Het grote sterven

dode groenlingWees niet somber nu de dagen korten. Slaap. Het is nu de tijd van rust en vrede. Het is herfst en algemeen staat dit jaargetijde bekend als ‘het grote sterven’. Bomen laten hun blaadjes los die, dor en ritselend, de bodem bedekken. Bloemen zijn nauwelijks nog te bekennen, insecten leggen massaal het loodje of overwinteren elders, net als sommige vogels die zuidwaarts vliegen. De natuur verstilt om zich terug te trekken en pas in het voorjaar…. nou ja, we weten het wel.
De dagen worden korter, het wordt kouder en donkerder en wie er gevoelig voor is, depressief. Kou en duisternis, stilte en grijsheid…….
Bullshit.
Dat is wat we zien. Het grote sterven echter vindt plaats in de lente, tijdens de explosie van leven. Bomen die in het najaar hun bladeren laten vallen, daarmee hun levenssap terugtrekkend om zuinig ‘in zichzelf’ te bewaren, zijn juist symbolen van enerverend leven. De hele natuur bereidt zich voor op de koude periode en op het geborgen bewaren van leven. Ze leeft er naar toe en stelt zich er op in.
Pas in het voorjaar begint, wanneer de levenssappen weer worden vrijgegeven en de dieren onder invloed van hun hormonen, wetend dat de gunstige tijd voor nageslacht zich aandient, de strijd om het bestaan, de drang tot overleven. Waar het leven massaal ontspruit, is ook massale ondergang.

Van alle eitjes die een vogel legt, sneuvelt een groot aantal nog voordat het kleine embryo tot wasdom komt. Eenmaal uit het ei volgt de strijd met broertjes en zusjes om de beste hapjes die het ouderpaar aanvliegt. Tussendoor dreigt het gevaar van nestrovers. Is dat allemaal vermeden, dan volgen de risico’s tijdens het uitvliegen.
Een koppeltje koolmezen met een legsel van acht tot dertien eieren ziet er zes á acht tot wasdom komen. De rest verhongert in het nest, verkleumt of wordt vertrapt door sterkere broertjes en zusjes. Roofvogels, eksters, gaaien, kraaien, meeuwen en katten loeren vervolgens op de jonge uitvliegers. Tel daarbij nog de talloze ouders die bezwijken of verongelukken tijdens het af en aan vliegen om de kinderen van voedsel te voorzien.

Wie er oog voor heeft (of er ongewild mee wordt geconfronteerd) ziet alom ellende en smart. Het leven is geen geschenk wanneer je dat ziet. Het is strijd en moeite. Hoe lang blijft het schattig wanneer elk opengesperd snaveltje een kreet is van nood, van verlangen?

Wees niet somber nu de dagen korten. Slaap. Het is nu de tijd van rust en vrede.

Er staat geschreven, “Ik maak alle dingen nieuw!”
Maar de akkoorden zijn een waslijn van verdriet,
Wie kan de lieflijkheid van mei bedenken?
Er hangt een doem over dit bed vol slijm
Waar monsters baden in de navelstrengen,
Er is in de oktoberstorm meer leven
Dan in de kille vlagen van april.
De winterslaap wordt wreed verstoord door groeikracht,
De huiver doet het tere groen verstijven.
Men tilt een blad op en daar staat geschreven
In taal die slechts de wormen is gegeven,
Dood, dood, en nog eens dood, en even leven.

(frasen uit ‘Valse lente’ van Jan Wolkers)

Advertenties