Hitler – Schweitzer

Hitler-Schweitzer“Wat het geschiedkundig onderwijs in dit land betreft, wordt de aandacht te vaak gelegd bij de tweede wereldoorlog en de Jodenvervolging. Zeker is dit van een nog steeds ongekende invloed, maar het leidt tot een wat scheef beeld en een opgedrongen nationaal schuldgevoel waarbij elk commentaar op buitenlanders of religies leidt tot het etiketje ‘racist’.”

Dat schreef ik vorige week in mijn stukje ‘Kennis’ als zijdelingse opmerking. Op de ongekende zinloze vernietiging van leven staat namelijk een andere kracht, die van ‘eerbied voor het leven’. Daar wordt soms makkelijk aan voorbij gegaan. Dezelfde tijd die een duistere macht voorbrengt, zorgt ook voor een tegenkracht.
Op het moment dat in 1889 in Braunau am Inn Adolf Hitler werd geboren, was 14 jaar daarvoor, ruim 500 kilometer verderop, in Kaysersberg Albert Schweitzer geboren.
In schril contrast: dezelfde generatie die massamoordenaars als Joseph Stalin, Adolf Hitler en Mao tseToeng heeft voortgebracht, zorgde ook voor mensen als Mahatma Gandhi en Albert Schweitzer. Opponenten van degenen die de wereld wilden beïnvloeden via oorlog, gewelddadige revolutie, genocide en terrorisme.

Waar Adolf Hitler de man is die heeft getoond waartoe een mens in staat is voor wat betreft de donkerste kant van het menszijn, zo is Albert Schweitzer de man die heeft getoond wat de mens vermag die in staat is lief te hebben en zich kan inleven in ander leven, die heeft getoond wat het inhoudt zich in te zetten voor anderen.
De moraal van deze ethiek luidt: Goed is leven in stand houden, bevorderen; leven, dat voor ontwikkeling vatbaar is tot zijn hoogste peil opvoeren. Slecht is leven vernietigen, het nadeel toebrengen, leven dat voor ontwikkeling vatbaar is te remmen.

Schweitzer schreef na de eerste wereldoorlog zijn grote cultuurfilosofie: ‘Verfall und Wiederaufbau der Kultur’ en stelde daarin al het failliet van de samenleving vast: de geschiedenis van onze tijd is van een voorheen nog nooit bereikte onzinnigheid.
Toen tussen 1939 en 1945 miljoenen levens in Europa, in Rusland, in Azië, werden verstoord en vernietigd door de nietsontziende laars van het geweld, klonk vanuit een oerwoud in Afrika – uit de zogenaamde wildernis – al jaren het parool dat tegelijk antwoord en opdracht is: eerbied voor het leven.
“In de wereld zien wij naast de scheppingskracht ook de vernietigingswil, wij zien opoffering en zelfhandhaving, maar onze mystieke en ethische plicht bestaat daarin dat wij de zelfhandhaving en zelfvolmaking tot een minimum beperken en onszelf, offers brengend, geven aan anderen. Dan pas zijn we anders dan de wereld, dan pas licht dat in de duisternis schijnt.”

Het leven van en de ethiek bij Albert Schweitzer zijn een voorbeeld hoe we ons kunnen opstellen in het leven. Donker kan niet worden genoemd zonder licht, ziek niet zonder gezond, droefenis niet zonder blijdschap, dood niet zonder leven.
Te vaak wordt alleen stilgestaan bij de negatieve krachten, zonder ons te realiseren dat er altijd andere krachten tegenover staan. Krachten die niet alleen de opponent daarvan zijn, maar die ook sterker zijn.
Aan het slot van zijn proefschrift ‘Geschichte der Leben Jesu-Forschung’ schrijft Schweitzer:
“Als een onbekende en naamloze komt hij tot ons, evenals hij aan de oever van het meer op die mannen toetrad, die niet wisten wie hij was. Hij spreekt hetzelfde woord: Gij echter, volgt mij! En hij stelt ons voor de problemen die wij in onze tijd moeten oplossen.”

Hij stelt ons voor de problemen die wij in onze tijd moeten oplossen. Tot vandaag de dag toe is het onze taak te zoeken naar de tegenkrachten die ons in staat stellen het hoofd te bieden aan de problemen van onze tijd, het hoofd te bieden aan de vernietigingsdrang van de duistere kanten van het menszijn en de samenleving. Als we tenminste van goede wil zijn.
Want goed en kwaad, het zijn twee faculteiten die in ieder mens aanwezig zijn, en het zijn geen verschillende faculteiten. Ze gebruiken beide dezelfde kracht destructief of creatief. Er is dus altijd sprake van een keuze. Een keuze die te maken heeft met wraak of vergeving, zelfhandhaving of zelfopoffering. (Maar dat is eigenlijk een ander hoofdstuk.)

In 1938 bestempelde het magazine Time het duitse staatshoofd als ‘man van het jaar’. Wellicht terecht, tot die tijd had hij voor zijn land grootse dingen bereikt en ware hij toen gestorven, dat was hij de geschiedenis ingegaan als één van de bekwaamste staatslieden ooit. De tijd corrigeert de realiteit.
In 1947 maakte Time veel goed door Schweitzer te eren als “the greatest man in the world” en twee jaar later nog eens als ‘één van de meest bijzondere mensen van de moderne tijd’.

Albert Einstein schreef over hem: ‘Nergens vond ik ooit een dergelijke ideale vereniging voor goedheid en passie voor schoonheid als in Albert Schweitzer. Hij is de enige westerling die een morele invloed op zijn generatie heeft gehad vergelijkbaar met Gandhi. Zoals in het geval van Gandhi is de omvang van dit effect overweldigend vanwege het voorbeeld dat hij gaf door het werk van zijn leven.’

Het is daarom onbegrijpelijk en onverteerbaar dat Albert Schweitzer – buiten een kleine trouwe kring van specialisten en bewonderaars – grotendeels vergeten wordt. Want juist vandaag, in dit post-moderne tijdperk van narcistische popcultuur, meedogenloos kritisch en negatief nieuws en religieus-fundamentalistisch geweld is er behoefte aan morele voorbeelden als inspirerend rolmodel voor geloof en praktijk.
Laat het (uw?) licht schijnen!

Advertenties