Kikkerproef houdt naweeën

Xenopus laevisIn mei 2007 meldde het Historisch Nieuwsblad dat Wenen sinds kort een anticonceptie- en abortusmuseum heeft. Een unieke collectie over de geschiedenis van zwangerschapspreventie en –onderbreking.
Het artikel meldt over de kikkerproef: “De kikker krijgt in zijn lymfeklieren een injectie met urine van de vrouw en als ze inderdaad zwanger is, vindt men na drie uur sperma in de ontlasting van de kikker.”
Fascinerend, want het feit dat het onderscheid tussen mannetjes en vrouwtjes moeilijk te zien is, maakt dit gegeven ongeloofwaardig. Klopt het wel? Enne…. sperma in de ontlasting?

Een snelle blik op de ‘junkfoodsite’ Wikipedia geeft al een ander verhaal:
“Bij de kikkerproef werd urine van de proefpersoon bij een kikker ingespoten, waarna bij zwangerschap de bloedplaatjes in de kikker een paar dagen later onder invloed van hormonen in de urine van vorm ging veranderen. Door onderzoek van het zwemvlies van het proefdier door middel van een microscoop kon dit worden vastgesteld.”
Een paar dagen later? Hormonen in de urine die de vorm van bloedplaatjes doen veranderen? Welke dokter heeft déze informatie bedacht?

Gelukkig is er nog de betrouwbare, uitvoerig gecontroleerde informatie van de ouderwetse encyclopedie, in dit geval de Grote Nederlandse Larousse encyclopedie:
“Methode om aan te tonen of een vrouw al dan niet zwanger is, berustend op het voorkomen van gonadotrofe hormonen  in de urine van zwangere vrouwen. (De urine wordt ingespoten bij een kikker waarvan de hypofyse verwijderd is en die daardoor licht van kleur is. Bij aanwezigheid van zwangerschapshormonen in de urine kleurt de huid van de kikker binnen een half uur donkerder.)”

Eén ding is in elk geval zeker: urine van de (zwangere) vrouw is de eerste stap. Welke rol speelt welke kikker en wie heeft het ontdekt?

Hogbentest
We schrijven 1927. In Zuid Afrika werkt aan de Universiteit van Kaapstad de zoöloog Lancelot Hogben. De dan 31-jarige Hogben ontdekt tijdens een endocrinologisch onderzoek dat de Zuidafrikaanse klauwpad (Xenopus Laevis) hiervoor een heel geschikt proefdier is.
Het vrouwtje blijkt ook erg geschikt voor een zwangerschapstest: enkele uren na injectie met urine van een zwangere vrouw legde het dier eitjes.
(Endocrinologie is een medisch specialisme en biologische wetenschap die zich bezighoudt met klieren die afscheidingen in het lichaam hebben (endocrien systeem) zoals schildklier, hypofyse, alvleesklier en bijnieren. Speeksel- en zweetklieren vallen onder het exocriene systeem.)

De Hogbentest werd al snel populair, al was het alleen maar vanwege de snelheid waarmee je een uitslag kreeg. De term ‘kikkerproef’ was jarenlang synoniem met ‘zwangerschapstest’. De test werd nog efficiënter en goedkoper door gebruik te maken van de eigenschap van kikkers om bij hormonale veranderingen van kleur te veranderen. Zo ging het: bij een gewone groene kikker werd de hypofyse verwijderd, waardoor het beest een geelwitte kleur kreeg. Een inspuiting met urine van een zwangere vrouw bracht de groene kleur terug. Zo kon de Leidse huisarts J.H. Pleiter in de jaren vijftig en zestig ’s ochtends een flesje urine insturen naar het instituut Rana (Latijn voor kikker), waarop hij dezelfde middag telefonisch de uitslag kreeg. Het kon vanaf zes weken na de conceptie en het kostte tien gulden, herinnert Pleiter zich.

Een belangrijk gegeven is dat de klauwkikker het hele jaar door eieren kan produceren, waardoor de test te allen tijde kon uitgevoerd worden. Omdat het kweken van de dieren meer moeite vergde dan ze te importeren, werden ze in groten getale uit Afrika gehaald om aan de vraag uit Europa en Amerika te kunnen voldoen.

donderkopje met staartje
Onderzoek en verbeterde methoden hebben geleid tot de zwangerschapstesten zoals we deze vandaag-de-dag kennen. Daarmee zijn echter de gevolgen voor de kikkers niet geëindigd!
In 2005 opperden australische onderzoekers dat de wereldwijde achteruitgang van amfibieën te wijten zou zijn aan een schimmelinfectie die zich dankzij de zwangerschapstest (lees: kikkerproef) heeft kunnen verspreiden. Door de betrouwbaarheid van de test werden in de jaren dertig en veertig Afrikaanse klauwkikkers massaal vanuit Zuid-Afrika geëxporteerd.
De onderzoekers vermoedden dat ontsnapte klauwkikkers een agressieve schimmelziekte wereldwijd hebben verspreid onder de amfibieën.

Wat blijkt: Afrikaanse klauwkikkers die sinds de jaren dertig op sterk water staan, dragen de schimmel al bij zich, terwijl die toen nog nergens anders voorkwam. Waarschijnlijk hebben de klauwkikkers in de loop van hun evolutie met deze schimmel leren leven. Maar andere amfibieën zijn weerloos.
Hieruit blijkt het nut van laboratoria, maar ook van museale collecties. Dat zijn niet alleen voorbeelden ter vermaak, ook voor onderzoek zijn ze van onschatbare waarde. Behoud is zeker gewenst!

Advertenties