Veracruz

Escudo_VeracruzOp 27 april 1914 bezette een amerikaanse vlooteenheid de mexicaanse havenstad Veracruz. Voor president Woodrow Wilson vormde het bericht dat een duits schip met munitie op weg was naar de havenstad voldoende aanleiding om Veracruz in te nemen, maar op de achtergrond speelde ook de verslechterde relatie tussen Washington en Mexico mee.
Uiteraard wekte deze amerikaanse bezetting grote verontwaardiging, zeker binnen de Latijns-amerikaanse landen en bemiddeling van Argentinië, Brazilië en Chili leidde tot de conferentie van Niagara Falls. Dit leidde weer tot een vredesovereenstemming die op 24 juni werd ondertekend.

Het boterde al bijna zeventig jaar niet tussen de Verenigde Staten en Mexico. In 1846 annexeerde de VS Texas, dat zich elf jaar eerder had afgescheiden van Mexico. Hierover voerden beide staten prompt een oorlog, die pas in 1848 werd beëindigd, zeer ten nadele van Mexico.
Mexico was pas in 1823 onafhankelijk geworden, nadat het zich had losgevochten van Spanje dat sinds 1521 over het land heerste. In dat jaar had de azteekse keizer Cuauhtemoc zich overgegeven aan de Spaanse conquistador Hernando Cortés.

(Cuauhtemoc was een neef van Motecuhzoma II (ook wel bekend als Moctezuma) en van de vorige leider Cuitlahuac, die keizer was van juni tot oktober 1520.
Cuitlahuac was zijn broer Motecuhzoma II opgevolgd, nog voor dat deze omkwam, omdat hij te veel aan de Spanjaarden toe zou geven. Onder leiding van Cuitlahuac behaalden de Azteken een grote overwinning op 1 juli 1520, tijdens La Noche Triste (Treurnacht), waarbij 400 Conquistadors en duizenden Indiaanse bondgenoten omkwamen.
Hij overleed aan de pokken tijdens het beleg van Tenochtitlan. Hij werd dus opgevolgd door zijn neef Cuauhtemoc.)

Het was in maart 1519 dat Hernando Cortés met ruim vijfhonderd soldaten, vijftien paarden, tien zware en vier lichte kanonnen aan land ging op het verlaten strand in de Golf van Mexico (die toen nog niet zo heette). Een maand eerder was hij met elf schepen vertrokken vanaf de kust van Cuba om gehoor te geven aan de wens van de cubaanse gouverneur Diego Velázquez om zijn gebied te vergroten met een deel van het vasteland van Amerika.
De veroveraar had niet kunnen denken, dat het verlaten strand waar hij voet aan land zette, eens de plaats zou zijn waar een bloeiende handelsstad zou verrijzen. Op de wijde, open vlakte sloeg Cortés zijn kamp op, het begin van de stad Vera Cruz.
In diezelfde stad werd in 1823 door Antonio López de Santa Anna de republiek Mexico uitgeroepen.

Cortés nu was helemaal niet van plan om de wens van Velázquez in vervulling te laten gaan. Hij wilde allereerst het rijke land met zijn hoge beschaving en fabelachtige schatten, waarnaar al zo lang vergeefs was gezocht, vinden. Daarnaast wilde hij zijn positie verstevigen door – buiten Velázquez om – in een goed blaadje te komen bij de jonge Karel V, die het jaar daarop tot keizer werd gekroond in Aken. Het vinden van het mythische rijk zou hem daarbij goed helpen.

Cortés had geluk. Keizer Motecuhzoma was inmiddels op de hoogte van de invasie. Sinds 1517, toen er voor het eerst een spaanse expeditie landde op de kust van Yucatan en Campeche onder leiding van Francisco Hernando Cordova, die in 1503 Columbus op diens vierde reis had vergezeld, liet Moctezuma mensen langs de kust de wacht houden. Hij geloofde dat de witte mensen de terugkeer vertegenwoordigden van de god Quetzalcoatl.
Een legende van de Azteken vertelde dat Quetzalcoatl in een ver verleden door een hogere god naar zee werd verbannen, maar dat deze ooit vanuit het oosten per boot terug zou komen. De hogepriesters van de Zonnetempel voorspelden de terugkeer van de legendarische Quetzalcoatl. Zijn huid zou blank zijn en baardig. In het teken van de ‘Morgenster Venus’ zou hij een nieuwe bloeiperiode inluiden, maar ook een einde stellen aan de heerschappij van de Mexica, zoals de Azteken zichzelf noemden. Toen Hernán Cortés met zijn soldaten en paarden aan land kwam, was Moctezuma er van overtuigd dat de bewuste god terugkeerde naar zijn volk.
Te angstig om de ´bovennatuurlijke´ Cortés aan te vallen (wat sommige raadgevers hem adviseerden) zond Moctezuma een delegatie naar Cortés met geschenken, maar ook met het advies af te zien van de reis naar de hoofdstad Tenochtitlan. De reis was te lang en te moeilijk.

De geschenken die Moctezuma stuurde, waren zo schitterend dat Cortés besloot toch maar naar die verre stad te gaan om zelf te ontdekken, welke geweldige rijkdommen daar waren, ook al was de koning wellicht minder vriendelijk. Bij de geschenken was bijvoorbeeld een machtssymbool in de vorm van een hoofdtooi met de veren van de Quetzal (de heilige vogel), twintig vrouwelijke slaven en een boel gouden en zilveren voorwerpen zoals een gouden bord zo groot als een wagenwiel, dat de zon voorstelde, en een zilveren bord, nog groter, dat de maan weergaf. Er was een aantal gouden stukken speelgoed zoals honden, leeuwen, tijgers, apen en eenden en tevens prachtige pluimen van groene veren.

Vooral het edelmetaal was precies wat Cortés zocht, dus eiste hij een ontmoeting met Moctezuma. Cortés begon met voorbereidingen voor zijn mars naar Tenochtitlan en bouwde aan de kust een kleine nederzetting om als basis voor de operaties te dienen.
De ontvangen kostbaarheden scheepte hij in en zond ze richting Europa. Die arriveerden daar op 5 november in de haven van Sevilla. De eerste – rijke – lading uit de Nieuwe Wereld, bestemd voor Karel de Vijfde. Een ‘groet’ van Cortés aan zijn vorst.

de kroon_1520Niet alleen de eerste europese nederzetting op het amerikaanse vasteland bestaat nog steeds, met inmiddels meer dan een halfmiljoen inwoners. Ook één van de geschenken van Moctezuma bestaat nog steeds: de keizerlijke verentooi. Deze bevindt zich in het Museum voor Volkenkunde aan de Heldenplatz in Wenen in Oostenrijk en draagt inventarisnummer 10402. Het is bijna onvoorstelbaar dat het kwetsbaarste object vijfhonderd jaar de tand des tijds heeft weerstaan.

Advertenties