6 december 1945

10okt1945Op 6 december 1945 vertrok vanuit Nederlands-Indië het eerste schip met repatrianten op weg naar Nederland. Aan boord van de Nieuw-Amsterdam waren 3800 mensen, verzwakt door het verblijf in de Jappenkampen. Niemand kon vermoeden dat onderweg een mazelenepidemie zou uitbreken, waaraan zo’n honderd kinderen stierven. Velen van hen kregen een zeemansgraf omdat de koelcellen aan boord vol waren.

In Den Haag werd op die dag door het kabinet Schermerhorn/Drees een wet goedgekeurd die bepaalde, dat de werkgever bij onwerkbaar weer werktijdverkorting mag toepassen.
Twee weken eerder, op 20 november, was in Duitsland het Proces van Neurenberg begonnen.

De donderdag die op zes december viel, was met weinig zon en vrij koud verlopen. De temperatuur schommelde rond de drie graden, de lucht was onbewolkt en er stond een matige wind.
Op het adres Electroweg 52a in Rotterdam-Hillegersberg werd die namiddag en avond meerdere keren aangebeld. Nog voor het geluid van de trekbel was verklonken, ging de deur al open. Een jongetje van tien jaar stond in de deuropening en keek de beller vrolijk aan.
“Dag Woutje, hoe is het met jou, vent? Gefeliciteerd met je broer.”

Anton werd die dag 22. Zou hij in de namiddag al thuis geweest zijn? Vast niet. Hij werkte immers, bij Observator aan de Westzeedijk, waar nautische apparatuur werd vervaardigd en hersteld. Wellicht had hij die middag aan een chronometer of een scheepsklok gewerkt. Mooie mechanische werken die het navigeren op zee vereenvoudigden. Spannend werk zelfs, want gebeurde het niet af en toe dat uit het binnenwerk van zo’n imposant uurwerk, voor een reparatie of onderhoudsbeurt tijdelijk verwijderd uit een schip dat voer op de Oost, traag een grote spin kroop, gestoord in de regelmatige rust van zijn onderkomen?26feb1946

Eindelijk was hij dan thuis gekomen. Woutje had in spanning voor het raam zitten kijken, terwijl Nel met moe in de keuken rommelde en Bets door de krant bladerde die ze van haar werk had meegegapt. Pa was net daarvoor terug van een bezoekje aan een kennis. Een feestelijk gevoel hing in het huis. Antons eerste verjaardag sinds de oorlog. Wat een verschil met het jaar ervoor, toen de angst en de honger zich deden gelden. Nederland had herademd en in Rotterdam werd, waar mogelijk, al stevig aangepakt met herstelwerkzaamheden.

Zou er veel visite gekomen zijn? De buren misschien, de Bruin of Blaak? Vast niet de bovenburen. Baarveld was ‘fout’ geweest, NSB-er. In de avond was het in elk geval gezellig druk geworden met vrienden. Natuurlijk Jo en haar broer Dick. Jo met wie Anton drie jaar later verloofde. Dick die twee jaar later naar Indië ging als militair, betreurd door diverse vriendinnen die, ondanks zijn vertrek, toch trots waren op de ferme jongen. Wim, die bij de marechaussee was, en Mich, die ook later trouwden maar nooit kinderen kregen; vrienden die hij in de oorlogsjaren had leren kennen. Dan nog A., een broer/zus van Mich en R.
Kenden ze elkaar ook vanuit de kerk, als groepje jongeren die veel met elkaar optrokken? Foto’s uit die jaren tonen vrolijke jongelui op fietsen, bij kampvuren, tijdens wandelingen, tijdens kampeervakanties. Een onvervangbare tijd vol kostbare herinneringen.

In elk geval hadden Jo, Dick, Wim, Mich, A. en R. gezamenlijk een geschenk gekocht voor Anton. In het boek van prof. mr. J.A. van Hamel, Vaderlandsche Voetsporen, hadden ze voorin hun namen geschreven, onder de datum. Pa zat er belangstellend in te bladeren. Woutje mocht die avond later naar bed, maar ook niet te laat want hij moest wel naar school de andere dag.
Wat een gezellige avond was het geweest.

In Yerseke stierf die dag een vrouw van 82 jaar. Pieternella van de Vrede was aan het einde gekomen van haar bestaan en Maarten Servaas, haar echtgenoot, zat verdwaasd aan de tafel. Zijn hand streek doelloos over het perzische kleed. Een heldere en koude dag was het geweest, het water in de Oosterschelde vrij rustig.
Het was de grootmoeder van Anton, de moeder van zijn moeder Anna, die – ongewild – op zijn verjaardag ‘het tijdelijke met het eeuwige verwisselde’.
Maarten was haar tweede man geweest, nadat Anthonie in 1907 was overleden. Een samenzijn van eenendertig jaar tegen bijna negentien met Toon. Zijn portret hing in de kamer en hun vier kinderen, waarvan Anna de jongste was, zagen zo nog altijd de man die voor altijd 41 zou zijn.

Wanneer bereikte het nieuws van haar dood Rotterdam? Diezelfde dag nog, een bedrukte stemming met zich meevoerend, of pas de volgende dag? Belde iemand op, werd een telegram verzonden? Yerseke – Hillegersberg, hemelsbreed slechts tachtig kilometer, maar in 1945 geen afstand die je eenvoudig aflegde. Twee verschillende werelden, verbonden door familiebanden.graf PvdVrede_00344626_MolenlaanYerseke
Enkele dagen later stond de familie op de begraafplaats aan de Molenlaan. Verjaardag en overlijden, momenten van samenkomst.
De tijd mengt vreugde en verdriet.

 

Advertenties