Historie bindt

laurenspoortbltoren1560Mijn vader kwam uit Rotterdam. Hij was er niet geboren, maar bracht er wel zijn jeugd door. Hij maakte er het bombardement mee. Hij woonde er totdat hij in 1958 naar Zwijndrecht verhuisde.
Nog altijd wanneer ik in het centrum van Rotterdam of in Hillegersberg ben, denk ik vaak: hier liep mijn vader. Ofschoon er heel veel is veranderd sinds die tijd, zijn er nog tal van plekken die hij heeft gezien of waar hij heeft gelopen.
Via hem en zijn verhalen voel ik me verbonden met Rotterdam, al heb ik er zelf nooit gewoond of gewerkt. Dat komt door het verleden. Er is iets gemeenschappelijks.
Zoiets geldt voor elke plaats. Denk ik. Veel ‘ouderen’ ‘klagen’ dat er zoveel weg is. En dat niet eens door de oorlog of de watersnood. Ook niet door uitbreiding. Welnee, gewoon door afbraak. En nieuwbouwwijken hebben nog niet zo veel verleden en daardoor dus weinig (gemeenschappelijke) herinneringen. Het is daarbij de vraag of dergelijke wijken kans krijgen een historie op te bouwen. Het is namelijk in Nederland de dubieuze gewoonte om hele wijken na zo’n zestig jaar gewoon te vernieuwen. Ook voor de jonge mensen geldt: blijf waakzaam.

De schrijfster Jane Jacobs verwoordde dat in 1961 treffend in The Death and Life of Great American Cities. In dit boek over stedelijke planning en economie bestreed zij de wellicht goedbedoelde kaalslag die modernistische stadsplanners overal aanrichtten. Een stad is een levend organisme, stelde Jane, dat je vooral met rust moet laten.
Grote invalswegen lossen files niet op, maar vergroten ze alleen. Terwijl brede voetpaden leiden tot reëel sociaal leven, sociale controle en dus veiligheid.
Jane werd aanvankelijk niet serieus genomen, want ze had nauwelijks haar middelbare school afgemaakt. Als inwoner van New York had ze echter gezien wat de planners hadden aangericht in bepaalde buurten en ze was dan ook zelf resoluut en met succes in verzet gegaan toen die dat in haar buurt (Greenwich Village) wilden overdoen.

Victor de Stuers had het al vroeg door. Toen in april 1874 de vestingwet door het kabinet De Vries-Fransen van de Putte werd goedgekeurd, voorzag hij het teloorgaan van eeuwenoude verdedigingsbouwwerken. Door zijn inspanningen werd de grondslag gelegd voor de huidige Monumentenzorg.
De Vestingwet regelde de verdediging van Nederland tegen vijandelijke invallen. In principe ging men uit van een verdediging door middel van inundatie (het onder water zetten van gebieden), waarbij het leger zich terug zou trekken tot het gebied rond Amsterdam. Na de Frans-Duitse Oorlog van 1870-1871 was duidelijk geworden dat er behoefte was aan een nieuw verdedigingsplan en de nieuwe wet concentreerde de nederlandse defensie op een stelsel van nieuw te bouwen verdedigingswerken, de Vesting Holland. De oude vestingen rond steden konden worden afgebroken, waardoor stadsuitbreiding eenvoudiger werd.
Steden als Deventer, Groningen, Nijmegen en Den Bosch sloegen ijverig aan het slopen. Prachtige stadspoorten, vestingwallen, torens en munitiegebouwen vielen ten prooi aan de vernielzucht, die het karakter van de stad rücksichtslos slachtte om plaats te maken voor nieuwbouw.

Hoeveel waarde hechten we aan ons verleden? Hechten we wel aan ons verleden ? We weten allemaal dat er een canon is samengesteld van de hoogtepunten van onze vaderlandse geschiedenis, en ook op regionaal of lokaal niveau worden dergelijke lijstjes samengesteld. Maar hoeveel belang stellen we in de praktijk in onze gezamenlijke afkomst ?
Waarom koesteren de Joden in Jeruzalem de Klaagmuur ? Wat maakt de Eiffeltoren zo speciaal? Of waarom staat de chinese muur symbool voor een oude beschaving en trekt deze zoveel toeristen ? Wat geeft de sfeer aan een oude binnenstad ?
Waarom is antiek zo kostbaar en gewild ?
Het antwoord op al deze vragen heeft één overeenkomst: het gaat om zeldzame, onvervangbare zaken die een uniek karakter geven aan de omgeving of de samenleving. Maar die ook onderdeel uitmaken van een gezamenlijk verleden en een gezamenlijke herinnering. Het geeft samenbinding met mensen uit eerdere tijden en met tijdgenoten die dezelfde herinneringen koesteren.
Door hun ouderdom en geschiedenis hebben ze een verhaal en ademen ze iets dat generaties lang al herkenbaar is.

Steeds maar vernieuwen en vervangen verhindert de groei tot een historisch geheel. Juist oudheid geeft karakter. Het is ook niet voor niets dat mensen protesteren wanneer iets ouds (of iets kenmerkends) dreigt te verdwijnen. Wanneer iets verdwijnt, verdwijnt een gevoel, een herinnering, een deel van het karakter en het verleden.

Wat wij vooral nodig hebben zijn mensen met een besef voor onze afkomst. Een rijke historie geeft samenbinding.

Advertenties