Maaninvloed

 Laika, de eerste ruimtehond“Een moeder die haar kind vasthoudt oefent twaalf miljoen keer méér de getijdenkracht van de maan uit op haar kind dan de maan zelf.”
Dat stelde de onderzoeker Ivan Kelly in 1996 naar aanleiding van een studie naar het verband tussen de stand van de maan en bepaalde menselijke handelingen of voorvallen (geboorte, zelfmoord, alcoholisme, agressie, slaapwandelen et cetera).

In mijn artikeltje over ‘Zaaien met Pasen?’ kwam de maanstand al aan de orde waar het gaat om zaaien van gewas. De invloed van de maan op aarde was dan ook het onderwerp van een gesprek dat ik later met iemand had. De maanstand heeft invloed op de groei van gewas (dus afhankelijk van het moment waarop je gewas plant) en ik vroeg me af of de maanstand ook verantwoordelijk was voor mijn stemming. Afnemende maan: chagrijnig, bijvoorbeeld.
Opeens rees de vraag of er verband bestaat tussen mensen die zijn verwekt tijdens afnemende maan en hun gedrag later. Zouden onder deze bevolkingsgroep meer criminelen zijn? Als dat zo is, zou de regering dan een wet kunnen uitvaardigen die het verwekken van kinderen tijdens afnemende maan verbiedt, om zo een veiligere samenleving te bevorderen?

Kelly trok de conclusie dat de maan nauwelijks invloed heeft op zaken als epilepsie, slaapwandelen, bevallingen, zelfmoord, ongelukken, psychiatrische opnamen, geweld (weerwolven laten we maar buiten beschouwing). Zijn conclusie baseerde hij op onderzoeken en ik vraag me dan alleen af: welke methoden gebruikte hij (naast statistieken)?
Hij geeft vier factoren die volgens hem verantwoordelijk zijn voor het idee dat de maan ons leven beïnvloedt:
1) de media, die steeds het verband leggen en het beeld zodoende bevestigen;
2) folklore en traditie, zoals oude overtuigingen als zou het maanlicht invloed hebben op de menstruatie en vruchtbaarheid van de vrouw;
3) misvattingen als zou de maan invloed uitoefenen op water (en dus ons lichaam dat grotendeels uit water bestaat) of aardbevingen veroorzaken;
4) cognitieve vooroordelen en gemeenschapsversterking; omdat iedereen het zegt, omdat wel heel toevallig steeds iets bepaalds gebeurt tijdens een maanstand, of omdat men selectief onthoudt.

Je kunt je inderdaad afvragen waarom de maan juist, van alle aardse organismen, op de vruchtbaarheid van de mens een bepaalde invloed zou hebben. Gezien de grote hoeveelheid zoogdieren op onze planeet mag je verwachten dat de paardrift en menstruatiecyclus van sommige soorten per toeval overeenkomen met de maancycli (zoals bijvoorbeeld bij de maki). Het is twijfelachtig of hierin enige metafysische betekenis in te vinden valt.
Wel is het zo dat we, voor de ontdekking van kunstmatige lichtbronnen als fakkel, olielamp, kaars, ’s nachts afhankelijk waren van de maan als lichtbron. De veranderende maanfasen hadden meer invloed op het leven van de mens toen. Die cyclus kan in de loop der oneindige tijd in onze genen zijn ingebakken.

(Overigens is er weinig onderzoek gedaan naar hormonale of neurochemische veranderingen tijdens de maanfasen. Kelly’s collega James Rotton zocht vergeefs naar studies die maancycli in verband brengen met stoffen die mogelijk te maken hebben met stress en agressie (zoals serotonine, melatonine, epinephrine, norepinephrine, testosteron, cortisol, vasopressine [rechtstreeks van belang voor vloeistofinhoud], groeihormoon). Dit soort hormonen en neurochemische stoffen beïnvloeden immers de menstruatie en het gedrag.)

De gemiddelde periode die de maan nodig heeft om weer in dezelfde positie in haar baan te komen ten opzichte van de Aarde (synodische periode) bedraagt 29,53 dagen. De maan doet er 27,5 dagen over om in haar elliptische baan van perigeum tot perigeum te gaan. Het perigeum (wanneer de maan het dichtst bij de aarde staat) “kan samenvallen met elke fase van de synodische cyclus”. Hogere getijden komen voor bij zowel nieuwe als volle maan, maar niet omdat de door de maan uitgeoefende zwaartekracht op dat moment sterker is. De getijden zijn dan hoger omdat “de zon, aarde en maan op één lijn staan en de getijdenkracht van de zon op die momenten samenvalt met die van de maan zodat hogere getijden ontstaan”.

De maanstand op zich is slechts het gevolg van de schaduw die de aarde erop werpt en dus op de hoeveelheid licht die de maan geeft. Waar het werkelijk op aan komt, is de afstand van de maan tot de aarde. Die heeft invloed op de getijdenkracht van de maan op de aarde, niet de fase van de maan.
Maar heeft die getijdenkracht ook invloed op stemmingen of op de fecundatie (bevruchting)?

Het beeld van wolven die huilen naar de volle maan is bekend. Onze huishond reageert ook op volle maan en is soms onrustiger dan anders. Ook kinderen kunnen een dag voor en tijdens volle maan erg druk of onrustig zijn, net zoals vlak voor een storm. Nu wordt storm veroorzaakt door een gebied van extreem lage luchtdruk. Dat heeft niet alleen gevolgen voor de atmosfeer, ook de mens merkt onbewust dat de druk van de dampkring op zijn huid afneemt. Hij voelt zich vrijer en zo is het nu eenmaal dat dit gevoel de lust tot een ‘gematigde geweldpleging’ stimuleert. Wellicht gaat dit ook op voor de maanstand. Over drie dagen is het weer zover.

Moon_Phases_color_101012

volle-maan-verstoort-nachtrust-.html

 

Advertenties