Schone schijn

zomerzeejurkHet is heerlijk eloquente vrienden te hebben. Ze vermaken je met woordgrappen, goedgevonden vergelijkingen en onverwachte zinswendingen. Poëtisch en prozaïsch schilderen ze moeiteloos ongekende taferelen en weten ze je mee te voeren naar verre oorden waar zelfs temperatuur en drank slechts een woordbreedte verwijderd is van een geestelijke ervaring.

Af en toe word ik verrast met een berichtje dat ik niet anders kan waarderen dan een pareltje in de bagger van de dagelijkse lectuur. Toen een paar jaar geleden de lente voorzichtig intrede deed, werd haar (natuurlijk ‘haar’) komst als volgt aangekondigd:
‘Marcel, de lente komt eraan !
Voelbaar is haar adem.
Deuren, vensters zet ze maar open. Ze staat nu nog aan de landsgrens,
en heeft wat moeilijkheden met haar identiteitspapieren.
Volhardend als zij is
bereikt zij ons binnenkort met warmte en wonderlijk nieuw leven.’

Gisteren liet de zomer zich gelden:
‘De haast organische geur verstopt in een matig briesje van over de rivier opsnuivend, zag ik de verraderlijke doch verrukkelijke doorschijnendheid van zomerjurken.
Wellicht hebben de gebeurtenissen in verband met de alsmaar dunner wordende scheepvaartkrant mijn gevoeligheden aangescherpt, die mij verbanden, gelijkenissen en symbolen doet zoeken, waar in de werkelijkheid geen enkel houvast te bespeuren valt.’

Op mijn aanbod mee te willen zoeken naar onmiskenbaar bestaande verbanden tussen zomerjurkjes en schepen, kreeg ik te lezen
‘Tja ik denk zo maar even uit het hoofd dat de naad, ritssluitingen, dat transparante en appèl aan lichtzinnige ofwel ondeugende fantasieën in vergelijking met schepen het verschil maken, ofschoon de schoonheid van schepen boven de tijd en het stoffelijke verheven kan zijn, dat dan weer wel!
Niettemin, wat gevangen zit in de plooi van een rok, mijn jongen, is geen hokjesgeest maar ongebreideldheid.’

Een breidel is een teugel. Breidelen als werkwoord betekent het ‘(in)tomen, bedwingen’, teugels aanleggen. Ongebreideld, ‘niet onder controle zijnde (van hartstochten enz.)’. Woordenboek: onghebreydelt ‘zonder teugels, ongetemd’, misschien ook al figuurlijk.

Onbeteugeld, ongetemd, bandeloos, wild, buitensporig, ongedwongen, onstuimig, tomeloos. Zonder beperkingen. Nu ja, als iets beperkingen oplevert is het wel de plooi van een rok, maar kom, benaderen we het plastisch en filosofisch, dan is de plooi van een rok een ongeëvenaard symbool van zinderende, zinneprikkelende en mysterieuze schoonheid. Wat daarin gevangen zit, is de magie van de vrouw. Zoals bekend bevindt de meeste sensualiteit zich in hetgeen het oog (net) niet ziet.
Het is zomer, jawel, jurkjes en rokken zijn de dracht van deze dagen en ik dien me te breidelen om het door speelse winden opwaaiende zomergoed slechts met door de wind bollende zeilen te associëren en niet met lichtzinnige ofwel ondeugende fantasieën.

‘Kan de doorzichtigheid van een rok treffender verklaard worden dan met het gezegde “Schone schijn’?’
Neen, dat kan nauwelijks. Zolang althans de rok in kwestie ondoorzichtig doorzichtig is, gedachtig aan ‘hetgeen het oog niet ziet’ (haha en hopelijk het oor niet hoort).

Ik wil u een mooi verhaal niet onthouden, ook om de teugelloze lichtzinnige ofwel ondeugende fantasieën enigszins te beteugelen.
In het franse Haution, in Picardië, staat een kerkje gewijd aan Elisabeth van Hongarije (of van Thüringen). Zij leefde van 7 juli 1207 tot 17 november 1231. Morgen is het (wat toevallig) 806 jaar geleden dat deze hongaarse koningsdochter werd geboren. Nadat haar ouders afstand van haar deden (nou ja, ze werd als vierjarig kleutertje uitgehuwelijkt en werd opgenomen in het duitse gezin van haar toekomstige echtgenoot, de graaf) groeide ze op in Thüringen. In 1221 trouwt ze dan met Lodewijk IV van Thüringen.
Na de dood van haar echtgenoot trad ze in het klooster en stichtte een hospitaal. Ze verzorgde de armen en de zieken en leefde streng ascetisch, zo streng zelfs dat ze eraan stierf. Vier jaar na haar dood werd zij al heilig verklaard. (Wegens haar verzorging van de zieken worden ziekenhuizen dikwijls naar haar vernoemt.)
Tijdens de hongersnood van 1226 (een jaar voordat ze weduwe werd) bakte ze broden voor de armen. Volgens de legende verborg ze die broden in de plooi van haar rokken. Toen haar Lodewijk haar vroeg te tonen wat ze verborg, vielen er rozen uit haar rokken, in plaats van broden.

Wat verborgen zit in de plooi van een rok….. Brood of rozen, in het (doorschijnende) en zinneprikkelende licht van de zomerzon, wat mij betreft: beide.

Advertenties