Paardaap

paardaapVijf jaar geleden groeven Frans en Robbie Reijs uit Beers een prehistorische kies op uit het zand van ‘De Kuilen’ in Mill-Langenboom. Na jaren van speurwerk bleek dat het een kies was van een ‘paard-aap’, een Chalicotherium.

Sinds 30 maart exposeert oertijdmuseum De Groene Poort in Boxtel honderden fossiele vondsten die de afgelopen jaren zijn gevonden bij de zandwinning in groeve “De Kuilen”.

Tot op heden is de kies uit Mill-Langenboom het enige tastbare bewijs van Chalicotheria in ons land. Het nieuws sprak van een vondst met grote historische waarde. Nu de baggerwerkzaamheden op deze vindplaats zijn afgelopen, kan het lang duren voor iemand het volgende fossiel vindt.

Koel man. Waarom? De Chalicotherium was een bijzonder beest: het ziet eruit als een kruising van een paard en een aap, en dan twee meter groot. Het leefde tussen de 45- en 3,5 miljoen jaar geleden, gedurende het Oligoceen en kwam voor in Azië, met name Mongolië, maar ook in Afrika en Europa.
Uit vondsten uit Duitsland was bekend dat Chalicotheria zich ook in de buurt van ons land hebben opgehouden. De dichtstbijzijnde vindplaats is Eppelsheim in de Duitse deelstaat Rijnland-Palts, zo’n 340 kilometer verder. Hoewel ons land rijk is aan Miocene fossielen, lag het niet voor de hand om hier ook daadwerkelijk resten van een Chalicotherium aan te treffen. In het Mioceen was Nederland namelijk vrijwel geheel bedekt door zee. Het was dan ook een verrassing dat op de bekende Noord-Brabantse vindplaats een kies aan het licht kwam die duidde op een bijzonder landdier.

Fossielen van Chalicotheria zijn gevonden in verschillende Europese landen. Botten, bij uitzondering ook hele skeletten, zijn opgegraven in Spanje (o.a. Terassa), Frankrijk (Sansan), Duitsland (o.a. Eppelsheim en Wolfsheim), Hongarije (Rudabanya), Griekenland (Pikermi) en Slowakije (Devinská Nová Ves). Het verspreidingsgebied moet echter veel groter zijn geweest, zoals de Nederlandse vondst – tevens de meest noordelijke tot nu toe – aantoont.

Hier is dan de korte bocht, gordels vast. Een kies wordt gedolven uit het zand en ja, kijk nou, de paardaap heeft ook in Nederland rondgewandeld. Het bewijs ligt in Boxtel, in De Groene Poort.
Ja, ter plaatse zijn honderden fossielen gevonden, dus erg gek is het niet. Maar, voor mezelf kan ik slechts concluderen dat hier een kies is gevonden van een uitgestorven en ter plaatse onbekend dier.
Dat was het.

In het Leids Museum staan diverse mummies. Bewijst dit dat Egyptenaren ooit hier woonden? Of dat Nederlanders hun doden mummificeerden? Nee, alleen dat wij mummies uit Egypte hier hebben.
Ik bezit het Mobilisatiekruis 1914-1918. Wil dat zeggen dat ik gemobiliseerd was tijdens de Eerste Wereldoorlog? Nee, niet eens dat dit ereteken van mijn grootvader was. Slechts dat ik het bezit.

In de rechtswereld gaat het net zo. “Verdachte is gezien op de plaats delict, edelachtbare.”
Ja en? Dat wil slechts zeggen dat de persoon in kwestie op dat moment ter plaatse was. Waar is het bewijs dat deze persoon meer deed dan aanwezig zijn?
Degene die het mes heeft, is niet per definitie de pleger van de moord. Degene die de buit bezit, is niet per definitie de dief. Degene die het kind opvoedt, is niet per definitie de vader.

Zo’n kies kan op zoveel manieren in Mill-Langenboom terechtkomen. Misschien aangespoeld. Misschien heeft een vroege Neanderthaler de kies meegebracht als amulet, vondst of kadootje. Wellicht was het een ruil- of betaalmiddel. Een jachttrofee….
Het geeft geen enkele zekerheid dat het bewuste dier in Nederland voorkwam. Misschien. Misschien ook niet.

Erg? Welnee. Het is een geweldig verhaal. In Boxtel staat nu een prachtige replica van het dier. Het heeft nieuwswaarde. Het houdt de historie levend en mensen bewust van hun omgeving. Daar gaat het maar om.
Laten we eerlijk zijn, Frans en Robbie Reijs uit Beers hebben iets bijzonders gevonden.

Advertenties