Koffie

kopi-luwakPiggelmee. Bij die naam zullen jongeren niet zo gauw warme gevoelens krijgen. Het klinkt al oubollig, dus iets met XP erachter of met nintendo of xbox zit er vast niet in. Ouderen daarentegen (niet zo heel oud overigens) kennen het brave dwergje maar al te goed. Wij hadden vroeger enkele boekjes, waarvan ik Piggelmee en het tovervisje (dat was ooit een toovervischje, zo oud is het al) het mooist vond. In de dwergenkrant lazen Piggelmee en zijn vrouwtje dat er een visje dat wensen vervulde was aan komen zwemmen bij het strand. Het ventje op pad, roept het visje en als eerste wenst hij een mooi nieuw en knus huisje. Hij naar huis, zo snel zijn beentjes hem dragen konden en ja hoor, zie daar…. Maar, zo zegt zijn vrouwtje, het is erg leeg. Er moeten meubels bij.
Piggelmee weer terug naar het strand. Volgende wens. Weer naar huis. Vervuld. Zo kregen ze niet alleen een huisje, maar ook meubels, kleren, een werkster, geld, de beste koffie.

Na een tijdje – voor wie het niet meer weet, Piggelmee werd uitgebracht door een bekend koffie- en theemerk en dus dronken Piggelmee en zijn vrouwtje altijd Van Nelle koffie. En thee – na een tijdje dus zegt die vrouw: “Nou, ik zou nu wel ‘ns een ander bakkie lusten. Vooruit, ga het visje daarom vragen.” Piggelmee slaat de schrik om het hart. Hij gaat richting de duinen en in je hart vervloek je het inhalige wijf. Iedereen wéét immers dat er geen betere koffie is dan Van Nelle koffie. Wat heb je een meelij met die arme Piggelmee, die met lood in z’n schoenen naar het strand loopt en het visje roept.

Daar wordt me dat visje kwaad zeg, Piggelmee mag tegen z’n vrouwtje zeggen dat deze wens onvervulbaar is en daar moet hij het mee doen.

Beet’re dan “van Nelle’s” koffie
Is er op heel d’aarde niet,
’t Geen wel ieder kan begrijpen,
Die die naam op ’t pakje ziet.

Zeg haar dat ik haar zal straffen,
’t Spijt mij wel voor jou, m’n vrind;
Ga naar huis en ga eens kijken,
Hoe je dáár de toestand vindt.’

Eenmaal thuis tranen bij de vleet, huisje is weg, meubels weg, ze zitten weer in hun ouwe keulse pot, koffie is weer vanouds slootwater… Ellende ten top.
Hoe het afloopt vertel ik hier niet, er zijn altijd jongelui die dit ook lezen en die dan toch willen weten hoe het verder gaat. Die vragen voor hun verjaardag maar het boekje. ’t Is toch spannender dan een computerspel….

Maar terug naar dat visje. Dat zei dan wel dat er geen betere koffie bestaat, maar is dat ook zo? Als dat visje een vent was geweest, had het gewoon gezegd: “Natuurlijk is er betere koffie. Maar dat is hele dure en van een ander merk. Dat kan ik niet leveren. Maar zeg tegen je vrouwtje dat ze maar eens moet zoeken naar Kopi Luwak. Je weet niet wat je proeft.”

Tegenwoordig zou Piggelmee op internet zoeken, maar toen moest hij het nog hebben van kennissen die toevallig naar Indonesië reisden en bereid waren een half pondje Kopi Luwak á 45 euro mee te brengen. Kopi Luwak, zo superlekker omdat de bonen, waarvan de koffie wordt gemaakt, zijn gegeten en -onverteerd- uitgepoept door een civetkat. Jawel, alleen door een civetkat. Ik heb gevraagd of onze hond het ook kan maken, nee, dat kan niet. (Eigenlijk is het een civetkatachtige, een luwak.)

Ik vraag me dan af, hoe heeft iemand het bedacht, om uit de drol van een civetkat de koffiebonen te peuren en daarvan ook nog eens koffie te zetten? Ja ik kan er wel een verhaal bij verzinnen. Hoe een hardwerkende Indonees elke dag bij thuiskomst een lekker kopje koffie kreeg van zijn lieve wanita. Tot op een dag de voorraad op was, de struiken leeg, de buurvrouw op vakantie, kortom: geen bonen. Wacht, denkt ze, ik heb pas een civetkat zien poepen om de hoek, die eet altijd rode koffiebessen, daar zitten bonen in. Zij de boel uitgepeuterd, koffie gezet, in spanning de thuiskomst van haar man afgewacht en taadaa, kijk ‘ns, je koffie.

Ze kijkt naar haar man, die z’n eerste slurpje neemt van de sterke hete koffie met zes scheppen suiker, hij doet z’n ogen dicht, slikt, doet z’n ogen open en roept “Wat is dít ?!?” Oh denkt ze, nou zwaait er wat. Maar voor ze kan zeggen dat het uit een wel heel eigenaardige verpakking komt, zegt die man: “Dit is heerlijk! Waar heb je die vandaan?” Nou en dan komt het hè, ze geneert zich nog wel een beetje, wil eerst zelf proeven, maar al gauw wordt het handel.civetkatdrollen

Het echte verhaal is wat minder poëtisch. De oorsprong van Kopi Luwak is nauw verbonden met de geschiedenis van de koffieproductie in Indonesië. In het begin van de 18e eeuw vestigden de Nederlanders koffieplantages in Nederlands-Indië, met name op de eilanden Java en Sumatra. Tijdens het tijdperk van het Cultuurstelsel (een vorm van belasting die gold tussen 1830 – 1870 (voor koffie zelfs tot het begin van de 20e eeuw)) konden de inheemse boeren en plantage-arbeiders niet zondermeer koffie plukken voor eigen gebruik. Toch wilden die lui ook wel eens proeven van de beroemde koffiedrank.
luwakZe wisten dat de luwak koffiebessen at, maar dat de pitten onverteerd in hun uitwerpselen terecht kwamen. (Ja, hoe ze dat wisten? Je trapt allemaal wel ‘ns in een drol hè? “Getver! Oh nou zitten er nog koffiebonen ook aan m’n schoen.”) Deze werden verzameld, gewassen, licht gebrand en gemalen om zo hun eigen koffiedrank te maken. De roem van deze aromatische civetkoffie verspreidde zich van de lokale bevolking tot Nederlandse plantage-eigenaren en werd al snel hun favoriete, maar vanwege zijn zeldzaamheid en ongewone proces uitermate dure, koffie, zelfs in de koloniale tijd.

Het is geen verhaal dat je de keurige nederlandse jeugd in 1920 kon voorschotelen. Bovendien, het was wel de bedoeling dat mensen koffie gingen kópen. Dus dat visje gaf lekkere maar betaalbare koffie. Het gaat om de omzet per slot van rekening. Koffie is koffie, en het geld is al drek genoeg.

Advertenties