Wat je kunt bedenken, bestaat.

hamletAansluitend op het vorige artikel vond ik deze tekst, die ik al jaren geleden op een kladje schreef.

Te zijn of niet (te) zijn, dat is geen vraag. Het is maar in welke wereld je het ‘object’ plaatst. In mijn hoofd, mijn gedachten, in mijn geest heb ik een beeld, een voorwerp. Het bestaat niet, maar toch ‘zie’ ik het. Het bestaat in mijn hoofd, in mijn gedachten. Wil ik het tastbaar maken, dan breng ik mijn idee onder in de stoffelijke wereld. Ik maak het tastbaar en breng het onder de natuurwetten. Ik vang het in de realiteit die ‘zijn’ heet, onder de ban, de gevangenschap van de regels die gelden in het hiernumaals’. Omdat ik ook stof ben.
Mijn gedachten produceren deze woorden, ik geef ze gestalte, ik breng ze in het zijn, door de woorden in inkt op papier te schrijven.
Alles wat gedacht kan worden, alles wat je kunt denken, wat je denkt, is realiteit. Dat is er reeds. Het stoffelijk maken ervan, het vangen in de wetten van het universum, is het tastbaar maken ervan.

Iemand heeft mij bedacht, ik was er al. Iemand bracht, formeerde mij in (het) stof. Waarom? Waartoe? In een aardgebonden lichaam functioneer ik in deze schepping, dit universum, op deze aarde. Zonder gaat het niet.
Gebonden in stof, gebonden in wetten der natuur, moeten wij ons weer ontworstelen aan het zijn om op te kunnen gaan in de ‘wereld die niet is maar wel bestaat’.
 
Alles is. Niets bestaat. Alle stof is eindig. Elk molecuul, elk atoom, is slechts tijdelijk gevangen in de gestalte, de vorm waarin het zich manifesteert.
De koolstofmolecuul die vandaag in een potlood zit, zit ‘morgen’ in een diamant. Een atoom zit vandaag in een mineraal in de grond, morgen in een zaadje, overmorgen in een bloem, tot het weer overgaat in een andere gestalte.
Iets is maar een vorm, tot het uiteenvalt en opgaat in nieuwe vormen.
We noemen het een bloem, maar het is slechts het verschijnsel ‘bloem’; het is geen blijvende substantie en zo ook geen eigen zijn. Al die moleculen die een ‘bloem’ vormen, vormen straks weer iets anders.
Vergelijk het met Lego-steentjes. Wat nu een huis is, is straks een auto. Het enige verschil is dat ik van Lego een stoel kan maken en daarna eventueel de vorm veranderen, maar ik de Lego zelf niet kan veranderen,want ik heb geen macht over de moleculen. Ik kan het wezen niet veranderen in een ander zijn. 

Antoine Lavoisier formuleerde dat mooi in zijn wet van behoud van massa. De wet van behoud van massa zegt dat de massa van een gesloten systeem constant zal blijven, ongeacht de processen die binnen het systeem plaatsvinden. Een equivalente bewering is dat materie van vorm kan veranderen, maar niet kan worden gemaakt en evenmin kan worden vernietigd.
In 1789 kwam Lavoisier erachter dat de totale massa tijdens een chemische reactie altijd gelijk blijft. Tijdens een chemische reactie worden moleculen veranderd in andere moleculen . De atomen blijven hetzelfde. Er verdwijnen dus geen atomen, en er komen geen nieuwe atomen bij. Het totaal van alle atoommassa ’s blijft daarmee ook gelijk. Zelfs bij een verbranding is de massa van alle beginstoffen gelijk aan de massa van alle reactieproducten , hoewel het lastig is om dit te meten.

Natuurlijk draait het allemaal om de vraag of er meer is dan deze stoffelijke wereld. Maar zodra we stellen dat er in de stoffelijke wereld processen zijn die daar bovenuit stijgen, door onbekende of ongeziene natuurwetten, dat is er al sprake van niet-stoffelijk elementen en is er derhalve dus meer (dan dat we zien). Een stoffelijke en een onstoffelijke wereld. Een zijn en een niet-zijn.
Voer voor filosofen, maar niet minder voor wetenschappers. De uitdaging is om aan te nemen dat wetenschap meer is dan hetgeen ‘bewezen‘ kan worden. Het ‘stel dat…-principe’. Daar kom je verder mee. Formuleer een hypothese en zoek naar logica. Voor wie het kan bedenken, liggen werelden open.

De vorm van een gesmolten schots

Een schots op zee wordt
tenslotte weer golf

Maar wat daar allemaal niet bij komt kijken!

Onzichtbare onderstromingen
Subtiele warmteverschillen

Totdat de schots – bijna met een zucht
zich onderdompelt in zijn moeder.

Er zijn mensen die de gave bezitten
zich zo’n schots te herinneren, zijn vorm

Ze dragen hem voorzichtig tussen hun handen
voor de anderen onzichtbaar

Keihard zijn die mensen
al gaan ze door voor zachtaardig

Terwijl zij smelten zijn zij
vormvast tot op het laatst.

Advertenties