Vrouwtje van Stavoren

vis_met_ring

Mijn moeder verloor tijdens een zonnige ochtendwandeling haar dure gouden broche. Waarschijnlijk ploempte hij over de reling van de nieuwe brug over de Maas het water in. Ik stelde me voor hoe het kostbare voorwerp langzaam naar de modderige bodem zakte die, naar men zegt, daar wel tien meter diep is. 

Vandaag hoorde ik het lied ‘Rijnlegende’ (Rheinlegendchen) dat Gustav Mahler in 1893 schreef (des Knaben Wunderhorn). Het werd uitgezonden bij Muziekwijzer (presentator Edwin Rutten, beslist eens luisteren, is de moeite waard!)
Bezongen wordt een gouden ring die, eenmaal in de Rijn beland, wordt opgegeten door een vis die vervolgens de dis van de koning verrijkt (letterlijk).

Ik moest denken aan mijn eerste kennismaking met het Vrouwtje van Stavoren. Ergens begin jaren zeventig hoorde ik een lied over haar, een lied dat besloot met de woorden “…zij stierf als bedelares.’
Wie zijn vaderlandse geschiedenis kent weet, dat het Vrouwtje van Stavoren een rijke koopmansweduwe was met een grote handelsvloot. Ze begeerde het kostbaarste bezit dat er te vinden was en gaf de kapitein van één van haar koggen opdracht dat te vinden. De arme man zocht en zocht en vond uiteindelijk in Dantzig een pakhuis met de mooiste tarwe die hij ooit had gezien, en hierop viel uiteindelijk zijn keuze.
De rijke weduwe was buiten zichzelf van woede, toen zij had gehoord dat haar schip in plaats van met het kostbaarste, met een lading tarwe was teruggekeerd.
‘Aan welke zijde heb je de lading ontvangen?’ vroeg zij de kapitein.
‘Aan bakboordzijde’, antwoordde de zeebonk. ‘Welnu’, gebood zij, ‘stort het dan aan stuurboordzijde in zee’.

de-kogge-01-450[1]

Hier moet ik de lezer onderbreken. Voor niks eigenlijk, want het maakt niet uit, maar een ander verhaal meldt: “Aan stuurboordzijde.”  “Gooi het dan aan bakboordzijde in zee!”
Een verhaal moet kloppen, vind ik. Als ik twee dezelfde verhalen lees met verschillende details, wil ik weten wat juist is. Dat het na zeshonderd jaar weinig uitmaakt is een feit.
Een deskundige weet mij prompt te vertellen dat de kogge een zeilschip was dat inderdaad veel op de Oostzee was te zien en met name door Nederlanders werd gebruikt. Het afmeren in de haven hing af van wat de hoek van de kade was ten opzichte van de wind. Een kogge is als zeilschip minder makkelijk manouvreerbaar en het accent lag op de manoeuvre die nodig was om aan of af te meren. Ook stroming en getijde speelden een rol.
Een in de haven afgemeerd zeeschip daarentegen zal bijna altijd met de steven naar zee gericht zijn (tenzij door kade-faciliteiten deze manoeuvre onmogelijk is). Maar of een schip lading inneemt over stuurboord- danwel bakboordzijde, het is beide mogelijk.

Terug naar Stavoren. De kapitein deed wat hem bevolen was, terwijl de koopmansvrouw aan de wal stond toe te zien of haar bevelen wel precies werden uitgevoerd. Een oude man uit het volk, die vlak bij haar stond, greep deze verkwisting zozeer aan, dat hij haar opgewonden toeriep: ‘U zult voor Uw overmoed gestraft worden! Er komt een tijd, dat U zult bedelen, dan zal het graan u goud toeschijnen!’
Hierop haalde zij de gouden ring van haar vinger en gooide hem met een grote boog in zee.
“Net zo min als ik deze gouden ring ooit nog terug zal zien, zomin zal ik tot de bedelstaf vervallen.”
Korte tijd na die gedenkwaardige dag vond de dienstbode van de weduwe de ring terug in de ingewanden van een schelvis, die zij voor het middagmaal klaarmaakte. Zij liet de ring aan haar meesteres zien en deze schrok hevig, toen ze de ring als de hare herkende. Enige dagen later bereikte haar het ontstellende bericht, dat al haar schepen op de terugreis met man en muis waren vergaan…

Nooit meer kwam zij deze slag te boven. En zo kwam de voorspelling uit; de eens zo rijke koopmansvrouw verviel tot de bedelstaf. Daar waar de kostbare lading in zee was gestort, verrees een zandbank, die nog steeds het Vrouwenzand wordt genoemd. Naar men zegt heeft op deze bank ooit een plant gegroeid, die halmen voortbracht, die op korenaren leken, maar nooit heeft men korrels in de aren gevonden.

Hoe onwaarschijnlijk dat al deze opeenvolgende gebeurtenissen echt plaatsvonden. Dat een vis een zinkende ring als een prooi ziet en toehapt, ja, verklaarbaar. Dat die vis wordt gevangen, tuurlijk. Dat die vis op de markt in Stavoren belandt, kan. Dat deze vervolgens wordt gekocht door de dienstbode van….. En dat tenslotte hiermee uitkomt wat een toekijkende plaatsgenoot in zijn verontwaardiging voorspelde….

Prachtige symboliek en weet u….. ik geloof het. Sage of niet. De werkelijkheid is vaak nog gekker. Dus, waarom zou ik dit verhaal niet voor waar aannemen. Onwaarschijnlijk is het niet. Maar: blijkbaar moet het verlies gepaard gaan met het tarten van het noodlot. Had mijn moeder een dergelijke uitroep gedaan na ontdekking van het verlies, zij had wellicht meer kans gehad op het terugvinden van het sieraad. De schikgodinnen van het levenslot scheppen nu eenmaal een sarcastich genoegen in het confronteren van mensen met hun dwaze uitspraken.
Daarbij, wij aten thuis nooit vis…..

Voor mij heeft de vis uit Stavoren na eeuwen toch ook een gouden kleinood gebracht; ik wist niet dat zeeschepen met de kop naar zee afmeren. Bedankt Johan de Witte!

Dan hapt er een vis
Zo’n vis heeft als missie
De koning z’n dis.
De ring komt te voorschijn:
Van wie zou die zijn?
Het koningskind glimt al:
Die ring is voor mij!
Daar reist je beminde
Langs IJssel en Rijn
En weet je te vinden,
waar jij ook mag zijn!
Dus kies voor de IJssel
of kies voor de Rijn
En keil er je ring in
En kijk alvast blij.

Jan Rot’s vertaling van ‘Rheinlegendchen’

Advertenties