Trage tijd

DaliMijn vroegere tandarts had zijn praktijk op de eerste verdieping van een flatgebouw. Wat een voorrecht was dat, al was het nog beter geweest wanneer hij op de bovenste etage zijn tandheelkundige praktijken had beoefend. Niet vanwege het uitzicht – op de eerste etage is dat net zo bijzonder als uit mijn slaapkamerraam – maar omdat de tijd sneller gaat naarmate je hoger komt. En dat is fijn wanneer het om boren gaat (plomberen was destijds een heel normaal woord hiervoor).
 
Ja haha, toch is het zo. Nee voor het plomberen maakt het geen verschil, we hebben het over nanoseconden, maar het was Albert Einstein die stelde dat tijd onder invloed van zwaartekracht langzamer verstrijkt. Hoe dichter bij de aarde, des te trager verstrijkt de tijd. Ergo, hoe hoger je staat, des te sneller…. juist, mijn begaafde lezers hebben voldoende aan een half woord.
 
Een hoogte van 33 centimeter heeft al invloed op het verstrijken van de tijd. Een atoomklok die deze afstand hoger staat dan een tweede atoomklok, zal na tachtig jaar ongeveer  90miljardste van een seconde voor lopen. Dat is het resultaat van een onderzoek door wetenschappers van het National Institute of Standards and Technology, dat ze drie jaar geleden uitvoerden. Ja waar hebben we het eigenlijk over.
Overigens werden in 1971 al twee van dergelijke atoomklokken met een vliegtuig op wereldreis gestuurd, en het bleek dat deze bij terugkomst enkele tienden van nanoseconden verschilden met achtergebleven ‘soortgenoten’. Niet alleen hoogte heeft invloed op het verstrijken van tijd, ook beweging heeft dat.
 
(Een atoomklok is een klok die als basis voor zijn tijdmeting gebruikmaakt van de trillingen van atomen. De frequentie van deze trillingen is zodanig constant en onafhankelijk van de omgeving, dat de afwijking van een atoomklok ongeveer 1 seconde per 30 miljoen jaar bedraagt. (Ja waar hebben we het eigenlijk over.))
 
Wat is tijd. Het is maar een maataanduiding om opeenvolgende momenten te kunnen benoemen. Het is alleen praktisch voor onze eigen beleving, maar zonder dat zouden momenten ook wel voorbij gaan. Of dat nu op verscheidene hoogten verschillend is, maakt niet uit.
 
Isaac Newton stelde dat zonder tijd er geen beweging kan plaatsvinden, omdat als er geen tijd is, er ook geen volgorde van gebeurtenissen kan zijn. Om een beweging te maken, moet er een reeks gebeurtenissen plaatsvinden. We hebben het dan over beweging. Het onafscheidelijke duo tijd en ruimte.
Immanuel Kant beschrijft de tijd als een ‘innerne Anschauungsform’ ( innerlijke voorstelling) die de mens eigen is en waarop zijn ervaringen van de buitenwereld berust. De tijdservaring van de mens ligt dus ten grondslag aan al onze voorstellingen. Het woord ‘voorstelling’ dekt in dit geval niet helemaal de lading, omdat Kant bedoelt dat het niet een deel van onze voorstelling is, maar het voorstellen mogelijk maakt. Het is een uiting van structuur van ons bewustzijn. In de wetenschap is nog niets gevonden dat ons dwingt aan te nemen dat er buiten ons bewustzijn zo iets als tijd verbonden zou zijn met de dingen. Wij kennen alleen de verschijning van dingen, en ordenen die in ons hoofd in een tijdsvolgorde.
Hier in verschilt hij dus met Newton, die aangeeft dat er wel een soort ‘echte’ tijd bestaat.
 
De verschillende tijdssnelheden uit dit onderzoek echter zijn beïnvloed door zwaartekracht. Gebonden dus aan onze aarde. Buiten onze dampkring heeft tijd dus een andere dimensie. Einstein stelde dat tijd langzamer verstrijkt op plaatsen waar de zwaartekracht groter is.
De zwaartekracht aan het oppervlak van de planeet Mars bedraagt 0,38. Iemand die op aarde 40 kilogram weegt, zou op Mars 0,38 x 40 = ruim 15 kilogram wegen.
(Ergens las ik dat ‘de valversnelling op Mars ongeveer 3,7 m/s^2 is, op Aarde is die ongeveer 9,8 m/s^2. Dus op Aarde 2,65 x zo groot als op Mars. Dit terzijde.)
 
Voor ons is dit in het dagelijks leven nauwelijks van belang, hooguit filosofisch. Of voor wie werkt met satellietverbindingen. In de ruimtevaart wordt het wel interessanter om met dit aspect rekening te houden. Anderzijds, wat we hier berekenen met onze mogelijkheden (en beperkingen), kan elders in de ruimte wel eens heel anders uitpakken. Zelf heb ik liever dat wetenschappers zich richten op het voorkomen van de noodzaak tot plomberen. Daar hebben we toch meer aan? 
 

Advertenties