Je bent wat je eet

wat eet jeEen artikel in het wetenschappelijk maandblad KIJK leerde mij als jongetje dat het opeten van je vijanden gunstig kan zijn: je krijgt daarmee een deel van hun dapperheid. Of een andere eigenschap die de moeite waard is. (Anderzijds, als ze zich laten overwinnen, zijn het eigenlijk losers en die wil je toch niet in je maag hebben. Maar dat terzijde.)
Het idee is aardig. Eet de hersens van een wetenschapper en de kans is groot dat je er wat slimmer door wordt.

(Het brein van Albert Einstein is beschikbaar, al schijnt het inmiddels oneetbaar door de formaline. Het is te vinden in het National Museum of Health and Medicine in Chicago. Na Einsteins dood in 1955 verwijderde Thomas Stoltz Harvey zijn brein zodat deze het kon onderzoeken. Hij verdeelde ze in 170 blokjes ter grootte van een dobbelsteen, en die weer in honderden ultradunne plakjes. Hij bewaarde die lange tijd thuis, in twee weckpotten.
In deze onderzoeken is gevonden dat Einsteins hersenen veel meer gliacellen hadden dan gemiddeld. Deze cellen zijn verantwoordelijk voor de synthese van informatie binnen het brein. Ook ontbrak aan zijn brein een bepaalde rimpel (de groeve van Sylvius) waardoor de communicatie tussen cellen veel sneller verliep. In 1999 vond een team aan de McMaster-Universiteit dat het deel van de hersenen dat gebruikt wordt voor wiskundig denken, ruimtelijke herkenning en bewegingsinzicht 15% breder was dan normaal.
Mensen met weinig eetlust kunnen ook een appje downloaden met digitale detailopnamen van 350 plakjes, zodat ze te bekijken zijn alsof de grijze massa onder een microscoop ligt. (NMHMC Harvey, 7,99 euro in iTunes).)

De gewoonte van het opeten kwam, zonder te willen generaliseren, voornamelijk voor bij ‘primitieve’ stammen in oerwoudgebieden.
Mij staat bij dat kapitein James Cook, ontdekker van onder meer Nieuw-Zeeland en Hawaï, op 14 februari 1779 werd gedood door de bewoners van Hawaï en dat hij, al dan niet geheel, werd opgegeten. Heel gastvrije mensen, maar op een gegeven moment werden ze blijkbaar zijn bezoeken zat. Cook was goed ontvangen op het eiland en besloot pas na een maand weer te vertrekken. Toen hij echter na een mastbreuk van de HMS Resolution weer direct terugkeerde op het eiland, verzuurde de relaties met de lokale inwoners. Een aantal van hen stal een britse sloep, waarop Cook probeerde terug te slaan door een aantal Hawaiianen te gijzelen. Dit mislukte, waarna de Britten zich terug moesten trekken naar het strand. Hier werd Cook door één van de stamleden met een steen op zijn hoofd geslagen, waarna ze gezamenlijk de britse kapitein doodstaken.
Tijdens een documentaire vertelde een deskundige dat er (in elk geval zo’n veertig jaar geleden) nog nabestaanden leefden die trots vertelden dat ze ‘een stukje Cook in zich droegen’. Blijkbaar was dit generaties lang doorgegeven via de genen.

“Je bent wat je eet ‘ is een bekende uitdrukking. Je lichaam gebruikt de bouwstoffen uit het voedsel dat je binnenkrijgt en daar moet je lichaam het mee doen. ‘Het’ is in dit geval groeien, herstellen, cellen vervangen, energie produceren…. Elke 28 dagen wordt je huid vernieuwd, elke vijf maanden je lever, je botten elke tien jaar. Je lichaam maakt deze nieuwe cellen van het voedsel dat je eet. Dat kan dus maar beter goed zijn.

Voordat je echter bent (wordt) wat je eet, is je lichaam het product van wat je moeder at. At zij tijdens haar zwangerschap gevarieerd en gezond, dan is de basis voor een gezond lichaam gelegd. Bekend is dat slechte voedingsgewoonten kunnen leiden tot een kind met afwijkingen, ziekten of een zwakke gezondheid. (Voldoende foliumzuur aan het begin van de zwangerschap bijvoorbeeld verkleint de kans op een open rug aanzienlijk. Sterker, maar geheel terzijde van dit artikel: een recente studie van de McGill University in Montreal toonde aan dat ook voor mannen het consumeren van foliumzuur effectief is voor hun nageslacht. Minder afwijkingen en zelfs een hogere kans op zwangerschap. Overigens ontdekten in 2002 nijmeegse wetenschappers al dat extra foliumzuur voor mannen leidt tot extra spermacellen, zowel bij vruchtbare als minder vruchtbare mannen.)
Zelfs de omstandigheden waarin je moeder leefde tijdens haar zwangerschap zijn van invloed op het welbevinden van het kind. Periodes van grote spanning, angst, stress of honger zijn van invloed op de lichamelijke, maar ook geestelijke gesteldheid van het nieuwe mensje. Dus ook geluk, vrolijkheid en welvaart drukken hun stempel.

Bij je geboorte krijg je een pakket genen mee zonder mogelijkheid tot ruilen. Je zult er je hele leven mee moeten doen, met de goede genen én met de minder goede genen. Gelukkig zijn sommige genen echter flexibel: hun activiteit wordt beïnvloed door de omgeving, met name door voeding. We zijn en worden wat we eten.
Eet je steeds hetzelfde, vooral in de vroege fase van je leven, dan zet dat patroon zich vast en word je als het ware op die omstandigheid geprogrammeerd. Je genen kun je niet veranderen, maar je kunt ze proberen optimaal in te stellen.
Het heeft meer met de binnenkant van je lichaam te maken, maar als je alleen vettigheid eet, zijn de gevolgen uiteindelijk wel zichtbaar aan de buitenkant….

Goed en gezond eten is dus van belang voor je lichaam. Ik zou zeggen: mijd dus bespoten producten, biovlees, producten met toegevoegde geur-, kleur- en smaakstoffen, teveel suiker en probeer antroposofisch te eten, dus voedsel dat in het jaargetijde groeit waarin je leeft.

Dat het lichaam reageert op de stoffen die het binnenkrijgt, blijkt duidelijk uit de gekkekoeienziekte die eind jaren negentig epidemische vormen aannam. Koeien kregen diermeel waarin resten van koeien en andere dieren zoals schapen waren verwerkt, afkomstig van zieke dieren die niet geschikt waren voor menselijke consumptie. Dit leidde tot boviene spongiforme encefalopathie, BSE.
Vergelijkbaar is de ziekte kuru, een ziekte die centrale zenuwstelsel aantast. Deze ziekte is in 1959 ontdekt bij de Fore, een Papoeastam op Nieuw-Guinea. Verschijnselen van deze ziekte zijn moeite met lopen, last van trillende spieren, een gestoorde evenwichtszin, op jonge leeftijd dement worden, onmatige lachbuien (dwanglachen) en incontinentie. De meeste mensen met kuru overlijden binnen enkele maanden.
Het werd een geheimzinnige ziekte genoemd, omdat alleen vrouwen en kinderen de ziekte kregen. Later werd ontdekt dat de Fore een ritueel had waarbij zij overleden familieleden opaten. Alleen vrouwen en kinderen aten de hersenen, de bron van de ziekte.

Een vorm van een eetritueel dat hier los van staat maar dat te aardig is om niet vermelden, vinden we in Daniël Willinks Amstellandsche Arkadia uit 1773: “Eenige Indianen aaten hunne zieke vrienden terwyl zy nog leefden, uit vreze, dat misschien hun vleesch niet smaken zoude wanneer zy dood waren.”
(Ja zo lust ik ‘m zelf ook wel: je eet Indiaan, dus je bent Indiaan.)

Enkele jaren geleden werd ontdekt dat pre-eclampsie (zwangerschapsvergiftiging) kan worden voorkomen. Het lichaam van een aanstaande moeder moet het vreemde weefsel van de foetus accepteren, zoals bij een orgaantransplantatie. Naarmate de relatie tussen de ouders langer duurt, neemt de kans op pre-eclampsie af doordat de moeder went aan de ‘antigenen van paternale herkomst’. Aan zijn zaad dus. De gynacoloog Guus Dekker van de Vrije Universiteit van Amsterdam toonde als eerste aan dat de beste bescherming wordt verkregen door oraal contact waarbij het zaad wordt doorgeslikt. (Dit vóór de zwangerschap uiteraard, hoe vaker hoe beter.)
(Mijn neef had na het lezen van dat artikel direct het idee om een vaccinatieburootje te beginnen, maar helaas voor hem, het vaccin moet van dezelfde man zijn als de vader van het kind.)
In dit geval is ‘je bent wat je eet’ niet zo toepasselijk.

Advertenties