Heimweehoekje

heimweehoekje_wp9a3f4057_0fKen je dat, het gevoel dat deze wereld niet de jouwe is? Dat je je niet thuis voelt in deze tijd? Een onbestemde neerslachtigheid wanneer je rondkijkt in deze wereld van interneringskampen en oefenvelden, van vluchtelingentransporten, massabijeenkomsten, robots, zelfzucht, crises en onzekerheid? Waarbij je een verlangen voelt naar schoonheid, harmonie, idealen en hartelijkheid? Een verlangen naar geborgenheid?
Zijn het verouderde verschijnselen die je in je geheugen moet opbergen? Een hoekje in je geest waar je af en toe heen kunt vluchten om je te laven aan hoe het was?

Emigranten kennen zo’n heimweehoekje waarin ze herinneringen en ervaringen van vroeger bewaren. Maar wat blijkt? Heel veel mensen die zich in het hedendaagse leven niet meer thuis voelen, leven in twee werelden: de wereld van het heilige en het schone dat voorbije culturen voortbrachten en de wereld die hen dag in dag uit omringt: een wereld van hard werken en strijd om het bestaan; een koude, van angst vervulde wereld.
Eigenlijk is dat raar. Diezelfde mensen die zich in deze harde wereld niet thuisvoelen, zijn toch deel van diezelfde wereld. Bestempeld als ‘niet van deze tijd’ is deze tijd wel degelijk hun tijd.

Bestaat er een brug die van het ‘heimweehoekje’ naar de ‘angstwereld’ voert? Wanneer is de verbinding tussen die twee verloren gegaan? En: ìs ze verloren gegaan? Sinds wanneer krijgen wij bij het verlaten van een kerk, een concertzaal, een kunstgalerij of een schouwburg het gevoel van iemand die tegen zijn zin is gewekt?
Waar vond de scheiding plaats, toen er een eind kwam aan de tijd waarin cultuur niet iets uit het verleden was en alleen in dromen te benaderen, maar een zaak, die midden in het leven stond.

(Albert Schweitzer, om die nog maar even te noemen, schrijft in zijn ‘Verval en wederopbouw van de cultuur’ dat de filosofie sinds de achttiende eeuw steeds meer heeft gefaald in haar taak tot het vormen van cultuuridealen. Hij was bekend met dit probleem en had het uiteengaan van cultuur en dagelijkse werkelijkheid allang opgemerkt, en wist het ‘tragische uur’ te benoemen waarop de noodlottige breuk zichtbaar werd: halverwege de negentiende eeuw. Toen begon de cultuur zich af te wenden van de realiteit.)

Het doel van alle dingen zal ons nooit volkomen duidelijk worden. Het waarom van alles wat ons verlangen naar harmonie tart, is een vraag die geen antwoord krijgt. Het gaat er om deze zinloosheid te kunnen aanvaarden en te durven geloven, dat een zinvol leven mogelijk is.
Wanneer we het aandurven een brug te slaan tussen ons heimweehoekje en de angstwereld, is het zaak om hier een eenrichtingsverkeer in te stellen en die wereld niet te laten binnenkomen, maar onze idealen naar buiten uit te dragen. Iedereen die de echte cultuurwaarden nog op prijs weet te stellen, mag er niet stil in zijn heimweehoekje van genieten, maar moet ze uitdragen tot de vermenselijking van deze huidige moderne omgeving.

Want dat is het pijnlijke euvel, dat de mens door zijn psychische en fysieke mogelijkheden in staat is gebleken natuur en wetenschap te doorgronden en zelfs de natuurkrachten te benutten en uit te buiten, maar dat diezelfde mens zich niet heeft weten te verheffen tot het bovenmenselijke, geestelijke niveau waarop hij als bezitter van bovenmenselijke krachten zou behoren te staan. De oppermens wordt, naarmate zijn macht toeneemt, armer, steeds armer. Naarmate wij uitgroeien tot oppermensen, worden we steeds onmenselijker.

De oorzaak daarvan is, dat de toename van kennis geen gelijke tred hield met ethische ideeën, zonder welke een positieve, het leven in stand houdende en het leven bevorderende cultuur niet kan gedijen. Met het verzamelen van kennis kan men zich geen ethische wereldbeschouwing verwerven. Wetenschap is niet gebonden aan ‘goed’ en ‘kwaad’. Het vereist dus een heldere ethiek om daar mee om te kunnen gaan. Het gaat niet alleen om het verzamelen van kennis, maar voor alles op het beleven van de wereld.

Door geen ethiek geremd is de wetenschap doorgedrongen tot de kleinste bouwstenen van ons fysiek bestaan. Mogen we spelen met DNA, met kernkrachten, en zo ja, hoe ver mag je daarin gaan? En niet alleen dat, mogen overheden, media en instanties mensen psychologisch manipuleren en beïnvloeden? Wanneer je weet dat dit ten koste gaat van het individu en van de menselijkheid?

Het is niet gek wanneer we ons terugtrekken in ons heimweehoekje. Dat is begrijpelijk. Maar dat hoekje gaat met ons ten onder als we het niet doorgeven. Ieder heeft de morele plicht om altijd, dag aan dag, waar ook ter wereld, schoonheid, harmonie, idealen en hartelijkheid uit te dragen en het leven te veraangenamen. Voor onszelf, voor de ander.

Advertenties