Luisterpillen

SocratesHet verhaal gaat dat Socrates al op dertienjarige leeftijd van een orakel hoorde dat hij wijzer was dan alle andere mensen. Hij geloofde het orakel niet en zocht een staatslid waarvan gezegd werd, dat hij bijzonder wijs was. Socrates vroeg hem zijn wijsheid aan hem mede te delen. Hij bleef vragen stellen en kwam al snel tot de ontdekking dat deze man wel wijs leek in zijn eigen ogen en in die van anderen, maar het eigenlijk niet was. Zijn zogenaamde ‘wijsheid’ bleek nergens op gebaseerd. Toen Socrates hem dit probeerde duidelijk te maken, werd de man kwaad.

Op dat moment deed Socrates een ontdekking die zijn leven en filosofie voorgoed zou veranderen. Hij vond zichzelf wijzer dan deze man, die iets meende te weten dat hij eigenlijk niet wist. Socrates daarentegen was er zich van bewust dat hij niets wist. En juist die kennis maakte hem een beetje wijzer dan de man.

De socratische dialoog is gebaseerd op het stellen van vragen en het blijven stellen van vragen. Dat geeft ruimte tot het vormen van inzicht. Wat wij als waarheid kennen, is vaak uit te breiden met nieuwe inzichten.
Kinderen kunnen ook oneindig vragen blijven stellen. Logisch, want kinderen ‘weten niets’, moeten de wereld leren kennen en bovendien, kinderen willen weten waarom iets is zoals wij stellen dat het is. Ze willen het kunnen bevatten. Ouders worden daar wel eens krankjorum van.

Kinderen moeten het doen met de antwoorden en de kennis die volwassenen hebben omtrent een bepaalde kwestie. Op die manier kunnen overtuigingen, bijgeloof en onzinverhalen generaties lang worden doorgegeven.
Ouders geven ook wel eens een antwoord om van het kinder’gezeur’ af te zijn, of omdat ze op dat moment een oneindig gevat antwoord hebben wat eigenlijk te leuk is om verder uit te leggen.

Als jongetje was ik ooit met mijn ouders in de Efteling en natuurlijk rijd je dan met het treintje door het park. Ik vroeg waarom de machinist steeds op de fluit blies. Een heel legitieme vraag, want het gaf me een herrie…. “Dat,” zei mijn vader, “doet hij om de vliegen van de rails te jagen.”

Ja, lacht u maar even, dat heb ik jaren later ook gedaan. Op dat moment was ik tevreden met het antwoord, ik vond het heel logisch. Mijn ouders vonden het vast erg gevat (dat was het ook), maar helemaal eerlijk was het niet. Ik heb me nooit belazerd gevoeld daarover, dus een trauma is het niet geworden, maar vergeten ben ik het nooit. (Ik was erg begaan met vliegen blijkbaar.)

Ouders zeggen wel meer om kinderen stil te krijgen of om ze te overtuigen van iets dat hen goed uitkomt.
In diezelfde jonge jaren kreeg ik ergens pillen voor. Ik zou niet meer weten waarvoor (jaja, bekenden zullen zeggen “nou wij wel hoor”), maar mogelijk was het omdat ik vaak verkouden was of last had van mijn keel. Elke maandag gingen we naar mijnheer Bosch, een magnetiseur, en die schreef ze voor.
‘Luisterpillen’ waren het, daardoor zou ik beter….. Juist. Sneed dat mes mooi aan twee kanten zeg.

Maar ik kon dan wel op school zeggen dat ik luisterpillen kreeg, helpen deden ze niet. Ik weet niet of mijn ouders erg teleurgesteld waren, ik kan het ze ook niet meer vragen, ik denk van niet. Ze kenden mij en wisten dat ik heus wel luisterde. De verkeerde dingen, dat wel. Kleine potjes hebben nu eenmaal grote oren en dat is heel goed. Hoe word je anders wijs? Wel spijtig dat je vaak daarover geen vragen kon stellen. Wat had dat heerlijke onzinantwoorden opgeleverd. Waarschijnlijk meer dan ik ooit had kunnen opschrijven.

Terug naar Socrates. Enkel het stellen van vragen maakt je niet wijzer. Je moet ook kunnen luisteren en vervolgens de juiste vragen stellen. Soms is het wijs om dat eerst je kinderen te leren.

 

Advertenties