Zien (3) De grote illusie

carr021avon02ill57Niets is wat het lijkt. Dat komt doordat, wanneer we iets opmerken, we onwillekeurig invulling geven aan wat we verwachten. Deze verwachting is gebaseerd op opgeslagen kennis, ervaringen en soms met overtuigingen. We maken daarmee onze eigen realiteit.

“Wat-is-dat?” zei hij eindelijk.
“Dat is een kind!” antwoordde Haigha haastig en ging voor Alice staan om haar voor te stellen.
 “Ik dacht altijd dat kinderen monsters waren die enkel maar in sprookjes voorkwamen!” zei de Eenhoorn. “Leeft het?”
“Het kan praten,” zei Haigha plechtig.
De Eenhoorn keek dromerig naar Alice en zei: “Praat, kind.”
Alice’s lippen krulden zich onwillekeurig tot een glimlach en ze begon: “Weet u dat ik juist altijd dacht dat Eenhoorns sprookjesmonsters waren. Ik heb tot nu toe nooit een levende gezien.”
“Wel, dan hebben we elkaar nu gezien,” zei de Eenhoorn, “als je in mij gelooft zal ik in jou geloven.”

De eerste illusie is het geloof dat er slechts één unieke wereld van perceptie is. Ons brein en de  wereld om ons heen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, omdat het ons verstand is dat deze wereld betekenis geeft. Ondanks het feit dat onze waarneming soms verschilt van de realiteit, accepteert ons brein die als de waarheid.
Elk organisme leeft in zijn eigen subjectieve ruimte-tijdwereld (door filosofen ‘umwelt’ genoemd), de wereld om ons heen, of ‘leefwereld’. De interactie tussen organisme en buitenwereld, overgebracht door de zintuiglijke organen, bepaalt hoe die wereld er uit ziet. Daarom kan wat voor de één zintuiglijk van belang is, voor de ander onopgemerkt voorbijgaan en derhalve niet bestaan. Hetzelfde landschap ziet er voor een mens heel anders uit dan voor een vogel of een vlieg, en is dat ook echt.

De tweede grote illusie is dat wanneer we een bepaald tafereel zien, we ervan overtuigd zijn dat we het totaalbeeld zien. In werkelijkheid fixeren we ons op enkele details. De rest wordt ingevuld door ons geheugen, onze ervaringen of onze fantasie. In feite zien we erg weinig – alleen datgene waar we ons op concentreren of wat we belangrijk vinden. Bij de recherche echter kunnen bijzaken juist de essentie zijn.

Wanneer we een kunstwerk bekijken, vindt er een klein wonder plaats. Dankzij de tekentechniek ‘lineair perspectief’ verandert zonder enige inspanning het platte beeld in onze geest in een driedimensionaal tafereel. Een schilderij blijft een linnen lap met klodders kleurstof.
Een brok klei dat gevormd is naar gelijkenis van een mens of dier, ervaren we als een beeld daarvan. Het blijft een brok klei.
De aangeboren menselijke neiging om een patroon te zien in willekeurige of onduidelijke vormen is een psychologisch fenomeen met de naam pareidolia. Om een object te kunnen identificeren vergelijkt ons brein dat wat we zien met onze opgeslagen kennis, ervaringen en soms met verwachtingen. Daardoor zien we een gezicht in de maan of kunnen we vreemde maskers onderscheiden in rotsen of wolkenformaties.

In de 17e eeuw beschreef de filosoof Descartes een interessant gedachte-experiment. Hij stelde voor dat we in een stoel gingen zitten en alles zouden wegdenken waar we aan kunnen twijfelen. Wat blijft er dan nog over? Zou alles wat we waarnemen geen gezichtsbedrog kunnen zijn? Onze gewaarwordingen bedriegen ons maar al te vaak, al lijken ze nog zo betrouwbaar te zijn. Alles kan bedrog zijn. Hoe weten we zeker dat we niet dromen? Maar als je twijfelt, dan moet er toch iemand zijn die twijfelt. Daar vinden we dan het fundament van zekerheid. Om te twijfelen moet er een subject zijn dat twijfelt. Hier vinden we het befaamde Cogito ergo sum. Ik denk dus ik ben.

In de filosofie is een stroming die het Constructivisme heet. Daarmee wordt bedoeld, dat een bepaald verschijnsel slechts ervaren wordt als iets dat werkelijk bestaat en van andere zaken onderscheidbaar is, omdat daarover in de samenleving een afspraak is gemaakt.
We leren door nieuwe informatie te verbinden aan wat we al weten. Ieder mens heeft zijn eigen manier om informatie te verwerken, construeert zijn eigen kennis, waarbij hij/zij sterk wordt beïnvloed door de reacties en opvattingen in zijn sociale omgeving.

Die realiteit is dus gevangen in onze perceptie en in wat wij er over hebben afgesproken. Kinderen hebben nog niet zoveel met die afspraken. Zij genieten dus van een veel ruimere wereld. Het is voor volwassenen de uitdaging om de hun opgelegde beperkingen te doorbreken. Alles is mogelijk!
We zijn verjaagd uit het paradijs van onze kinderfantasie, maar in dit geval is een terugkeer niet onmogelijk. Leren denken buiten de kaders en dan is misschien Alice in Wonderland géén sprookje.

William Shakespeare zei het al: “What’s in a name? That which we call a rose, by any other name would smell as sweet. (Romeo and Juliet, 1595)

Advertenties