Binnert de Beaufort

MVC01_NVPH-519_XBinnert de Beaufort heeft zijn rijbewijs. Ik werd helemaal vrolijk toen ik het las. Hij schreef er zelfs een boek over. Ik las een recensie over deze auto-biografie die de titel heeft ‘Man haalt rijbewijs’.
Ik was direct ruim zestig jaar terug in de tijd op ‘geleende herinneringen’ (gestolen herinneringen?) zoals Adriaan van Dis het zo mooi omschrijft en bevond mij in Noordwijk van 1950.

Mijn moeder reisde in juli van dat jaar met de familie de Beaufort vanuit Amsterdam naar de badplaats, waar ze als kindermeisje zou oppassen op Carina en Binnert, de spruiten van het echtpaar. Ze was 25 en op één of andere, mij onbekende, wijze had ze die ‘baan’ gekregen. Op zaterdagmiddag reisde ze met de trein vanuit Rotterdam naar Amsterdam (waar ze vijf kwartier over deed) en een taxi bracht haar naar het huis van de familie de Beaufort, waar ‘mevrouw zelf open deed’.
Dat weekend bracht ze door in Amsterdam en ’s maandag vertrokken ze voor twee weken naar Noordwijk.

Een beknopt dagboekje, genoteerd in een ‘bonloos verkrijgbaar’ schrift, vermeldt naast de dagelijkse bezigheden, hoe vaak ze erg moe was, wat het weer deed, welke kleding ze die dag aanhad en hoe lief de beide kinderen (3 en 1 jaar) waren. Ook enkele bijzondere ontmoetingen werden genoteerd (een meisje in het hotel dat ook kinderjuffrouw was bij een gezin, een opdringerige jongeman die ook op weg was naar de kerk en die vroeg of ze bij hem kwam zitten). Tenslotte ook dat er iets was voorgevallen tussen haar en haar verloofde. Wat, vermeldt de geschiedenis niet.

Heimwee had ze aanvankelijk, naar huis en naar Anton, al was dat na enkele dagen over. Wat brieven over en weer, een enkel telefoongesprek. De eerste zaterdag in Noordwijk kwam een familiedelegatie op bezoek: ouders, broer, zusje, tante Jeanne (de zus van haar moeder), Agnes en…. Anton.
Anton was voor mij niet wat ik hoopte. Misschien viel ik voor hem tegen. Zoals ik nu denk, schrijf ik voorlopig niet meer.

Ze schreef toch. Wat ze schreef weet ik niet. Harde woorden denk ik. Mijn vader schreef terug. Een brief of zes, acht, tien; een klein stapeltje. Ik heb ze ooit deels gelezen, als jongen toen ik de brieven vond op zolder, in een doos die mijn moeder had toebehoord. Ze leefde toen al niet meer. Ouderwetse liefdesbrieven, zo oogden ze met het lintje er omheen. Alle met de postzegel waar Juliana recht vooruit kijkt. ‘En face’, in vaktermen.

Ik had ze allemaal moeten lezen. Ik had ze stiekem moeten bewaren, ergens. Maar ik toonde mijn vondst aan mijn vader die ze met een vertwijfeld gezicht doornam. De enveloppen schoof hij me toe, die mocht ik houden. De brieven verscheurde hij, allemaal.
Het enige dat ik me herinner, is dat ze aanvingen met ‘Lieve Jopie’ en de zin ‘….maar o wat werd ik bitter toen ik verder las’. Bitter, dat was een woord dat ik niet vaak hoorde gebruiken in die betekenis en zeker niet door mijn vader die zich zelden emotioneel uitdrukte.

Het vervolg van de historie las ik later in het bonloos verkrijgbare schriftje:
28 juli, vrijdag. Gisteravond een brief van Anton. Wat was ik blij maar ook bedroefd, wat heb ik hem aangedaan. Even later, ik wilde net naar Anton terug schrijven, kwam de portier zeggen dat er iemand voor mij was.
Ik ging naar beneden en daar stond….. Anton. ‘k Was verbaasd en sprakeloos. We hebben een fijne avond gehad. Nu weet ik zeker hoe Anton is, wat ben ik wreed en hard geweest.
Nog een paar dagen en ik ga naar huis. Hoewel het hier reusachtig is, ben ik nu blij dat ik weer naar Anton ga. Ik hoop dat het nu niet lang meer zal duren dat we trouwen.

Wachten op een huwelijk, terwijl ze al bijna drie jaar waren verloofd, het komt vreemd over, maar na de oorlog stond de woningnood nauwelijks toe dat een beginnend echtpaar een eigen woning vond. (Ze trouwden in 1951 en huurden een bovenwoning aan de Ceintuurbaan.)

Een klein beetje speurwerk op internet (naar het heden is toch maar weer een minimale stap) maakte duidelijk dat de auteur Binnert de Beaufort niet de Binnert de Beaufort is die door mijn moeder is verzorgd in de zomer van 1950. Opmerkelijk, het is toch geen alledaagse naam. De auteur is ruim twintig jaar jonger. En de ander die ik vond was véél te oud. Maar Carina de Beaufort kwam ik wel tegen. Ik denk dat ik haar een brief stuur. Of zij zich nog hun kinderjuffrouw herinnert die meeging naar Noordwijk. Misschien heeft ze zelfs foto’s…. Dat zou toch leuk zijn.

Advertenties