Voorkeurspootje

7893427-jonge-zwarte-en-witte-kat-poseren-op-het-dakMocht je pootje willen drukken met je kater, kijk eerst even of hij linkshandig is. Grotere kans dat je wint wanneer jij rechtshandig bent. Goed nieuws: de kans dat hij inderdaad linkspotig is, is vrij groot. In tegenstelling tot poezen, die over het algemeen rechts beter zijn georiënteerd.

Ik verzin dat niet hoor. Dierpsychologen aan de Queens Universiteit in Belfast bestudeerden het gedrag van 37 rasloze katten. Elk dier lieten ze aan een stukje tonijn ruiken en deden de lekkernij vervolgens in een (open) glazen potje. De kat liep erop af en hengelde met een voorpootje naar de vis. Nu komt het: van de twaalf jonge diertjes (twaalf weken tot een jaar) had slechts één van de vijf katers na een jaar geen duidelijke voorkeurspoot, de andere vier waren op eenjarige leeftijd duidelijk links. Alle zeven vrouwtjes bleken rechts.
Daarnaast testten de onderzoekers nog eens elf katten van een half jaar en veertien katten van een jaar oud. Daarbij vonden ze een vergelijkbaar voorkeursgebruik.

Gebruik van de voorpoten blijkt bij kittens van twaalf weken nog niet uit te maken, maar na een half jaar begint een patroon te ontstaan. Na een jaar hebben de meeste katten een duidelijke voorkeur. Volgens de onderzoekers betekent dit dat links- of rechtspotig ten minste deels biologisch bepaald is.

Mij stoort het feit dat onderscheid wordt gemaakt tussen katers en poezen. Daarmee wordt gesuggereerd dat links- of rechtshandigheid samenhangt met het geslacht. Op school leerde ik vroeger dat het samenhing met bepaalde spieren die zich kruisen op de rug. Het is bepalend of de linker over de rechter danwel dat de rechter over de linker heen ligt.

Linkshandigen hebben een andere herseninrichting dan rechtshandigen. De verdeling van functies over de hersenhelften is bij linkshandigen minder sterk dan bij rechtshandigen. Dit geldt ook voor het visuele systeem voor het herkennen van gezichten. Linkshandigen gebruiken hiervoor beide hersenhelften, in tegenstelling tot rechtshandigen.
Dit is echter het gevolg van het gebruik van de linkerhand, niet de oorzaak. De hersenen passen zich aan de gewoonte van links (of rechts) gebruik aan.

Nu kun je stellen dat rasloze katten niet geschikt zijn voor dit soort elitaire onderzoeken en dat juist raskatten weten dat je altijd de rechterpoot de voorkeur dient te geven. Of dat het ene katertje dat rechts bleek, wellicht homo is. Daar is vast geen rekening mee gehouden. Of dat 37 katten niet toonaangevend zijn; het onderzoek had moeten plaatsvinden met minimaal 370 katten.
Ik vraag me af of het geen kwestie van kansberekening is.

Voor de meeste jonge katten maakt het blijkbaar niet uit of ze met links danwel met rechts de vis uit het potje hengelen. Op een gegeven moment krijgen ze door dat het met een bepaalde poot makkelijker gaat. Dat kan toeval zijn omdat aan dat pootje dan net een nageltje zit waar de vis makkelijk aan blijft hangen. Een hoge succesfactor bij het ene pootje stimuleert het gebruik van dat pootje. Mensen hebben dat ook. Een lievelings- of geluksvoorwerp. Een lievelingsbroek bijvoorbeeld waarmee hij/zij altijd succes heeft, of een favoriet getal.

Wanneer je dobbelt, heb je altijd een kans van 1 op 6 om een bepaald getal te werpen. Elke keer weer heb je dezelfde kans om bijvoorbeeld zes te gooien. Zelfs wanneer je negen keer achter elkaar zes werpt, dan is de kans dat je de tiende keer weer zes als uitkomst hebt, nog steeds 1 op 6.
Net als bij kinderen krijgen, de kans op een jongen of meisje is altijd vijftig procent. Ook wanneer je eerst vier meisjes kreeg, is de kans bij het vijfde kind 1:2.
Wanneer van de zeven vrouwtjes er zeven rechts blijken te zijn, zegt dat niets over het vrouwzijn, net zo min iets over links- of rechtshandigheid. Het is een kans van 1 op 2.

De meesten herinneren zich nog wel de Willem Ruisshow. Aan het eind mochten kandidaten kiezen uit drie deurtjes. Achter één ervan stond een geweldige prijs. Dat werd dus gokken. Nadat een keus was gemaakt, gebeurde het wel dat Willem één deurtje opendeed; natuurlijk één van de twee deurtjes waarachter een prijs stond die je liever niet zou krijgen. De kandidaat mocht, als hij wilde, zijn keus uit de overgebleven twee deurtjes veranderen, maar meestal bleef hij bij zijn keus. Dom, want – al lijkt het lood om oud ijzer – de winkans werd vergroot wanneer de afweging opnieuw werd gemaakt. De keuze voor het goede deurtje was dan niet langer 1:3 maar 1:2. Vijftig procent kans en twintig procent méér kans wanneer werd gewijzigd!
Het is wijsheid achteraf, maar voor de kansberekening is het vooraf theoretisch beter.

Terug naar het hengelende poesje. In hoeverre is de succesfactor van het winnende pootje bepalend voor het verdere gebruik ervan? Ik denk, maar dat is zuiver hypothetisch, dat beter kan worden gekeken aan welke poot een vechtende kat de voorkeur geeft om zijn tegenstander eens goed te raken. Dan is het namelijk echt van belang. Zo’n onderzoek kan dan alleen met rasloze katten, want aristocratische vechten niet. Die lossen problemen netjes op.

leuk artikel over kraaien en mieren

Advertenties