Café de Nichtlamp

NichtlampNiemand komt ooit nog in café De Nichtlamp. Logement eigenlijk, zo stond het ingeschreven. Iedere morgen werd keurig een ‘nachtlijst’ ingeleverd met namen van gasten. U kent ‘De Nichtlamp’ niet? Dan bent u waarschijnlijk geen Rotterdammer. Ofschoon ik zeker weet dat bijna geen van de Rotterdammers het café wel kent. Hooguit de naam, en dan nog vanuit een prent van Kees van Dongen. Een prent die deel uitmaakte van de overzichtstentoonstelling die museum Boijmans van Beuningen vier jaar geleden over de grote schilder hield.
Café De Nichtlamp is dicht. Gesloten. Afgebroken. Bestaat niet meer. Al meer dan honderd jaar. Sinds in het pand ernaast een politiepost kwam.

Is de naam ontstaan uit een schrijffout – had het eigenlijk ‘nachtlamp’ moeten zijn? Dat zou heel goed kunnen, want het logement was bijna elke nacht open. Waarschijnlijk is de naam te wijten aan de verkeerde schrijfwijze van het engelse ‘nightlamp’. In die tijd en zeker in die buurt sprak niet ieder feilloos engels. Een begrijpelijk vergissing dus. Tenzij iemand ‘nichtlamp’ veel leuker vond klinken dan ‘naijtlamp’ en dat zwierig op de ramen schilderde.

Café De Nichtlamp was een van de beruchtste nachthuizen. Ingeschreven als logement was het – bekend – tevens een ‘rendez-vous’. In de winter werd er ’s nachts erwtensoep verkocht. Het huisje, met het adres Zandstraat 51, had – handig – ook een uitgang aan de Schavensteeg. Kamers waren verhuurd aan publieke vrouwen. De gehele nacht was het krot gevuld met allerlei slag volk. In rijtuigen en auto’s werden de bezoekers vaak aangebracht. Twee grote duitse doghonden dienden om respect in te boezemen aan lastige bezoekers. Ondanks dat het een van de beruchtste nachthuizen was, hoorde men er nooit van diefstal.

De ‘houdster’ van het nachthuis was Jacoba Bogers, bijgenaamd ‘Kleine Koosje’. Dat zal een leuk gezicht geweest zijn, zo’n klein vrouwtje naast twee duitse doggen. Koosje was ongehuwd en leefde in concubinaat met een zekere ‘Kees de Boef’.
Al werden bezoekers nooit bestolen en op koude dagen gastvrij onthaald met erwtensoep, blijkbaar kon De Nichtlamp niet concurreren met de nieuwe buurman die op nummer 53 kwam. Een politiepost naast een nachthuis…. dat voelde toch niet lekker. Sommige bezoekers zochten dan liever een ander logement. Jammer, want het was een gezellige tent.

In de wijk was keuze genoeg, al waren niet alle logementen even betrouwbaar. Verderop, op nummer 49, was ook een café, een ‘gewoon’ café’ met vergunning, een zeer beruchte kroeg van Kees Verduin. Iets verder, op nummer 57 zat café-chantant Peper. Op 58, aan de overkant, was het bordeel van vrouw ‘De Heer’, naast danszaal ‘Lezul’, waar uitsluitend zeelieden kwamen van de Balkan en op 64 zat de nachtzaak van Joseph Pels.
Uiteindelijk gingen al deze florerende zaken ten onder. Niet wegens gebrek aan klandizie, maar op last van het gemeentebestuur. Die besloot in 1904 om de Coolvest te dempen en er een boulevard met allure van te maken. Aan de nieuwe Coolsingel zou een imposant stadhuis verrijzen, die het vijfhonderd jaar oude ‘Gasthuis’ aan de Hoogstraat zou vervangen. De sloppenwijk rond de Zandstraat moest hiervoor wijken.

Zo doofden de walmende lichten der nachthuizen, zoals twintig jaar eerder ook De Nichtlamp was uitgegaan. Kees van Dongen zat er ooit voor de deur te tekenen.

Advertenties