ik zag hem alleen naar buiten lopen met een koffertje aan de hand en er was geen mens om hem te omhelzen. Niemand die blij was dat hij nog leefde, dat hij terugkwam, die hem verwachtte. Het zou zomaar kunnen.

Wat zou dat met iemand doen? Je overleeft een brandende boot, je wordt gered, je komt terug. Maar niemand die op je wacht. Niemand die vraagt hoe het was, hoe het met je gaat. Niemand met wie je kunt delen wat je hebt doorgemaakt, wat je dacht, hoe je de angstige uren, de schreeuwende mensen naast je, de eenzaamheid temidden van het rumoer en de dreiging van de dood hebt ervaren. Niemand om bij uit te huilen, om mee te lachen, om vast te houden. Je komt thuis, alleen. Je hebt het overleefd, maar wie bekommert zich daarom?

In Groningen is een 52jarige man in zijn woning gevonden. Hij lag al drie jaar dood. “Triest,” zei de woordvoerder van de politie Noord-Nederland, “dat iemand niet wordt gemist.”

Eenzaam overleven. Eenzaam sterven. Geen mens, die je hand vasthoudt, die naar je luistert. Die tegen je zegt dat je iets betekent. Die blij is dat je er bent.
Een mens leeft niet voor niets. “Je leeft niet voor jezelf” zei mijn moeder. Toch kan het gebeuren dat niemand je mist, dat iemand om je treurt. Alleen.

Ongetwijfeld zaten er in de MH17 mensen die alleen op reis waren naar Kuala Lumpur, maar die ook alleen reisden door het leven. Die wellicht gekist terugkeerden naar Nederland (als ze daar al vandaan kwamen) maar op wie niemand wachtte. Alleen op reis, alleen uit het leven gerukt, onbetreurd teruggekeerd.

In Amsterdam is al jaren een Stichting De Eenzame Uitvaart. Simon Vinkenoog was daar jarenlang aan verbonden. Arnhem kent ook een stichting Eenzame dode. ‘Omdat niemand eenzaam hoeft de sterven’. Gedachtig aan Bram Vermeulens lied ‘Ik heb een steen verlegd’ heeft elk mens betekenis. Ieder mens heeft invloed op de ander, elke handeling brengt een reactie voort. “Je leeft niet voor jezelf.”

Ik heb een steen verlegd,
in een rivier op aarde.
Ik leverde bewijs van mijn bestaan.
Omdat, door het verleggen van die ene steen,
de stroom nooit meer dezelfde weg zal gaan.
Nu weet ik dat ik nooit zal zijn vergeten.

Wie in Amsterdam als eenling sterft, krijgt een uitvaart van gemeentewege. Een ‘dichter van dienst’ spreekt een persoonlijk woord, een gedicht. De dienstdoende dichter verdiept zich in de persoon aan de hand van de achtergelaten woning, aan de hand van persoonlijke spullen, omstandigheden. Treffend wordt nog vaak een ontroerende toets geraakt.

In dit gedicht is niet aan mij gedacht.
Wat zou het ook? Die vreemde in de tram,
die man daar in die witbeslagen ruit
ben ik. Een vlek. Een veeg. Nog niet gewist
en als de dood te worden uitgelicht.

Sommigen weten niet wat ze betekenen voor een ander. Sommigen weten niet wat de ander betekent voor hen.
Wat doe je wanneer je een ramp overleeft en je komt eenzaam terug?
Na de oorlog kwamen talloze mensen terug uit kampen die niet waren ontworpen om enig levend wezen te laten terugkeren in het leven. Maar zij kwamen terug, alleen. Een hel overleefd, toch gestorven, van binnen.

Wie gedurende het leven alleen komt te staan, wanneer familie, vrienden, bekenden, uit het zicht geraken, leeft nog maar in een kleine wereld, vol herinneringen. Af en toe kruisen anderen hun wegen – als schepen in de nacht – maar het zijn passanten. Treinen die passeren terwijl je voor de overweg wacht. Ondertussen sta je met je koffertje bij de uitgang en je ziet hoe het leven links en rechts langs je heen gaat. Wat moet je eigenlijk wanneer niemand zich bewust is van je waarde, van je invloed op het leven (hoe gering ook), wanneer niemand weet heeft van je doen en laten en niemand je zal missen? Wanneer je vergeten bent voordat je bent opgemerkt?

van mijn geboorte tot
die onbekende dag
waarop u stierf
waren wij tijdgenoten
maar uw naam
H. N.
heeft nooit tussen
die van mijn vrienden
in mijn agenda gestaan

ik wist niet dat u leefde
toen u nog leefde
ik heb u gemist

nu zijn uw ogen gesloten
uw lippen
uw kist

(Neeltje Maria Min)

Advertenties