Kennis

49timealbertschweitzerOnlangs schreef ik over Albert Schweitzer. Het blijkt dat veel jongeren helemaal niet weten wie Albert Schweitzer was. Eerst geloofde ik het niet toen iemand dat tegen me zei. “Dat leer je toch op school?”
Nee dus. Enerzijds niet helemaal verwonderlijk wanneer je weer hoort dat de overheid meer geld wil investeren in sport en het liefste van Nederland een land maakt met prachtige sportprestaties.

Ooit waren we toonaangevend op het gebied van kennis en wetenschap, maar ik durf bijna niet te vragen of namen als Anthonie van Leeuwenhoek en Christiaan Huygens nog alom bekend zijn. Of, wat dichter bij, Jacobus van ’t Hoff, Willem Einthoven of Frits Zernike, allen Nobelprijswinnaars in de 20e eeuw (van de in totaal twintig nederlandse Nobelprijswinnaars).
Wie kent Baruch d’ Espinosa nog (behalve van het oude briefje van duizend gulden) of wie weet dat de amerikaanse grondwet en het moderne volkenrecht zijn gebaseerd op de geschriften van Hugo de Groot?

Onderwijs is niet meer het belangrijkste blijkbaar in dit land, en waar het geschiedkundig onderwijs betreft, wordt de aandacht te vaak gelegd bij de tweede wereldoorlog en de Jodenvervolging. Zeker is dit van een nog steeds ongekende invloed, maar het leidt tot een wat scheef beeld en een opgedrongen nationaal schuldgevoel waarbij elk commentaar op buitenlanders of religies leidt tot het etiketje ‘racist’. Of tot het maken van excuses waar het boetekleed totaal niet past.  Maar dit terzijde.

Albert Schweitzer was ook een Nobelprijswinnaar, maar dat is niet de reden dat hij met recht het symbool van de 20e eeuw genoemd mag worden. Ik ben van mening dat het niet kennen van een man als Albert Schweitzer een hiaat is in de wetenschap dat de mens in staat is om leven, dat voor ontwikkeling vatbaar is, tot zijn hoogste peil op te voeren. Kort gezegd.
Waar Adolf Hitler (die kent iedereen weer) de man is die heeft getoond waartoe een mens in staat is voor wat betreft de donkerste kant van het menszijn, zo is Albert Schweitzer de man die heeft getoond wat de mens vermag die in staat is lief te hebben en zich kan inleven in ander leven, die heeft getoond wat het inhoudt zich in te zetten voor anderen.
De moraal van deze ethiek luidt: Goed is leven in stand houden, bevorderen; leven, dat voor ontwikkeling vatbaar is tot zijn hoogste peil opvoeren. Slecht is leven vernietigen, het nadeel toebrengen, leven dat voor ontwikkeling vatbaar is te remmen.

Schweitzer was, net als Goethe (nee ik leg niet uit wie Johann Wolfgang von Goethe was, zoek het maar even op), een veelzijdig mens, een ‘Universalgenie’. Op zijn 38e was hij al drie keer gepromoveerd op drie verschillende gebieden.
Hij was theoloog en filosoof, ethicus en cultuurhistoricus, organist (in zijn tijd één van de beste van Europa) en orgelbouwer en arts. Tropenarts vooral. Hij had zichzelf in 1895, op zijn twintigste, voorgenomen om tot zijn dertigste levensjaar voor de kunst en de wetenschap te leven en zich daarna te wijden aan een rechtstreekse dienst van de medemens.

Kort voor zijn dertigste wist hij dat zijn roeping in Afrika lag, om precies te zijn in Frans Equatoriaal Afrika, waar aan de rivier de Ogowe een zendingspost lag, bij Lambaréné, waar hij een hospitaal zou gaan bouwen. Vanaf dat moment begon hij aan een opleiding tot arts en zeven jaar lang nam hij, die zelf al professor was, daartoe plaats in de collegebanken.
Gedurende die tijd reed hij op meerdere sporen. Hij schreef een proefschrift, hij was (ook uit financiële noodzaak) vicaris aan de Straatsburgse St.Nicolaikerk en privaat-docent in de theologie aan de Straatsburgse universiteit, hij gaf zijn orgelconcerten, voltooide enkele boeken, verzorgde met de franse organist en componist Charles-Marie Widor een tekstuitgave van Bachs orgelwerk en onderhield daarnaast ook nog vriendschappelijke betrekkingen met geleerde en kunstzinnige vrienden in heel Europa.

In het voorjaar van 1912 begon, naar de maatstaf van buitenstaanders gemeten, de afbraak van een tot dan toe grote carrière. Schweitzer legde zijn lectoraat aan de universiteit en zijn vicariaat aan de St.Nicolaikerk neer en de 37-jarige theoloog-filosoof-musicus-musicoloog-medicus vertrok met zijn echtgenote naar Afrika.
Het wonderlijke daarbij is, dat hij al die begaafdheden duurzaam kon ontwikkelen; in feite hoefde hij nimmer één ervan aan de andere te offeren. Zijn leven mocht dan, toen hij in 1912 Europa voor zijn afrikaanse avontuur verliet, zelf één groot offer zijn, nochtans schonk juist dat offer hem weer de kans om te worden wat hij werd: voor duizenden en tienduizenden een voorbeeld, een symbool, een levend geworden antwoord op hun vragen.

Dat is één van de geheimen van Albert Schweitzer, een vreemdeling in onze eeuw die zijn weg ongestoord ging, doende hetgeen waarvan hij vond dat hij het moest doen, onbekommerd om de geest van de tijd, en tegelijkertijd een richtingwijzer.
“Eindelijk een groot mens in deze tragische eeuw!” riep Einstein uit toen hij Albert Schweitzer leerde kennen.

Het is verbazend dat iemand van zo symbolische betekenis werd, voor onze tegenwoordige tijd, terwijl zijn wortels duidelijk in de 19e eeuw liggen en welke tijd met de eerste wereldoorlog onherroepelijk te gronde ging, iemand die als mens niet typerend is voor de 20e eeuw maar die toch het symbool werd van die eeuw.
Zelf formuleerde hij het – onbewust – treffend na het nieuws dat hij de Nobelprijs voor de Vrede zou krijgen: “Als ik het goed begrijp heb ik deze onderscheiding te danken aan het feit, dat ik eerbied voor het leven in het gedachtenleven van onze tijd heb geïntroduceerd. Het was hier in Lambarene, dat ik het belang ervan ontdekte. Ik ben er van overtuigd dat de idee zal bijdragen tot de groei van een geestelijke en morele beschaving, waarvan de vrede en de toekomst van het mensdom zullen afhangen.”

“Wij hebben overal gelegenheid onze menselijkheid te tonen, als wij dat wérkelijk willen. De voornaamste plicht van de mens is: steeds menselijker te worden.”
Dát is wat we jongeren dienen mee te geven in het onderwijs. Al zijn ook ouderen vaak onwetend hiervan….

Advertenties