Ik leefde in een houten keet

ik leefde in een houten keet_detIn september 1962 was het zeven jaar geleden dat Carolina Maria de Jesus begon met haar dagboek. Haar eerste regels, geschreven op 15 juli 1955, luidden ‘The birthday of my daughter Vera Eunice. I wanted to buy a pair of shoes for her, but the price of food keeps us from realizing our desires. Actually we are slaves to the cost of living. I found a pair of shoes in the garbage, washed them, and patched them for her to wear.”

Carolina Maria de Jesus (1914-1977) was een braziliaanse vrouw die leefde in de sloppenwijken van Sao Paulo. Als vorm van zelfontwikkelde therapie begon ze met het schrijven van gedichten, verhalen en…. een dagboek, op notitieblokken die waren samengesteld uit resten papier die ze vond bij het vuilnis.
Op een dag in april 1958 werd ze ‘ontdekt’ door een journalist die haar tegen een straatbende hoorde schreeuwen “Verdwijn! of ik zet je in mijn boek!” Op de vraag wat ze bedoelde kreeg hij te zien wat ze schreef. Eenmaal in de krant was de publiciteit niet te stoppen en al gauw verscheen het ‘boek’ in dertien vertalingen. In de V.S. en Groot-Brittannië heette het ‘Child of the dark’. Het dagboek heeft betrekking op de periode juli 1955 en januari 1960, met een gat als gevolg van het bewerken tussen 1955 en 1958.

Haar buren vonden het, net als die straatbende, allerminst leuk dat Carolina schreef. Behalve dat ze op haar neerkeken omdat ze kon schrijven (ja lees het nog maar een keer) waren ze er allerminst van gecharmeerd dat hun doen en laten werd vastgelegd, temeer omdat ze er niet zo best afkwamen (dat hadden ze natuurlijk wel aan zichzelf te wijten).
Ik vind het overigens een pracht van een dreigement, ik zet je in mijn boek (sterker nog, ik zal diverse mensen op deze wijze trakteren die nog wat van me tegoed hebben).

Mijn moeder knipte elke dag, vanaf 24 september 1962 tot en met 5 december van dat jaar, de nederlandse versie uit de krant en bij mijn weten is dat de enige nederlandse vertaling.
Ik kwam de afleveringen tegen in een chocoladedoos van de Baronie. Vroeger bewaarden mensen veel vaker bonbondozen, sigarenkistjes, luxe zeepverpakkingen en andere houten of kartonnen omhulsels. Niet alleen omdat ze er mooi uitzagen, stevig waren of een dierbare herinnering aan de gever waren, maar omdat je er zo heerlijk spullen in kon bewaren. Brieven, ansichtkaarten, knipsels, foto’s, suikerzakjes, sieraden, knopen…. de mogelijkheden zijn legio. Het nakijken van dergelijke schatdragers (vaak te vinden in erfenissen of diepe kasten van oudtantes en grootmoeders) levert – naast verrassende vondsten – vaak een nostalgisch gevoel op of tot leven gewekte herinneringen.

Daar had ik blijkbaar een zeldzame nederlandse versie van een in de jaren zestig bijzonder populair boek dat was geschreven door een vrouw die trots was op haar donkere huidskleur, opkwam voor vrouwen en armoe aan de kaak stelde (‘het ergste wat in de wereld bestaat is honger’, 26 augustus 1959).
Het werd gepubliceerd op pagina 2 van De Dordtenaar, linksboven. Met als gevolg dat op de achterkant van de knipsels (de voorpagina van de krant) niet alleen de datum staat, maar ook delen van diverse koppen die op dat moment de actualiteit vormden. De actualiteit van 24 september tot en met 5 december 1962.

Het begint al met een ‘dramatische l…’ (landing?) van de amerikaanse Superconnie-76 op de Atlantische Oceaan, welk nieuws die dag net overstemd werd door een ‘Brand en vernieling na botsing tussen trein en brommer’ waarbij de 43-jarige landbouwer G.B. Hegeman uit Vilsteren om het leven kwam (bromfietser) en waarbij twee treinpassagiers (de 58-jarige wethouder van Ommen J. Immink en de dertigjarige J. Kammies uit Bussum) min of meer ernstig gewond raakten. ‘Gisterenavond lag alleen de heer Immink nog in het ziekenhuis.’

Die Superconnie (de Lockheed Constellation was een viermotorig propellervliegtuig) blijkt de andere dag 48 overlevenden te hebben en twaalf doden. ‘Als de passagiers zich niet zo prachtig hadden gedragen, hadden nooit zovelen het ongeluk overleefd, aldus de gezagvoerder.’
Het beste bewijs dat gillen niet helpt en je te allen tijde rustig en kalm moet blijven. (Wat me doet denken aan de man die wenste in zijn slaap te overlijden (net zoals zijn grootvader die buschauffeur was) en niet gillend en schreeuwend (zoals de passagiers die in zijn bus zaten).

Dat najaar 1962 werd het nieuws beheerst door een overstroming in Spanje, studentengevechten in Oxford Mississippi (twee doden, negerstudent ingeschreven), de astronaut Walter Schirra (wie kent hem nog), franse presidentsverkiezingen (De Gaulle wil de president voortaan rechtstreeks laten kiezen), het tweede Vaticaans Concilie, gevechten aan de grens tussen China en India (Nehroe houdt poot stijf: ‘Liever strijd om elke duimbreed Indische grond’), de Cubablokkade door Kennedy (de koppen werden groter naarmate Kroesjtsjef opstoomde), de Softenon-kwestie, de lengte van de lichtmasten langs rijksweg 13 in het verlengde van de startbaan van het vliegveld Ypenburg, inenting tegen hondsdolheid (verplichte prik voor 300.000 honden), het overlijden van prinses Wilhelmina en de Open-het-Dorp-actie met Mies Bouwman.

De wereld draaide nog om het ontwikkelde westen, en de tweede en derde wereld, die nog voldeden aan het sprookje dat wij ervan verwachtten, werd met belangstelling en meewaren gevolgd, onbewust aanvoelend dat er krachten aan het ontwaken waren die wel eens onbedoelde en onvermoede gevolgen zouden kunnen hebben.

Dinsdag 16 oktober opent de krant met geruststellend nieuws: Imam Mohammed leeft nog.
‘Aden (AFP/UPI) – Beide partijen in het Jemenitische conflict hebben nu gemeld dat imam Mohammed al Badr nog leeft en bij de monarchistisch-gezinde stam van de Wasjaha’s in noordelijk Jemen een toevlucht heeft gevonden. (Gelukkig, het leest als een spannend verhaal)
Na de revolutie die kolonel Sallal in Sanaa aan de macht bracht (zeer poëtische zin), was gemeld dat imam Mohammed (die pas een week zijn overleden vader was opgevolgd) bij de beschieting van het paleis was omgekomen. Men had nl. een lijk in zijn gewaad aangetroffen (ha, klassieke truc). Later bleek evenwel dat de imam met een lid van zijn lijfwacht van kleren had gewisseld en door de’ (knipsel eindigt hier).

Op 31 oktober meldt het nieuws onder meer dat Saoeds troon in gevaar is (‘door haatcampagne van Nasser’): RIYAD – Koning Saoeds troon in Saoedisch-Arabië is in ernstig gevaar. Elk ogenblik kan er in dit Arabische olierijk met zijn zes miljoen inwoners een chaos uitbreken. Dat zal dan vooral het werk van Egyptes president Nasser zijn die een ongemeen felle haatcampagne tegen de dynastie van koning Saoed voert.

Gelukkig bleef er ook ruimte voor echt nederlands nieuws (‘twintig uur commerciële televisie per week tegen tien uur zuilentelevisie op het tweede televisienet’).
Op 1 november leest Nederland dat Jhr. Röell aftreedt (en alle banden met de Avro verbreekt) als voorzitter van die omroep. ‘Tevens heeft hij per 31 december zijn lidmaatschap van de omroepvereniging opgezegd en het televisietoestel, dat hij van de Avro in bruikleen had, teruggestuurd’.
Kijk, daar word je stil van. Dàt, mijn lezer, was daadkracht.

 

(wordt vervolgd)

Advertenties