Cindy

Cindy OverdijkOp 20 januari was het tien jaar geleden dat in Hendrik Ido Ambacht  het lichaam werd gevonden van Cindy Overdijk. Het lijkt veel langer. Jaren die wellicht dubbel tellen voor haar naasten, terwijl het tegelijkertijd was als gisteren.
Over mensen die ons altijd (na)bijblijven.

De kranten berichtten destijds uitgebreid over de moord op de jonge vrouw, die drie weken in haar appartement lag voordat ze werd gevonden. Een zaak die aanhield, omdat de dader, aanvankelijk onbekend, naar Londen gevlucht bleek te zijn. Daar werd hij in augustus 2003 aangehouden, maar weer vrijgelaten wegens een procedurefout. Pas een jaar na zijn daad arriveerde hij alsnog in Nederland waar hij uiteindelijk in 2004 werd veroordeeld tot twaalf en in hoger beroep in 2007 tot tien jaar cel.

Het blijft vreemd dat een illegaal in Nederland verblijvende Marokkaan toch vrij naar Groot-Brittannië kan reizen en dat Justitie niet binnen een maand een sluitend uitleveringsverzoek kan overleggen, waardoor een van moord verdachte man weer op vrije voeten komt. Desondanks heeft de recherche grondig werk verricht tijdens het onderzoek en alle registers opengetrokken om de man overtuigend te laten veroordelen.

Het is tien jaar geleden dat Cindy werd gevonden. Als je op internet haar naam googled, vind je slechts verwijzingen naar haar dood en de rechtszaak. Zo mag iemand van 28 niet worden herinnerd, vind ik. Haar naam mag niet slechts verbonden zijn aan die van haar moordenaar. Daarom noem ik die niet.
Cindy was méér dan haar dood. Ze had een leven. Ze zocht haar weg. Ze kende haar vreugden en haar tranen.
Ze kreeg de tijd niet om deel te nemen aan media als Hyves of Facebook, of een profiel aan te maken op LinkedIn en zo digitaal sporen na te laten. Het is alsof ze, zwemmend in de zee, wegzonk voor ze het strand bereikte. Wie haar naam googled, vindt slechts verwijzingen naar haar dood en rechtszaak.
Hoe toepasselijk zijn de dichtregels van Willem Kloos waar hij begint:
‘Ik ween om bloemen in de knop gebroken
En vóór den uchtend van haar bloei vergaan’

Gebroken, vergaan. Maar desondanks: ze heeft bestaan. Ze heeft gelachen, gehuild. Ze is vrolijk en boos geweest, ze heeft gefietst, ze heeft gewerkt, ze heeft gereisd.  Ze kruiste onze wegen. Ze liet iets na. Ze heeft geleefd.
Zo moet ze zijn herinnerd. Als een mens, een naaste, vrolijk en met verlangens. Een mens als jij en ik, uniek en onvervangbaar.
De urn van Cindy op de ambachtse begraafplaats valt op. Helderrood, als een levend hart. Daarop haar naam. En een tekst. ’ Liefde is: ook na de dood niet vergeten te worden’.

Advertenties