Diesel

Rudolf DieselOp 10 oktober 1913 drijft er in de Roompot bij Vlissingen een lijk. Bemanning van het Belgische stoomschip Coertsen merkt het op. Wegens de hoge zee kan het niet mee naar Vlissingen worden vervoerd. Verscheidene voorwerpen van waarde worden veiliggesteld alvorens men zich van het lichaam ontdoet door het weer in zee te  werpen: een portemonnee, een brillenkoker, een zakmes en een pillendoosje. Deze voorwerpen worden bij de strandvonder ingeleverd na binnenkomst in de vlissingse haven.
Enkele dagen later komt vanuit München een jonge man naar Vlissingen en herkent de voorwerpen als die van zijn vader. Het is officieel: Rudolf Diesel is dood. Het lichaam spoelt nooit meer aan.

Een week eerder publiceerde een krant het volgende bericht.
Woensdag liepen er te Londen en Berlijn geruchten, dat dr. Diesel, de bekende uitvinder der Dieselmotoren, bij den overtocht van Antwerpen naar Londen, op een geheimzinnige manier verdwenen zou zijn.  Aanvankelijk werden die geruchten tegengesproken, doch door latere berichten werden ze bevestigd.
De Londensche correspondent van de Tel. schrijft over dit geheimzinnige geval het volgende:
Dr Rudolf Diesel, de uitvinder der naar hem genoemde motoren, voor welker vervaardiging en exploitatie verleden jaar een Engelsche maatschappij werd opgericht, is Maandagnacht op zijn reis van Antwerpen naar Harwich, aan boord der ‘Dresden’, een boot van de Great Eastern Railway, spoorloos verdwenen. De uitvinder had de tentoonstelling te Gent bezocht en vertrok vandaar, in gezelschap van een der firmanten van Carels Frères te Gent en een ingenieur dier fabriek. Dr Diesel zou te Londen de algemeene vergadering zijner maatschappij bijwonen.

Opgeruimd begaf hij zich Maandagavond te Antwerpen met beide genoemde heeren aan boord van de ‘Dresden’. Zij dineerden samen en na een wandeling op het dek, wenschten zij elkander “goeden nacht.” Dr Diesel liet aan niets blijken, dat hem iets hinderde, ofschoon hij den laatsten tijd veel aan slapeloosheid zou hebben geleden. Zijn beide reismakkers misten hem den volgenden morgen aan het ontbijt. Hij had in zijn hut zijn nachtkleeding op het bed gereed gelegd, zijn sleutels in een handtaschje gedaan en zijn horloge aan den wand gehangen, doch het bed van zijn hut was niet beslapen. Zijn beide reismakkers dachten, dat hij bij aankomst te Harwich de boot het eerst en ongemerkt had verlaten, maar niemand had een man van zijn uiterlijk van boord zien gaan. Bovendien waren de door hem genomen reisbiljetten niet afgegeven. Het vermoeden lag derhalve voor de hand, dat hij ’s nachts ongemerkt over boord was gevallen.

Op de heden Woensdag, alhier gehouden aandeelhoudersvergadering van de Consolidated Diesel Engine Manufacturers Limited, werd het geheimzinnige verdwijnen van den uitvinder door de directeuren meegedeeld en betreurd. Enkele aandeelhouders waren blijkbaar achterdochtig, verklaarden dat de maatschappij al in Maart 1912 was opgericht, terwijl de directeuren in hun rapport geen gewag van divident maakten. “Waar is ons kapitaal gebleven?” werd gevraagd. De voorzitter zeide, dat een werkstaking de voltooiing der te Ipswick gebouwde fabriek had belemmerd. “Werkstakingen zijn tegenwoordig het algemeene excuus”, werd er gezegd.

Wat de reden van dr. Diesel’s verdwijning is, zal nog moeten blijken.
Alle vrienden van Diesel verklaren, dat zij voor een onoplosbaar raadsel staan. Dat hij door een of ander ongelukkig toeval, – men spreekt van een beroerte of hartverlamming – over boord gevallen zou zijn, wordt van verschillende zijden betwijfeld. De overtocht over het kanaal had bij zeer kalm weer plaats en ook de hondenwacht heeft niets bemerkt.

De geheimzinnige verdwijning, later opgelost door de vondst van het lichaam waardoor het een geheimzinnig overlijden werd, gaf stof voldoende tot wilde speculaties.
Het wildste verhaal was dat de olie-industrie achter Diesels verdwijning zat omdat hij bezig was met de ontwikkeling van een motor die op biobrandstof liep. (De eerste motor die hij in 1900 op een tentoonstelling in Parijs toonde, liep trouwens op arachideolie – pindaolie – maar dat maakte bijzonder weinig indruk.) De aardolie was spotgoedkoop en ook toen al kon je op de achterkant – of misschien zelfs op de rand – van een bierviltje uitrekenen dat biobrandstof veel duurder was dan aardolieproducten. Wanneer ze om die reden dan al iemand naar het leven hadden willen staan, dan hadden ze hun woede beter kunnen richten op Herbert Akroyd Stuart, want zijn gloeikopmotor, liep overal op, petroleum, schapenvet, afgewerkte smeerolie, raapolie of ranzig geworden roomboter.

Ondertussen opende in Frankfurt een bedroefde weduwe een leren tas, die haar man voor zijn vertrek naar Gent aan haar had overhandigd met de mededeling hier goed op te passen en niet te openen. De tas bevatte twintigduizend mark alsmede financiële overzichten waaruit bleek dat alle bankrekeningen zo goed als leeg waren.
Geruime tijd later ontving Martha Diesel-Flasche een brief van haar man die hij schreef op 26 september in het Gentse Hotel de la Poste, waar hij 31 jaar eerder zijn Martha had ontmoet. De adressering had fouten bevat waardoor de brief – liefdevol maar wat verward – haar via een omweg had bereikt. Op 28 september schreef hij zijn zoon een brief waarin hij repte over hoofdpijn en slaapproblemen.

Toen zijn reisgenoten op ‘de Dresden’, George Carels en Alfred Laukman, hem zochten op die dramatische ochtend, vonden ze, behalve zijn onbeslapen bed, zijn jas en hoed netjes opgevouwen bij de reling van de achtersteven.
Een ongeluk, of toch een wanhoopsdaad vanwege de financiële teloorgang van zijn immense kapitaal? In 1898 was Diesel vijf keer miljonair, maar in 1913 had hij tienmiljoen aan schulden.
Anderzijds stond Diesel op het punt een contract af te sluiten met Bruno Nordberg, die vindt dat het tijd wordt om zich naast stoommachines ook met dieselmotoren bezig te houden. Hij had Diesel benaderd via de Gebroeders Carels in Gent. Nog voor de licentie-overeenkomst is opgesteld, komt het einde voor Rudolf Diesel. Te vroeg om de glorieuze opmars van zijn motor mee te maken, maar zijn doel had Rudolf Diesel toen al bereikt: een volwaardige verbrandingsmotor die de wereld zou veranderen.

Nog een aardig verhaal over Nordberg… De licentieovereenkomst met Carels kwam pas in juni 1914 rond. Begin 1915 kreeg hij een order van Phelps-Dodge voor een forse dieselmotor van 1250 pk. (Phelps-Dodge was toen al een grote onderneming die, naast in- en export, ook actief was in de mijnbouw en bosbouw. In 2007 werd Phelps-Dodge overgenomen door Freeport-McMoRan Copper & Gold Inc. voor maar liefst 25,9 miljard dollar.)
Echter, er was een loeiend probleem: Bruno Nordberg had geen enkele tekening van Carels’ dieselmotoren! De Eerste Wereldoorlog was een maand nadat Nordberg zijn overeenkomst met Carels had afgesloten begonnen en België was niet alleen door de Duitsers bezet, maar lag ook nog eens middenin de frontlinie.
Toen alles verloren leek en Nordberg op het punt stond om tegen Phelps-Dodge te zeggen dat hij de order niet kon uitvoeren, kwam er een pakje met tekeningen die Carels via Nederland naar Amerika had weten te smokkelen. Dat was geen volledige set, maar voldoende om te beginnen en de rest kwam daarna bij stukjes en beetjes binnen zodat Bruno Nordberg zijn eerste dieselmotor kon bouwen.

 

 

Advertenties